Oet Dorp & Marke

1993-1

Uit de Rechtszaal

ODEM1993 1 01

ODEM1993 1 02

Overdracht Voorzittershamer

Op dinsdag 5 januari 1993 heeft Mevr. H. Scherphof, na 17 jaar lang het voorzitterschap op voortreffelijke wijze te hebben vervuld, de voorzitters-hamer overgedragen aan Mevr. Th. Evers.
Tijdens de ' Niejoarsvisite' in Hotel Smit is Mevr. Scherphof op passende wijze uitgeluid, waarbij ze o.m. een oorkonde ontving met de volgende tekst:

Als blijk van waardering en grote erkentelijkheid voor de voortreffelijke wijze, waarop mevr. H. Scherphof-Bekker van 1975 tot 1993 de stichting historische kring losser leiding gevend heeft gediend haar medebestuursleden blijvend ten voorbeeld.

Wij wensen haar opvolgster voor de eerstkomende 17 jaar eenzelfde inzet en enthousiasme toe! En daarna kijken we wel weer eens verder!

Redactie.

Genealogie Riesewijk

De volgende stamreeks is ingezonden door Mw. J . M. S . Kűpers-Oude Kempers Kerkhofweg 162 7586 AN Overdinkel.

Als U aanvullingen of wijzigingen op deze stamreeks heeft kunt U met haar of de redactie kontact opnemen.

Gebruikte afkortingen en tekens:
geb. geboren
ged.gedoopt
geh.gehuwd
overl.overleden
gesch.gescheiden
X.gehuwd met

Fam.Riesewijk

De Familie Riesewijk was een van de families, die aan het eind van de vorige eeuw naar Losser kwamen.

Riesewick Hermanni geb.1700 in Vreden (DL) geh.met Euphemia.

Riesewick Johannes geb.1742 in Vreden (DL ) geh.met Maria geb.1743

Kinderen:

  1. Otto geb.1761
  2. Bernardus geb.1765
  3. Henricus geb.1767
  4. Anthonius geb.1770
  5. Maria geb.1772
  6. Rebecca geb.1777

Riesewick Bernardi verhuist naar Friesland daar wordt alleen de voornaam gebruikt.

Bernardi Geerts geb.1765 overl.15-11-1819 Blesdijke.Hij huwde 11-03-1807 Blesdijke met Antje Jans.

Kinderen:

  1. Joanna geb.14-10-1807 Blesdijke
  2. Joannes geb.24-03-1810 Blesdijke

In 1811 nemen ze de naam Riesewijk weer aan.

Riesewijk Joannes Bernardus geb.24-03-1810. Overl.28-04-1865 te Westellingwerf.

Johannes.B. Fuselier v.d. 1e Afdeling Infanterie krijgt in 1836 het Paspoort van goede diensten voor: 1829 Nederlandse dienst. 1830 bij het mobiele leger bij de opstand van België. 1831-1832 op de citadel van Antwerpen. En aldaar op 30 dec. gevangen genomen. Januari 1833 ontslagen.
Hij kreeg het Metalen Kruis 5 April 1832 en Medaille voor de Citadel van Antwerpen.

1834-09-05 huwt hij met Tiemetje Dijkstra geb.05-03-1806 Oldenmarkt Dienstmaagd overl.24-12-1862.

Kinderen:

  1. Johanna geb.30-04-1835
  2. Anna Maria geb.10-05-1837 X B.Froklage overl.07-11-1874.
  3. Bernardus geb.06-04-1839 Broeder Willibrordus in 1868 ingetreden in Klooster vertrokken naar Suriname (missie)
  4. Hermanus. Joh. geb.07-09-1840 X A. v.d. Meer overl.24-02-1900.
  5. Hendrika geb.20-03-1843 X Tisse Damhuis overl.19-08-1919.
  6. Luite geb. 27-02-1845 X Catharina Tromp overl. v. 1910
  7. Joh. Wilbartus geb . 18-06-1849 .

