Oet Dorp & Marke

Hoofdbreken over een heilige

Tijdens de laatst gehouden Nieuwjaarsbijeenkomst werd er in de quiz een dia vertoond van het gemeentewapen van Losser met de vraag: "Wie is de heilige die is afgebeeld op het wapen?" Er waren reacties en mogelijkheden genoeg: St.Plechelmus, St.Martinus, Baldericus van Kleef, Ludgerus, de heilige Wiro, Otgerus en zelfs St.Silvester behoorden tot de mogelijkheden.

Om te beginnen werd het wapen van Losser in allerijl ontworpen door de heer Hoefter, directeur van het museum van de vereniging tot beoefening van Overijssels Regt en Geschiedenis, in 1898, omdat voor de nieuwe statenzaal van het provinciehuis een gebrandschilderd raam zou worden gemaakt met de wapens van alle gemeentes in de provincie Overijssel.
Bij Koninklijk Besluit van 10 november 1898 werd door de Hoge Raad van Adel goedkeuring verleend tot het voeren van het wapen als hieronder beschreven:

  • "Gedeeld I in azuur een kruis van goud, vergezeld in het eerste kwartier van een ten halve lijn uit den rechter kruisarm opkomenden bisschop met aangezicht en handen van natuurlijke kleur. Mijter en gewaad van goud en zilver en een kromstaf van goud;
  • Gedeeld II in keel drie schietspoelen van goud, geplaatst twee en een, het schild omgeven door een randschrift:"Gemeentebestuur van Losser".
    (Azuur is de in de heraldiek gebruikelijke aanduiding voor blauw. Keel is de heraldische term voor rood). (*1)

Losser was eeuwenlang een kerspel van Oldenzaal en werd ook vanuit die stad bediend.
In 1811 scheidde Losser zich of van de "moederstad" Oldenzaal en werd een zelfstandige gemeente. De ontwerper van het wapen heeft hierop geduid door het wapen te halveren. In het eerste kwartier staat de heilige, afgeleid van het stadswapen van Oldenzaal, de andere helft duidt op de middelen van bestaan.

ODEM1994 2 02
Het uit 1889 daterende wapen van de gemeente Losser (tek P. Molemaar)

Het stadswapen van Oldenzaal werd bevestigd door de Hoge Raad van Adel op 24 november 1819 op grond van een brief van de toenmalige Burgemeester F.C.W. Stork met daarin een lakafdruk van het stadswapen onder vermelding "hetzelfde is oorspronkelijk van bisschop Baldericus van Kleef, stichter van het kapittel van OldenZaal".
Stork hield zich overigens op de vlakte bij de naamgeving van de prelaat in het zegel en sprak van "het borstbeeld van een bisschop". (*2)

Burgemeester Mr. H.W.J. Scholtens van Weerselo, welke gemeente evenals Losser eertijds een kerspel van Oldenzaal was en wiens gemeente ook een bisschopsfiguur voert in het gemeentewapen, verwijst naar een vaandel, dat sedert 1747 in Ootmarsum op het gemeentehuis wordt bewaard. Op het wapen staat een St. Martinus figuur te paard. Volgens hem is in het wapen deze figuur geleidelijk aan vereenvoudigd tot borstbeeld. (*3)

Burgemeester Van Helvoort schrijft:" Onze gemeente was eertijds met haar verschillende marken deel van het stad- en landgericht Oldenzaal in het kwartier Twenthe. De historische band met Oldenzaal wordt vastgelegd door het wapen der oude 'Plechelmusstad' over te nemen in het ene gedeelte, terwijl in het andere deel middels drie schietspoelen de hoofdbron van Lossers bestaan wordt gesymboliseerd: de weverijen, met het randschrift "Gemeentebestuur van Losser". (*4)

