Oet Dorp en Marke

Losser en zijn zouaven

Tussen 1860 en 1870 gaven ruim 3000 Nederlandse mannen gehoor aan de oproep van paus Pius IX om te helpen bij de verdediging van de Kerkelijke Staat tegen de pogingen van koning Victor Emanuel om Rome tot hoofdstad van geheel Italie te maken.
De pauselijke soldaten werden zouaven genoemd en katholieke ouderen herinneren zich van de lagere school misschien nog wel de naam van de meest bekende Nederlandse zouaaf.
Dat was Pieter Jong uit Lutjebroek, die in 1867 op 25-jarige leeftijd sneuvelde in de slag bij Monte-Libretti na een aantal "Garibaldisten" over de kling te hebben gejaagd..

Om dichter bij huis te blijven, ook over de Twentse zouaven is wel het een en ander gepubliceerd, nog niet zo lang geleden door Mr. G.G.J.W. Weustink in het "Jaarboek Twente 1988". Zijn artikel "Oldenzaalse zouaaf vocht met rovers in Italië gaat in hoofdzaak over Bernard Davina. Ook de gemeente Losser had zijn zouaven en wel Caspar Jacobs uit de Lutte, Gerard Jonkman uit Losser en vermoedelijk nog enkele anderen.

De eerste, geboren in Amsterdam, was weduwnaar en 30 jaar oud bij vertrek naar Rome eind 1866. Van beroep was hij timmerman. De tweede, een boerenzoon, geboren "marke Losser, nr.79", trad op 20-jarige leeftijd toe tot het pauselijke leger. Dat was in 1867, maar hij woonde toen al niet meer in Losser, doch in de Pruisische plaats 'Drivorden'. Zo staat het althans in de stukken van het Zouavenmuseum te Oudenbosch, waar veel, maar niet alles, over de Nederlandse Zouaven bewaard wordt.

Jacobs en Jonkman hadden het gebruikelijke tweejarige contract en kwamen na afloop weer in hun woonplaatsen terug. Van de eerste is vrij veel bekend, onder meer door zijn brieven uit Rome aan kapelaan H.A. Scheider. Met betrekking tot de tweede zijn maar weinig gegevens beschikbaar. Namen van andere zouaven, die een band met de gemeente Losser hadden, zijn mij niet bekend. In de Twentsche Courant tussen 1860 en 1870 werden van de naar Rome vertrokken vrijwilligers meestal niet de namen, maar wel het aantal genoemd. Op grond daarvan kreeg ik de indruk, dat Jacobs en Jonkman niet de enigen waren. Misschien kunnen lezers/lezeressen van dit Orgaan mij nog aan andere namen helpen. Tot op heden kon ik op grond ven gegevens uit meerdere bronnen ruim 50 zouaven opsporen, die op de een of andere manier een band met Twente hadden. Dat geldt dus ook voor
zouaven, die eerst na hun demobilisatie hier in de streek kwamen wonen. Als voorbeeld noem ik Henri Kleinschmitt, geboren te Sneek, die van 1904 tot zijn dood in 1921 pastoor in Lonneker was en de molenaar Adri Schellings te Denekamp, overleden in 1905 en afkomstig uit Noord-Brabant.

Van beide personen zijn de grafzerken nog intact.

Wanneer u (aanvullende)informatie kunt geven over Losserse zouaven dan zou ik dat erg op prijs stellen.

Enschede, 10 januari 1994

J.H.R.Wiefker
Dorsstokhoek 10
7546 LZ Enschede
(of via de redactie: H. Bourgonje tel. · 81615 )

ODEM1994 1 13

“ ’n Gaffel" met ‘t “Sokkerhoes” en het brandspuithuisje.

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.