Oet Dorp & Marke

Het Huis Rüenberg

Aan de straat Gronau-Bentheim, ter hoogte van het Drielandenpunt, waar zich de oude, verweerde grenssteen uit 1659 bevindt, heeft het huis Rüenberg gestaan.

Voor zover we nu kunnen nagaan wordt huis Rüenberg voor het eerst genoemd in het jaar 1302, het is een van de oudste burchten uit onze omgeving en werd al vermeld lang voordat er over Gronau iets bekend was.
De Bisschop van Munster verklaart op 3 februari 1302, dat hij het uit enige akkers bestaande leengoed van Heylewigs, Frau des Reinbertus de Remen, gekocht heeft. Hij geeft haar daarvoor enigen lenen als 'burglenen' van Nienborg. Hiertoe behoren o.a, Geredynch in Usselo en Dame in Lonneker, beide, toebehorende aan Weiphusen, nu huis Rüenberg zoals we verderop zullen zien.
Daar volgens het leenboek van Bisschop Florenz van Munster in het jaar 1370 de Von Remens tot de borgmannen van Nienborg behoorden, zal ook Rüenberg, het oude hoofdhof Weiphusen, in die tijd een 'burgleen' van deze familie geweest zijn. De Von Remens waren een tak van de familie Van Loen en verwant met de familie Van Elen, waarnaar wellicht de boerschap Eilermark vernoemd is. De hoofdhoven breiden hun bezittingen na de Saksenoorlogen uit met nieuwe hoven die dan verpacht worden. Ook de hof Wesselink (Wesselman), van oudsher toebehorend aan Rüenberg, is waarschijnlijk zo gesticht.

Dat er in Duitse archieven weinig over het huis Rüenberg te vinden is, is niet zo erg verwonderlijk; het huis Wienberg is honderden jaren in bezit geweest van Nederlandse Adellijke families en is pas eind 1800 een Duits bezit geworden.
Door raadpleging van het huisarchief van Huis Middachten zijn we in staat vanaf 1470 de geschiedenis van Huis Rüenberg duidelijk te volgen.

Over de oorsprong van de naam 'Rüenberg' of 'Romberg' is niets bekend. In de oorkonden komen we over een tijdsverloop van honderden jaren, de naam op meer dan twintig verschillende schrijfwijzen tegen, o.a. Rodenberg, Ruddenberg, Roenberg, Romberg, Royenberg e .a. Na 1302 vernemen we pas in 1470 weer iets over het Rüenberg, zodat de tussenliggende tijd wazig blijft.

Op 26 november 1470 koopt Ridder Gerd van Keppel van Uddo van Wüllen het goed "De Walephoff", anders geheten Rodenbergch, met alle erfdelen, renten tienden en goederen, voor een bedrag van 500 Overlandsche Rijnsche Guldens. Hierna was Rüenberg vanaf 1470 in het bezit van de familie Van Keppel, een van de oudste adellijke families uit deze streek, die in de archieven sinds ca.1186 als hier woonachitig vermeld staan.
De Familie Van Keppel bezat in onze omgeving tevens het Huis Keppelhorst nabij Ahaus, Huis Koppel bij Schoppingen, Huis Oeding, Huis Rüenberg, Huis Dinkelborg bij Epe, de Keppelhoven in Wessum en Millen en de Hof Berge bij Epe.

ODEM1994 2 10Schets van slot Ruenberg gemaakt in 1700 door een Hollandse tourist als herinnering aan Gronau. (aanwezig in het Museum te Zwolle)

Door het huwelijk van de erfdochter Jaspara von Wüllen met Goswin van Raesfeld kwam op 28 juli 1535 de lijn Raesfeld/Riienberg tot stand.
In 1670 kocht Godert van Reede de burcht Keppel bij Elecom. Na diens dood in 1703 beheerde zijn vrouw de goederen voor hun zoon Reiner van Reede, die op 31 oktober 1718 door de Bisschop van Munster met 'Welphuizen' of 'Roemberg' beleend werd, in het kerspel Epe gelegen.

In 1720 verwierf Reiner van Reede voor 3000 gulden, alle in het Munsterland gelegen goederen, toebehorend aan Raesfeld/Middachten.
Reiners zuster Margritha, Barones van Reede, trouwde in 1693 met Johan Hendrik, Baron van Isendoorn a Blois, Heer van Cannenburg bij Vaasen, die later ook Ruernberg ten deel viel.
De Van Isendoorns (ook van Cannenburgs genaamd) vinden we op de Rüenberg tot het midden van de achttiende eeuw. Door schulden werden ze gedwongen de Rüenberg tijdelijk te verpachten en later te verkopen.

In 1673 trouwde in Epe (Duitsland) Everhard Schulte to Dinkelborg met Alheid Ellerink von Rüenberg. De familie Ellerink (of Elderink) schijnt lang als pachter op de Rüenberg gewoond te hebben. In 1742 komen we nog Wilhelm Elderink als pachter van de Rüenberg tegen.

Toen het goed Rüenberg niet meer te redden scheen werd het aangekocht door een consortium bestaande uit de heren Niehues en Schlikker uit Schuttorf en een rijke houthandelaar uit Arnhem. Het gehele bos ten zuiden van de Goorbach werd gekapt en ook de overige bossen hebben het zwaar to verduren gehad.

Volgens het 'Grundbuch Gronau' ging het Rüenberg op 31 januari 1853 voor 33761 Reichstaler over in handen van de koopman Hermann Hagels uit Gildehaus. Doze behartigde de
zaken goed, liet verwaarloosde bospercelen weer aanplanten en op de gerooide vlakte weidevelden aanleggen. In 1899 vermaakte hij Rüenberg aan zijn schoonzoon Heinrich Meier uit Gronau en diens erfgenamen hebben het heden ten dage nog in eigendom.

Bewaard gebleven is nog een 'Register over de Raesfeldse of Rüenbergse Tienden', die tot het hoogadellijke riddergoed Welphausen, genaamd Rilenberg behoort.

Van de burcht Rüenberg, die we op oude kaarten uit 1700/1800 nog vermeld zien, is niets meer over. De Hr. Jannink uit Enschede vertelt, dat hij als kind de ruïne van een vierkante
toren nog heeft gezien.
In Zwolle bevindt zich de hierbij afgebeelde schets, die naar alle waarschijnlijkheid Huis Rüenberg weergeeft, zoals het er rond 1700 moet hebben uitgezien.

Geraadpleegde literatuur:

  • Natur und Kultur des Raumes Gronau und Epe (Hanspeter. Dickel)

L. Augustijn

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.