Riesewijk Hermannus Johannes geb.05-09-1940 Oldemarkt boerenknecht overl. 24-02-1900 Losser.
Huwt 09-05-1867 met Alida v.d Vleer geb. 09-101843 te Leeuwarden. overl.12-09-1932 Losser.

Kinderen allen geb. te Spanga Westtellingwerf.

  1. Johannes geb.20-08-1868 X J.Leemreijze. overl.03-05-1917
  2. Marcus geb.02-06-1870 X H.Froklage overl.19-05-1944.
  3. Andreas geb. 15-09-1874.
  4. Bernardus geb.26-01-1876 X G.Werger
  5. Lutherius geb.03-01-1879 X S. Even overl. 22-01-1959.
  6. Ringenerus geb.16-01-188l X J.Elfrink overl 23-12-1966. 2de maal geh.met A.Wersmoller.

In 1886 is de Fam. Riesewijk naar Losser gekomen.

J.M.S.Kupers-Oude Kemper

Register van naamsaanneming -1812

Bij decreet van keizer Napoleon -18 augustus 1811 – werden degenen, die in Nederland nog geen geslachtsnaam hadden, verplicht het jaar een aan te nemen.

In onze streken bestond dikwijls onduidelijkheid over de juiste naam, dikwijls voorkwam dat iemand door de jaren heen, werd genoemd naar het erf, waar hij was ingetrouwd. Hierin kwam na 1811 duidelijkheid.

VoIgt de lijst:

 

