Oet Dorp en Marke

1993-2

Een 14e eeuws jacoba-kannetje uit losser

In 1960 vond de heer B.A. Beunders in het centrum van Losser bij de uitbreiding van het oude ziekenhuis aan de B. Leurinkstraat, een laatmiddeleeuws kannetje, in de volksmond meestal jacoba-kannetje genoemd. Tijdens de vondst is de kan in scherven gebroken, maar de verzamelde scherven zijn door de vinder aan elkaar gelijmd.
Het kannetje is 20 cm hoog en de middenopening is 7 cm breed. Het kannetje was nog voor 80% compleet. Het is recent bij de gemeentelijke archeologische dienst van Zwolle opnieuw gerestaureerd en bijgegipst.

De kan is vervaardigd uit witbakkende klei en is op de draaischijf gevormd. Daarna werd er met de hand een lusoor aan de hals en een geknede (geschulpte) voet aan de bodem
gezet.

De fabricage op de draaischijf is goed te zien aan de zogeheten draairingen. Op de hals komen dicht opeen gelegen groefjes en ribbeltjes voor. Zij lopen feitelijk spiraalvormig in elkaar door en zij kunnen als een variant van draairingen worden opgevat, niet als versiering. Het kannetje is in een oven tot ca 1200 graden verhit, zodat de klei met zijn bestanddelen versinterde en daardoor keihard en niet doorlaatbaar steengoed werd. Door tegen zo een kannetje aan te tikken, is de mate van hardheid te horen aan de helderheid van het geluid.

De kan uit Losser is op grond van zijn vormgeving dateerbaar tussen 1325 en 1375.
Het steengoed uit de 14/15e eeuw wordt naar een van de fabricagecentra aangeduid als Siegburg steengoed. Het is op allerlei plaatsen in de omgeving van Keulen in enorme aantallen bedrijfsmatig gefabriceerd door in gilde-verband georganiseerde pottenbakkers.

Daarna werd het in de wijde omgeving verhandeld. De functie van de kannen (met een inhoud van ca 0,75 liter), bestond vooral uit het schenken en uitdrinken van alcoholische dranken, meestal bier, waarschijnlijk soms wijn.
De geïmporteerde steengoed producten uit de 14/15e eeuw waren vooral aangetroffen bij kastelen, kloosters en steden, aanzienlijk minder in het armere milieu van dorp en platteland. Daar gebruikte men in die tijd hoofdzakelijk grijs en roodbakkend aardewerk.

A.D. Verlinde

ODEM1993 2 01schaal 1 : 3 Steengoedkan gevonden in Losser

Oaln toorn

ODEM1993 2 02Oh Tweantelaand, mien Dinkellaand, 't laand, woar ik bin geboorn
in 't doarp roond 'n oaln toorn.
Wat zol dee könn'n vertell'n
as hee alns wol vermel'n
van alle meanske, jong en oald.
Dan bleef gineen 't herte koald.

Hee was d'r ait, in leef en leed,
in bliedschop en ok wa bie verdreet,
dan wör d'r tied en de leu dee wuss'n dan bescheed.
De deur gung los van ieder hoes um efkes stil te stoan en stil te löster'n,
d'r was wat neijs, d'r was wier wat te flöster'n!

An 't luud'n koj 't wa heurn (dee ’t heurn wol): oh joa, doar zat wa geald....
dan gung 't er of, dan luud'n 't spul van woonder en geweald."
't Lag an de luuders, want dee kearls dee trokken an de tow,
dee wuss'n wa: n'n borrel too, dan kekk'n ze nich zo nauw.
Mangs gung nich har, dan dach'n wie: de trekkers bint gauw meu;
wie wuss'n dan: dee klokk'n doar löd veur een van de kleane leu!

Toch hop ik, da'w in disse tied de klokk'n nog wier zölt heurn;
dat hoalt 't doarp zo bie mekaar, d'r kan zo völ gebeurn !
As 't nije roadhoes dan temet heel deftig in wad löd
dan hop ik toch veur oos en alleman, dat 'n Oaln Toorn dat wier döt.

(een overweging van Mevr. L. Nijkerken-Vermeulen uit de tijd, dat het "nieuwe" gemeentehuis bijna klaar was en de Oude Toren noodgedwongen moest zwijgen, omdat de klokken in reparatie waren.)