Volgens de Heer W.G.A.J. Röring stichtte Balderik van Cleve, bisschop van Utrecht, in 954 het kapittel van Oldenzaal en begon met de bouw van de Plechelmuskerk, welke heilige de patroonheilige werd; daarvoor was het Sint Silvester.
Het hoofd van het kapittel was de Proost, die tevens aartsdiaken van Twente was. Tot 1528 zijn de aartsdiakens gekozen uit de kanunniken van St. Maarten te Utrecht. (*5)

De Heer J.H.R.Wiefker stuurde naar aanleiding van de quiz een door hemzelf geschreven krantenartikel op, dat is afgedrukt in dagblad Tubantia d.d. 20 februari 1993, getiteld:"Heiligen hebben gelukkig weinig last van frustraties". In het boeiend geschreven artikel constateert de Heer Wiefker o.a. dat na bestudering van een aantal stadszegels in het oude archief van Oldenzaal, hij geneigd is te veronderstellen, dat er in de 14e eeuw een vrij abrupte vereenvoudiging in de afbeelding van de St. Maartens figuur heeft plaats gevonden, door een andere opzet van het zegel, voortgezet in de daarop volgende eeuw.

ODEM1994 2 03
In 1563 is er evenwel een "terugkeer" naar een meer complete St. Maartens figuur. Deze drie schetsjes laten deze ontwikkeling duidelijk zien.

Reeds in de 14e eeuw moet het stadszegel van Oldenzaal ingrijpend zijn gewijzigd. Binnen de contouren van een vesting kwamen vier kwartieren. In het eerste kwartier, een minuscule ruimte, kwam een figuurtje, vermoedelijk een bisschop voorstellende.
Uit enkele, nog betrekkelijk gaaf bewaard gebleven exemplaren in het Oldenzaalse stadsarchief zijn die figuurtjes hierboven vergroot weergegeven. Ze komen pas in het vizier na enig turen met een loep.
De afbeelding links, met mijter en afhangende linten, stamt uit 1351. In het midden die van 1473, omtrekken van een gezicht met een soort sombrero. En tot slot 1563, met knip in de mijter?

ODEM1994 2 04Met het trekken van conclusies uit de vormgeving van de bisschop zoals bovenstaand aangegeven, moeten we echter wel heel voorzichtig omgaan, ook al vanwege bestaande verschillen tussen stadswapen en stadszegel.
Het oudst bekende stadszegel van Oldenzaal uit de 13e en 14e eeuw, St. Martinus te paard met uitwaaiende mantel en opgeheven rechterhand. Boven rechts het woord 'Martinus'. Rondom het geheel een randschrift met de Latijnse woorden voor 'Het zegel van de stad Oldenzaal.

Verder vermoedt de Heer Wiefker, dat men noch in Weerselo, noch in Losser beseft heeft, dat de afbeelding historisch gezien St. Martinus voorstelde, die van 372 tot zijn dood in 397, bisschop was in Tours, in Frankrijk. (*2)

In "Stad en Land van Twenthe" schrijft J.J. van Deinse, dat Baldericus van Cleve, die van 918 tot 976 bisschop van Utrecht was, de stad Oldenzaal aan de Sint Martinuskerk in Utrecht in eigendom gaf. Sedert die tijd zijn de bisschoppen van Utrecht "Heren van Oldenzaal" geweest. (*6)

De Heer K.H. Sierksma geeft in zijn beschrijving van gemeentewapens bij het wapen van Oldenzaal nog de volgende uitleg: de wapenbeschrijving meldt niet, dat de kroon 5 bladeren heeft. Het wapen werd volgens de overlevering aan de stad geschonken door bisschop Baldericus van Kleef, stichter van het kapittel van Oldenzaal.
Aangenomen kan worden, dat zijn borstbeeld in het eerste kwartier staat. Verder vermeldt hij, dat de Overheid in Nederland er grote waarde aan hecht, dat de publiekrechterlijke lichamen verantwoorde wapens voeren. (*7)