1. Hompesch Meijer Goldsmit

2. Abraham Meijer Goldsmit

3. Calmon Bernardus Rein

4. David Herman Zilversmid

5. Jacob Wolf Hardloper

6. Jan Wergers

7. Herm Horstkamp

8. Derk Bookholt

9. Gerrit Kempers

10 Lucas Roterink

11 Lambert ter Denge

12 Luikas Heersche

13 Jan Hake

14 Gerrit Langewigger

15 Jan Langewigger

16 Jan Welplo

17 Gerrit Zwaferman

18 Jan Spiele

19 Herm Nijland

20 Jan Bentman

21 Geerlig Hengelman

22 Albert Mulderman

23 Hendrik Bult

24 Jan Greve

25 Gradus Amelink

26 Hermannus Bentman

27 Lambertus Brakink

28 Jan Smit

29 Jan Greve

30 Jan Hendrik Bosman

31 Lambertus Boerrigter

32 Jan Luisman

33 Gerrit Kolker

34 Bertnt Loyerrnan

35 Berent Beerneman

36 Gerrit Elferink

37 Lodewijk Schiltkamp

38 Gerrit Zondag

39 Hendrik Klisters

40 Berent Lakerink

41 Herm Elferink

42 Geert Herkink

43 Albert Bever

44 Herm Olde Denge

45 Luikas Maalstede

46 Herm Grotenhuis

47 Gerrit Jan Nijhuis

48 Herro Tieke

49 Gerrit Schiltkamp

50 Hendrik Bruiners

51 Gerrit Jan Ligtenberg

52 Jan Kwekkeboom

53 Berent Wensman

54 Herm Wensroan

55 Hendrik Beumers

56 Luikas Wenzink

57 Jan Winkels

58 Gerrit Jan Breukers

59 Gerrit Jan snoeynk

60 Herm Wenzink

61 Jochem Vlake

62 Gerrit Hendrik Garverink

63 Gerrit Mettinkhof

64 Herm Nijhuis

65 Gerrit Bult

66 Gerrit Jan ter Denge

67 Berent Schiltkamp

68 Jan Kupers

69 Evert olde Kolke

70 Gerrit Jan Achterhuis

71 Jan Beerneman

72 Hendrik Polman

73 Herm Luttikhuis

74 Luikas Bloemen

75 Geerlig Mulderink

76 Gerrit Jan Luisman

77 Albert Luttikhuis

78 Jan Berent Wilpelo

Naam veranderd

Hompesch Meijer

Abraham Meijer

Calmon Bernardus

David Herman

Jacob Wolf

blijft zo

Herm Nijland

blijft zo

Gerrit Regter

blijft zo

idem

idem

idem

idem

idem

idem

idem

idem

idem

idem

Geerlig Schiltkamp

blijft zo

idem

Jan Horstkamp

Gradus Deppenbroek

Hermannus Lentfert

Larnbertus Zweerrnan

blijft zo

idem

idem

idem

idem

idem

idem

idem

idem

Lodewijk Altena

blijft zo

idem

idem

idem

idem

idem

Herm Walhoff

blijft zo

idem

idem

idem

idem

idem

idem

idem

idem

idem

idem

idem

idem

idem

idem

Herm Stege

blijft zo

idem

Gerrit Scholte

blijft zo

idem

idem

idem

idem

Evert Heering

blijft zo

Jan Scholte Honiglo

blijft zo

idem

idem

idem

Gerrit Jan Scholte

blijft zo

Jan Berent Nij Heersche

(einde lijst -ontleend aan het Archief der gemeente Losser)

Opsporing verzocht!

ODEM1993 1 03

Een foto gemaakt van het personeel van het postkantoor in de Driehoekstraat, tegenwoordige parkeerplaats Langenkamp.

Wie kan vertellen welke personen op deze fotokaart staan?

Gelieve contact op te nemen met J. Poorthuis tel: 05423-85623

H. Maria Geboortekerk

ODEM1993 1 04

Een prentbriefkaart van de H. Maria Geboortekerk, gezien vanaf de Oldenzaalsestraat, met rechts de heg rondom het doktershuis (de huidige flat, hoek Oldenzaalsestraat/Enschedesestraat).

Voor de heg liep de beek, met duiker, die vanuit het Voswinkel kwam.

Links cafe "Kerkzicht", later cafe Veldhuis, tegenwoordig een Chinees restaurant.

Prachtig te zien de petroleumlantaarn, die elke avond door de dorpsomroeper moest worden aangestoken.

ODEM1993 1 05

De Maria Geboortekerk anno 1992. Fraai gerestaureerd en omgeven door een verzorgd kerkplein met parkeergelegenheid.

Hoewel het beeldvullende kerkgebouw nog ongewijzigd aanwezig is, geeft deze foto toch een idee hoe ongemerkt, door de jaren heen, het aanzien van ons dorp verandert.

Actie der Kortestraat bewoners bekroond.

ODEM1993 1 06(uit de krant van januari 1930; U hebt natuurlijk begrepen, dat met het pand, naast het perceel van de heer Brilman uit die dagen, de huidige Teylersapotheek bedoeld wordt.)

De actie der Kortestraat-bewoners bekroond

De actie, welke de bewoners der Kortestraat gevoerd hebben om de straatnaam,’Kortestraat’ omgedoopt te krijgen in Teylersstraat is nu met succes bekroond geworden, daar de gemeenteraad in hare raadsvergadering van 14
januari het verzoek der Kortestraatbewoners heeft ingewilligd.

Reeds in de zomermaanden is de actie begonnen doormiddel van een reusachtigen vlieger van en vijf meter grootte, die geregeld bij gunstig weer werd opgelaten en waarop in zeer groote letters den naam TEYLERSSTRAAT vermeld stond. Omstreeks half December vorig jaar hebben de bewoners der Kortestraat zich tot den Gemeenteraad gericht met het verzoek tot omdooping der straatnaam in Teylersstraat.

De reden hiervoor berusten op historischen grondslag. Daar Losser arm is aan historische namen en monumenten, en om de bekende Teylers familie, welke hier ongeveer geleefd hebben van 1702 tot 1778 en gewoond in het nog bestaande huis gelegen naast het perceel van den heer J. D. Brilman, kapper, en later nog een familielid der Teylersfamilie, die tijdens de Fransche overheersing het ambt van Maire vervulde, te eren.

Toen dan ook Dinsdagavond den bewoners bekend werd, dat hun verzoek door den Gemeenteraad ingewilligd was, staken zij
allen de Nederlandsche Driekleur uit. Door den Losserschen Kanonnier werden er enige vreugdeschoten gelost, en heerschste er een ware vreugde bij de bewoners, nu hunne actie met succes is bekroond.