Klootschieten

Inleiding en uitleg in het kort.
Wie voor het eerst van deze sport hoort fronst veelal even de wenkbrauwen ! Toch was het vroeger een zeer bekende sport, die in de middeleeuwen (± 1500) overal beoefend werd.
Het woord kloot is een oud Nederlands woord voor: bal, kogel; het woord schieten staat voor werpen, gooien, vooruitdrijven.

Vanuit Twente en de Achterhoek herwint "'t oale spel" weer aan populariteit.

De kloot
De kloot is een ronde, van hard hout of niet verende kunststof gedraaide bal, kruislings doorboord en verzwaard met lood. Zo’n kloot hoeft voor Nederland maar aan een eis te voldoen: de minimum doorsnede mag niet kleiner zijn dan 50 mm. Het gewicht van de kloot is geheel vrijgelaten. Met wat variaties weegt hij tussen de 200 en 500 gram.

ODEM1993 2 03De donkere vlakken geven aan waar in Nederland klootschieten actief wordt beoefend.

De techniek
Hoewel ook in Nederland wel nieuwe technieken worden ontwikkeld, is het meestal nog zo, dat de kloot onderhands wordt geschoten, waarbij de arm gestrekt langs het lichaam wordt gezwaaid. Dat lijkt nogal gemakkelijk, maar de praktijk zal uitwijzen, dat het moeilijker is dan U denkt!

De wedstrijd
Er wordt een parcours uitgezet van 4 à 5 km over verharde wegen. De deelnemende teams bestaan uit 3 of 4 personen. De starter laat twee teams tegelijk starten. Als voorbeeld nemen we de partijen A en B. De nummers 1 van beide teams blijven bij de startstreep; de overige teamleden lopen vast vooruit om de kloot zosnel mogelijk aan de kant van de weg te kunnen lokaliseren. De eerste schutter van partij B probeert dit schot te overtreffen.
Lukt dit niet, dan is de tweede speler van partij B aan de beurt. Lukt het hem wel de eerste bal te passeren, dan is daarna de tweede speler van partij A aan de beurt. Zo gaat het om en om het hele parcours lang. In theorie is het dus mogelijk, dat een erg goed schot pas door 3 of 4 schoten van de tegenpartij wordt overtroffen.

Winnaar is het team, dat de afstand in het kleinste aantal schoten aflegt.

ODEM1993 2 04Klootschieten in Nederland
Naast de vele tournooien spelen ongeveer 3000 klootschieters(sters) in Twente, Achterhoek en IJsselstreek in verenigingsverband hun competities binnen hun federaties of afdelingen, onder de vlag van de in 1976 opgerichte Nederlandse Klootschieters Bond (N.K.B.). Ook buiten die genoemde streken wordt b.v. op campings veel aan deze recreatieve trimsport gedaan. Hierbij moet vooral aan Zuid-Drente worden gedacht.

Klootschieten internationaal
In Noord-Duitsland, aan de kust van Oost-Friesland en in Sleeswijk-Holstein wordt het klootschieten (in bepaalde gebieden "Bosseln" genoemd) volop bedreven door een tweetal bonden met samen meer dan 30.000 leden. Ook in Ierland, in het zuiden bij het plaatsje Cork en in het noorden bij Belfast, wordt klootschieten beoefend (Road Bowls and Bullets). Daar wordt op de straat geschoten met stalen of ijzeren kloten van 800 gram.

Passend bij de volksaard wordt hierbij ook gewed. Het overkoepelende orgaan van de twee Duitse bonden, twee Ierse bonden en de N.U.B. is de INTERNATIONAL BOWL PLAYING ASSOCIATION (I.B.P.A.).
Om de vier jaar worden er Europese kampioenschappen georganiseerd.

Gerhard en Herman Poorthuis,jr

Uit de oude doos

ODEM1993 2 05

Opsporing Verzocht

ODEM1993 2 06

Een donkere foto van een winkel ergens Losser.

Deze fotokaart is verstuurd vanuit Losser en aangekomen in Wolvega op 02-09-1912.

Met andere foto's heb ik een vergelijking gemaakt: het winkelpand waar later de familie Beunders een ijzerwinkel had, kwam er het dichtste bij. Dit pand werd toen bewoond door de families Spin en door Schilder Meijer.

Wie geeft uitsluitsel ?