Navraag in het stadsarchief van Oldenzaal brengt ons bij de Heer J. Oude Essink Nijhuis, stadsarchivaris aldaar, die er stellig van overtuigd is, dat de bisschopsfiguur St. Martinus voorstelt omdat, naar zijn zeggen, het bisdom Keulen probeerde zijn invloedgebied in die tijd uit te breiden. Plechelmus, Wiro en Otgerus werden door Utrecht naar Oldenzaal gestuurd om de stad te ompalen en zó het territorium te zekeren. Daar het bisdom Utrecht St. Martinus als patroonheilige voerde, was het voor de hand liggend, dat Oldenzaal deze heilige overnam.

Mevrouw Stappers-Vürtheim is het met deze theorie helemaal niet eens, want volgens haar kunnen Plechelmus, Wiro en Otgerus nooit in Twente en Oldenzaal geweest zijn, omdat deze missionarissen het geloof binnen het Frankische Rijk mochten verkondigen. Twente en Oldenzaal hoorden daar niet bij.
Over Baldericus van Kleef vertelt ze: "Bisschop Balderik was niet alleen degene die het herstel en de nieuwbouw van kerken krachtig ter hand nam, maar hij heeft tevens veel gedaan voor de verspreiding van de heiligen verering. Er werden niet alleen relicten van buitenlandse heiligen uit Italië naar Utrecht gehaald, maar hij zocht ook naar overblijfselen van vaderlandse heiligen, die tijdens de Noormannenperiode, bij de vernietiging van kerken, verloren waren gegaan. Zo vond hij met vele anderen, ook de relieken van Plechelmus terug. (*8)

ODEM1994 2 05Grafzerk van Bisschop Balderik van Cleve

Wijlen de Heer B. Holst, Losser kenner bij uitstek, was er vast van overtuigd, dat de bisschopfiguur Baldericus voorstelde.
Als men de grafzerk van bisschop Balderik van Cleve, die zich in de Plechelmusbasiliek bevindt, beter bekijkt en men houdt het wapen van Losser er naast, dan blijken de mijters in vorm en met de dubbele mijterpunt grote onderlinge gelijkenis te vertonen.

St. Martinus, die men in de regel herkent als een ruiter te paard met een wapperende mantel, heeft men beroofd van de attributen die hem juist zo herkenbaar maken.
Er zijn ongetwijfeld meer onderzoekers die zich met deze heilige hebben bezig gehouden en er over hebben gepubliceerd.

Daar er in de tijd van Philipus Rovenius in het begin van de 17e eeuw, veel materiaal uit het stadsarchief van Oldenzaal is verdwenen, kan men geen definitief uitsluitsel geven, omdat de directe bronnen niet meer aanwezig zijn.

De meeste stemmen komen op naam van St. Martinus, maar ook Baldericus en Plechelmus komen in aanmerking.
Wie van de drie?
Drie patroonsheiligen voor Oldenzaal, Losser en Weerselo.
Wij stellen ons tot in lengte van dagen graag onder hun voorspraak en bescherming. Maar de ware Heilige uit het wapen is tot op heden nog niet opgestaan.

S.Meijerink-Hannink

Verantwoording:

  • 1 de gemeentegids van Losser 1993
  • 2 Heiligen hebben gelukkig weinig last van frustraties Tubantia 20 febr. 1993 - J.H.R. Wiefker
  • 3 Stadszegels en wapens van Oldenzaal Mr.H.W.J. Scholtens in Overijsselse Historische Bijdragen
  • 4 Losser Voorheen en Thans - 1926 - blz.3 G.J.A. van Helvoort
  • 5 Kerkelijk en Wereldlijk Twenthe W.G.A.J. Röring - blz.140/141
  • 6 Stad en Land van Twenthe J.J. van Deinse - blz.122
  • 7 De Gemeentewapens van Nederland K.L. Sierksma
  • 8 Twaalf eeuwen Oldenzaal Mevr. A. Stappers-Vürtheim - blz.14/15

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.