Uit de oude doos

ODEM1993 1 08

ODEM1993 1 07

,/P>

Sprokkelen in Lossers historie

Reeds velen voor mij hebben ongetwijfeld geneusd in het dagboek van Aleida Leurink, de echtgenote van de Losserse dominee Keller. 56 Jaar lang, 1698-1754, hield zij met grote getrouwheid een dagboek bij (331 blz.), dat onbedoeld is uitgegroeid tot een tijdsdocument, misschien is het beter te spreken tot een dorpsdocument, dat een beeld oproept van de Losserse samenleving uit die dagen.

Al lezende probeert je nieuwsgierige geest zich daarvan een voorstelling te vormen en wetenswaardigheden aan de geschiedenis te ontfutselen; toch blijven er na deze krentezoekerij altijd vragen over. Daarom wil ik in dit artikel voor "Oet Dorp en Marke" (en wellicht ook nog in volgende publicaties) wat aandacht besteden aan de onbelichte en/of onderbelichte merkwaardigheden, die mij al lezende getroffen hebben. In dit artikeltje gaat mijn aandacht uit naar "de tuffel", ofwel naar 'de aardappel' voor diegene, die het Twents niet, ofwel onvoldoende onder de knie heeft.

De materiële kant van het leven in Huize Keller was bij Aleida Leurink in goede handen.

Of het nu de stand van de rogge, gerst of haver betrof, of die van de torkse bonen, zij hield het allemaal goed in de gaten en er ging haar niet veel mis, ook niet wat de prijzen betrof, zij volgde die op de voet. Met grote regelmaat treffen we zinsneden aan als:
"Mooie rogge”
"De bonen bint verdrogt"
"Het vlas lig dael"

Deze dagelijkse zorgen zijn begrijpelijk, want de hoofdzorg was, zeker in die dagen, voor iedereen: Hoo hoalt wie 'n moond lös?" en "Bliew wie wa ant ett 'n?" Zij probeerde met haar veelzijdige activiteiten (o.a. ook spinnen en weven, waarover in een volgend artikel wellicht meer) op een fatsoenlijke manier met armoede van die tijd om te gaan en de honger buiten de deur te houden. En zo te lezen slaagt zij daarin voortreffelijk. Met geen woord rept zij over "de tuffel, de "aerdappel volgens haar, vandaag de dag toch volksvoedsel no, 1.

Pas in 1740 (1 oct.) merkt zij terloops op: van de aerdappel is het loof swart. In 1741 (6 oct.) nog eens: het loof is swart; in 1747 ( 1 mrt.): aerdappel in kleane keller nu older ant verken most’n brengen; in 1750 (18 nov.): aerdappel in kleine keller bevror'n en in 1753 (25 sept.): de aerdappels bint so klean as knikkers.

Uit geen van haar dagelijkse verhalen blijkt dat dit haar dagelijkse en grootste zorg was; toch gaat het hier over een voedingsmiddel, dat we nu niet meer weg kunnen denken.

Hoe was het toen, begin 18e eeuw, gesteld met de aardappel? En waren ze er al? Zo ja, sinds wanneer?

Wie een argeloze Twentenaar de vraag stelt hoe lang hij en zijn vroegere familie al aardappels eten, zal in veel gevallen te horen krijgen:"Dat hebt wie altied wa d oan!"

Is dat zo ? Enig speurwerk in de historie leert ons, dat dit zeker niet het geval is. De landbouwvoorlichting, R.V.U., W. H. Oltmans en de Ned. Landbouw 1800-1914, vertellen wat meer bijzonderheden over de aardappel , over "de tuffel " als verzamelnaam voor de 150 soorten, die we vandaag de dag kennen en die als volksvoedsel volledig ingeburgerd is.

De geschiedschrijvers vertellen ons, dat de invoering met horten en stoten is gegaan. En het heeft nagenoeg twee eeuwen geduurd voor hij zijn huidige waardering heeft gekregen.