Gaarne contact opnemen met,

J. Poorthuis tel: 05423-856239

Zo was het eens, Kerkstraat

ODEM1993 2 07

Een sfeervol plaatje van de Kerkstraat in 1910 met de brug over de dorpsbeek en een van de prachtige petroleumlampen. De beek was vroeger de scheiding van het dorp met op de voorgrond het Voordorp en aan de andere zijde van de beek het Achterdorp. Op de linkerzijde van de foto de prachtige afrasteringspalen van de Ned.Herv.Kerk uitgevoerd in Bentheimer zandsteen. Waar is al dit moois toch gebleven ?

Met in het midden de boerderij van de Fam. Morshuis. Thans is hier de electra winkel van Dijkstra.

ODEM1993 2 08

Een wel heel schril contrast met de foto uit 1910 op dezelfde plek.De mooie zomer van 1992 mensen op een terrasje, reclame borden met softijs, een moderne lamp in oude stijl voor de Ned.Herv.Kerk. Op de plaats waar nu de kerk staat, stond vroeger het "Doggenhoes". Dit bouwwerk is aangekocht door de Hervormde Gemeente in 1809 van Jan Teylers waarna begonnen is met de bouw van de Kerk. De eerste dienst werd gehouden op 23 december 1810.

De familie "Bonke" vier generatie's organisten

 

ODEM1993 2 09
Het Bonkenhoes

Het geslacht Bonke ontleend zijn naam zoals zovele aan een boerenerf. In dit geval aan het erve Bonckinck, later ook wel Bonke geheten en gelegen gelegen in de buurtschap Lattrop. Zie register van landerijen uit 1601: Bonckinck.

De familie Bonke brengen wij in verband met het "BONKENHUIS" op de markt waar Hr. F. Morsink een lijstenmakerij en kunsthandel had.
Herm Bonke schoolmeester, koster en organist te Losser, heeft huis en schoppe gekocht van de weduwe en kinderen van Albert Gerritzen te Losser voor f 325.- gulden op 15-11-1784.

Deze Herman Bonke was geen ingezetene van Losser, hij was geboren in Denekamp op 22 maart 1763.
Beroepen als schoolmeester koster en organist te Losser " den 30 januarie 1782, eerste dienst 2 februarie 1782."

1. Harmen Bonke geboren te Lattrop ged. 01-04-1707 Ootmarsum.
Huwde te Ootmarsum op 01-06-1733 met Janna Scholten geboren te Breckelenkamp ged. 20-06 1706 te Ootmarsum.
Harmen werd door de Marke Lattrop op 12-10-1725 als schoolmeester aangesteld, later was hij ook nog Boerrichter in de Marke.

Kinderen allen gedoopt te Ootmarsum

Harmen 07-03-1734
Steintje 07-08-1735
Jan 25-08-1737
Jurien 11-08-1739 volgde zijn vader in 1772 als schoolmeester op.
Fenneken 29-07-1741
Gerrit 29-11-1741
Geertken 17-11-1747

2. Harmen Bonke geboren te Lattrop ged. 07-03-1734 te Ootmarsum.
Huwde te Denekamp ± 1758 met Derkje Broese ged. 01-07-1736 Denekamp.
Harmen Bonke volgde in 1758 zijn schoonvader op als schoolmeester en organist van Denekamp.

Kinderen;

Hermannes ged. 22-03-1763 te Denekamp

3. Hermannus Bonke geb. 22-03-1763 te Denekamp overl. 14-01-1845 te losser.
zoon van Hermen Bonke schoolmeester en van Derkje Broese dit was een dochter van schoolmeester Broese.

Hij was voor de eerste maal gehuwd op 14-09-1784 te Oldenzaal met Helena Stroink geb. 09-03-1736 te Oldenzaal dochter van Willem Stroink, overl. 02-05-1814 te Losser.

Hermannus Bonke huwde voor de tweede maal op 07-07-1814 Losser met Joanna Immink ged. 24-02-1795 Losser overl. 23-01-1854 Losser dochter van Jacobus Immink Predikant te Losser en Hendrika Barfde. Hermannus Bonke was schoolmeester koster en van 14-01-1782 tot januari 1845 organist van de Hervormde kerk bijna 63 jaar.

In de topgevel van de Hervormde kerk op de Zandstenen wijzerplaat staat te lezen: A. Bonke datum (d.i.:Gegeven door Bonke). Dit is een herinnering aan de eerste Bonke in Losser.

Kinderen.

Hermannus Hendrikus geb. 11-07-1815 Losser. overl. 12-09-1861 Losser.
Johanna geb. 21-12-1816 Losser overl. 20-11-1857 Losser.
Derk geb. 13-01-1821 Losser.
Hendrikus geb. 31-05-1826 Losser.
Joachim Adolph 27-06-1829 Losser.