In 1578 komen we de plant met z'n knollen en zaadbollen voor de eerste keer tegen in Spanje, onder de naam "taratouffle", wat later in Italie, waar ze hem "tarufoli" noemen; in Frankrijk, in de Ardeche, "tarifles" en in Sant Alban "truffole". Veel later in Denemarken "poteter" gedoopt en in Engeland "potato".

Dat de aardappel zo’n lange tijd nodig heeft gehad om uit te groeien tot een volwaardig volksvoedsel, wordt o.m. toegeschreven aan de verschillende groeiomstandigheden. In 1537 maakte de eerste Europeaan bij de Chibeka indianen in Bogota, Zuid-Amerika, kennis met de aardappel. In Zuid-Amerika dus, vrijwel recht onder de evenaar, tengevolge waarvan de dag en de nacht even lang zijn, elk 12 uur.

In Europa duurt de dag tijdens de groeiperiode van de aardappel, soms meer dan 16 uur en al dat daglicht wordt in het bladgroen chemisch verwerkt (fotosynthese). Dit ingewikkelde proces is voor de ontwikkeling van de plant minstens zo belangrijk als de voeding, die de plant via het wortelstelsel uit de grond haalt. Het gevolg is, dat deze van oorsprong Zuid-Amerikaanse plant, eenmaal in Europa uitgepoot, een overvloedig bloeiende plant vormt, die grote struiken ontwikkelt, met ondergronds zeer lange uitlopers, maar met heel weinig en heel kleine knollen en die derhalve zijn voedingsbetekenis als zodanig verliest.

Hoe dan ook, het heeft eeuwen geduurd, voordat hij geacclimatiseerd was en een welkome aanvulling kon vormen op het schrale dagelijkse menu.

ODEM1993 1 09Via botanische kloostertuinen.- reeds in 1578 komen we de aardappel tegen in Spanje bij de orde van de ongeschoeide Karmelieten in Sevilla - werd de teelt geleidelijk aan
verbeterd en kon hij zijn zege tocht beginnen en de markt veroveren.

In Friesland werd hij begin 18e eeuw nog gezien als voedsel voor de minder bedeelden.

Wellicht komt hier de naam "Brood der armen" vandaan. We mogen aannemen, dat oorlogen en geloofsvervolgingen en de daarmee verband houdende trektochten. zeer nauw verbonden zijn bij de verspreiding van "de tuffel" in Europa.

Historici spreken elkaar op het punt van de verspreiding nog al eens tegen. En men zegt, dat aanvankelijk de welgestelden er hun neus voor op haalden. Bij de ongeschoeide Karmelieten in Sevilla werd hij als een geneesmiddel gezien. Dit gevoel is anno 1992/'93 nog niet geheel uitgeroeid: in Bosnie geldt de aardappel heden ten dage nog als middel tegen de koorts.

Tussen 1720 en 1730 kwam de teelt voor in Oud en Nieuw Beveland; in 1739 in het gebied van Klundert; in 1699 werd de aardappel al in een "boer'nboedel " genoemd in Bemmel; in 1715 in de omgeving van Zutphen; in 1723 in Epse op een steenworp afstand van Deventer en pas 30 jaar later, in 1754, in de Kop van Overijssel, evenals in Roermond.

Voor 1750 bleef de verbouw voornamelijk beperkt tot de hofgronden van boerderijen, waar hij tesamen met andere groenten op beperkte schaal werd verbouwd. In 1812 echter was de aardappel al een belangrijk gewas en besloeg de teelt in Overijssel al zo'n 9% van het bouwland. In de tweede helft van die eeuw was er een sterke uitbreiding. Tussen 1851 en 1860 was dit percentage al gestegen tot 20% en dit had een inkrimping van de boekweit verbouw tot gevolg.

In 1740 maakt Aleida Leurink melding van de aardappel, terug dus naar "de tuffel" in Losser. Was Aleida Leurink de eerste in Losser die "tuffels" verbouwde? Of waren er boeren, burgers, die haar voor waren geweest? S.V.P. melden bij de redactie van "Oet Dorp en Marke". Dus niet wie de dikste "tuffels" verbouwde ... . dat wisten we al!