4. Hermannus Hendrikus Bonke schoolonderwijzer geb. 11-07-1815 Losser overl. 12-09-1861 te Losser.
Hij huwde op 24-11-1840 te Denekamp met Johanna Dorothea Mann geb. 22-06-1817 Ede.

Volgens een akte van 26-01-1845 werd Hermannus Hendrikus Bonke op zijn verzoek door de Kerkvoogden benoemd tot organist, koster, voorlezer, voorzanger en ontvanger van de Hervormde Gemeente Losser. Als onderwijzer was hij zijn vader al opgevolgd 19-07-1839.

kinderen;

Hermanna Johanna geb. 08-06-1841 Losser
Hermannus Johannes geb. 07-10-1842 Losser overl. 18-01-1912 Losser
Willem Godefridus geb.24-12-1844 Losser overl. 13-04-1917 Bussem.
Johannes Adrianus geb. 06-03-1847 jong overl.
Marinus Diderikus geb. 02-05-1849 Losser overl. 02-07-1913 Losser.
Johannes Adrianus geb. 03-01-1851 Losser jong overleden.
Johanna Wilhelmina geb. 21-12-1853 overl. 08-01-1918 Arnhem.
Maria Johanna geb. 18-11-1855.
Cornelia Theodora geb. 06-02-1861 Losser jong overleden.

5. Hermannus Johannes Bonke geb. 07-10-1842 Losser overl. 18-01-1912 Losser huwde op 21-11-1869 Losser (Hervormde kerk) met Wilhelmina Stokhorst uit Gildehaus; ze is op 27-12-1907 overleden te Losser.

Hermannus was zijn vader als organist van de Hervormde kerk in 1861 opgevolgd.

Kinderen.

Hermannus Hendrikus geb. 15-09-1870 Losser jong overleden.
Maria Johanna geb. 27-02-1872 Losser jong overleden.
Hermannus Hendrikus geb. 22-05-1873 Losser.
Hendrikus Johannes geb. 16-03-1875 Losser overl. 19-03-1934 Enschede.
Maria Johanna Dorothea geb. 05-06-1877 Losser overl. 30-11-1893 Losser.
Hermannus Hendrikus geb. 21-05-1879 Losser jong overleden.
Johanna Adriana geb. 13-02-1881 Losser.
Hermannus Hendrikus geb. 05-10-1885 jong overleden.

6. Hendrikus Johannes Bonke geb. 16-03-1875 Losser overl. 19-03-1934 Enschede.

Hendrikus volgde zijn vader in 1912 officieel als organist op. Zo is de familie Bonke 152 jaar de Hervormde Gemeente van dienst geweest.

Geraadpleegde boeken en artikelen;
"Ons Blaadje" van de Hervormde Gemeente.
Grondstukken en bewoners in Dorp Losser omstreeks 1820. Historische Kring Losser
Het Heininkshoes
Martinustoren
Het Bonkenhoes

Heraldiek

Zo op het eerste gezicht niets, maar bij het doorworstelen van de heraldiek* kom je zo af en toe dingen tegen, waarvan je zegt:" Hoe is het mogelijk?" Zo kwam ik aan het mijmeren over bovenstaande vraag. Het antwoord is nogal uitgebreid, maar ik zal trachten mijn hersenkronkels op papier te zetten.

De Grieken - de stamvaders van onze beschaving hadden nogal wat legenden, tenminste als men hun Godenverhalen als legenden af mag schilderen. Een van die verhalen gaat over de Argonauten. De Argonauten waren de schepelingen van het schip Argo, het eerste grote schip, dat onder leiding van Athene werd gebouwd. Delias gaf aan Iaason opdracht om het Gulden Vlies te halen, dat bijzondere krachten bezat. De bezitter van het Gulden Vlies was onkwetsbaar. Iaason stelde voor deze gevaarlijke opdracht een bemanning samen van Griekse grootheden, o.a. Heracles, Costor, Pollux, Peleus en Orpheud.
Na heel veel omzwervingen gelukte het aan Iaason om het Gulden Vlies -een gouden schaapshuid te bemachtigen. Na thuiskomst werd het schip Argo als dank aan de hemel geplaatst en is nog steeds ander die naam als sterrebeeld aan de zuidelijke hemel te zien, ook bekend onder de naam "Argo Navis" (= Schip Argo).
Dat was de eerste akte.

Eduard III, koning van Engeland, danste met zijn maîtresse, de gravin Salisbury, op een bal, waarbij zij haar blauwe kousenband verloor. Toen de koning deze wilde oprapen, raakte
zijn hand in de rok van de gravin verward, met als gevolg, dat zij v(d)oor de aanwezigen belachelijk werd gemaakt. De koning zou daarop gezegd hebben:"Honni soit qui mal y pense" (Wee hem die er kwaad van denkt) en zwoer, dat hij de kouseband in zulk een eer zou brengen, dat zelfs de spotters er naar zouden hunkeren. Zo zou hij de Engelse orde van de 'Kouseband' gesticht hebben. Alleen vorsten en leden van de Engelse hoge adel kunnen in deze orde worden opgenomen.
Einde tweede akte.

Naast Engeland was vooral Bourgondië een grootmacht. En zoals grote heren, en niet minder grootmachten betaamt, wil wat de een heeft de ander nog beter en groter hebben.
Daarom speet het de Hertog Philips de Goede, dat hij niet zoiets had als de Engelse koning: een orde met aanzien over de gehele wereld. Op een kruistocht tegen de Turken in Syrië, waarbij de oorlog niet zo liep als de Hertog van Bourgondië wel graag zou zien, vertelde hij zijn mannen het verhaal van de Argonauten en hun heldendaden. Op 10 januari 1429, de dag van zijn derde huwelijk met prinses Isabella van Portugal, stichtte de hertog de orde van het Gulden Vlies. In de statuten van 27-11-1430 staat: "Ter ere van de allerheiligste Maagd Maria en de Apostel Andreas, schutspatroon van het huis Bourgondiër". De ordetekenen waren een gouden lam, dat aan een ketting van 'Brikettes de Bourgogne' hing.
Deze 'brikettes' kennen wij nu als 'Vuurslagen'. Als U een schilderij van oude, hoge Nederlandse Adel ziet, dan wordt deze persoon vaak met deze orde-tekenen afgebeeld. (O.a. Willem de Zwijger in zijn jonge jaren). Deze vuurslag met vlammen komt ook op verschillende Bourgondische familiewapens voor. (tek.1)

Derde bedrijf.
Op 16 mei 1548 is in Frenswegen, bij Neuenhaus, vlak over de Duitse grens, een grenstraktaat gesloten. Daarbij werd bepaald dat op alle grensstenen het wapen van de Bourgondiërs zou worden gehouwen. En waar kon men het beste beginnen met het slaan van de Bourgondische wapens? Natuurlijk daar, waar steenhouwers voorhanden waren. Dat was in Gildehaus. Onze grensstenen kwamen daar vandaan en het was een koud kunstje om de stenen, welke al in het veld stonden te voorzien van het wapen van de Bourgondische heersers. Nu was in die tijd een familiewapen een afspiegeling van de bezittingen van de bezittingen, die tot de familie behoorden. En de Bourgondiërs hadden nogal wat bezittingen.

Om het hele Bourgondische wapen op de stenen te houwen was veel te omslachtig. Lang alle stenen zijn ook niet aan de beurt gekomen bij het aanbrengen van de wapens. Om het werk te vereenvoudigen werd in de meeste stenen slechts een gedeelte van het Bourgondische wapen aangebracht. Het St. Andrieskruis, de Briquet de Bourgondië, een combinatie van deze, maar ook een "B" (bij Venlo). Zo komen we dus bij het einde van mijn hersenkronkel. Het sterrenbeeld Argo, heeft door de herinnering aan de verovering van het Gouden Vlies en de instelling van de orde van het Gouden Vlies en door het opnemen van onderdelen van het Bourgondische wapen op onze grensstenen wel degelijk met elkaar te maken gehad. Maar niet alleen op grensstenen, ook op de versierselen van de Nederlandse Militaire Willemsorde komen de gekruiste lauriertakken voor uit het wapen van Bourgondie.

*heraldiek: kennis over wapens zoals Rijks-, gemeente-, en geslachtswapens.

ODEM1993 2 10 ODEM1993 2 11

tekening 1.

Vuurslag voorkomend als schakel van de ketting behorend bij de orde van het Gulden Vlies. (Zonder
vlammen )

Tekening 2.

Gekruisde takken ook wel AndreasKruis als symbool van de Schutpatroon van het huis Bourgondie.

H. Damhuis

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.