Als besluit van dit epistel volgt nog een recept uit "vroeger tijden", waarin "de tuffel" de hoofdrol speelt!

"Men kookt de aardappelen in water en roostert ze in papier gewikkeld in de as, tot ze zacht worden. Pel de rode schil er af, was dan het zeer witte vlees schoon, stamp het fijn en vermeng de massa met suiker, rozenwater en kaneel, voeg er wat boter aan toe, bak het geheel en nadat men het in meel heeft gewenteld, krijgt men. een gebak, ofwel "tafelgeschenk " van koninklijke smaak. EET U SMAKELIJK!!!

J. Luizink

Brilman's Fritske

Op vacantie in Tenerife mijmerde de Hr. J. D.Brilman (Oldenzaal) over "Brilman's Fritske", met wie hij genealogisch nog ergens verbonden was. Ooit was Briman's Fritske een bekende, kleurrijke, Losserse dorpsfiguur, die in het onderstaande gedicht aardig getypeerd wordt.

Fritske .. . ..

Hee was, zoa're was. zol gèn mèènske bedreeg'n,
Mangs ko'j 'm gleurn'n, mer hee kon ok good leeg'n,
De stearkste verhaal'n nam hee in de moond,
De weend weajd'n de put mangs krom in de groond.

Hee mog geer'n 'n borrel, doar deure heel völ vuur,
Mer urn 'm te koap'n, dat was hem te duur.
Hee har ait wa nutt'n, of kreant'n in 'n tuk,
En as 't hem te pas kwam, dan weark' n ’n luk.

Hee was gauw tevrea en leam'n nich duur,
Een ding dat was wisse, hee höl van ‘n natuur,
Kon roos'n oeculeer'n, har kiek op 't weer,
Kon goastokk'n maak'n en al zoawat meer .

Mangs gung hee streup'n, dat konne heel good,
En slacht'n hee 'n veark'n, dan stak-e dat dood,
zoa deare van al'ns, wus oaweral van,
Hee stun ok bekeand as n'n "biezunder'n man".

Bie 'n hotelhoalder Smitkes, harre'n goar'n opknapt,
"Kearl, kearl" zèèr 'n heer, "Dat hes ‘m mooi lapt!
"Nô zeij mie's gauw, wat mok diej nô gemm’n?
“ Frits zèèr: Och m'neer , 'k hoo'w d’ r niks veur te hemm'n

Mert Smitkes zèèr: "Niks! veur al dat gesappell"
N'n borrel dee mags nich, mer hier hes 'n appel",
Dat veul Fritske good teng’n, dat harre nich dacht,
Hee har, eerlijk is eerlijk, an 'n borrel zo'n smacht !

Mer twee daag’n later, toen pakt' n hee um weer,
Hee zett'n 'n flsche veur 'n kastelein neer;
"Wo 'j 'n eam vol doon, as 't kan tot de raand",
Mer de waard keek wantrouwig, want hee kenn' n den klaant!

Toch dèère de fles vol, zoa rechtstreeks oet ' t vat,
En too Fritske de flesche in 'n binnentuk had,
Zèère:"Morg'n krigs geald, dan kom ik wa wier"
Mer Smitkes dee zeej:"Niks heur, doo'n flesche mer hier".

Fritske deur net offe hartstikke kwoad wûr,
En greep in 'n aandere tuk van zien jas,
Doar harre nog net zonne flesche as 'n eerst'n,
Mer Smitkes wus nich dat doar water in was!

Tevrea met zi' k zulm geut de waard al dat water,
Wier tru'w in 't vat en hee lach'n doarbiej,
En Fritske dee dach'n":Lach doe mer, mien kearlke...
Mer de flesche met foezel is dit keer veur mie!!

Noe harre ' n borrel en zoonder gesappel
En dat smaak 'n 'm better as den smerig'n appel!

J . D. Brilman

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.