Oet Dorp en Marke

Uit de geschiedenis van de Hervormde Gemeente Brieven van dominee Pos (1)

In een archiefkast in het Aleida Leurinkhuis vond ik vier interessante brieven, die ds. H.Pos in de oorlogsjaren beeft geschreven aan ds. Wijchers, die toen predikant in Losser was.
Ds. Pos was hier predikant van 1890 tot 1899.
De brieven zijn interessant omdat zij naast een beschrijving van gebeurtenissen uit de eerste eeuwen van onze hervormde gemeente ook een ooggetuigenverslag bevatten van Losser aan het eind van de vorige eeuw.
De brieven, die eerder werden gepubliceerd in het Berichtenblad van de Hervormde Gemeente, zijn in principe letterlijk overgenomen, dus ook in de spelling van 50 jaar geleden.

Hierna kunt u de eerste brief lezen, die werd geschreven in oktober 1943.

G.W.Th. van Slageren

Waarde Collega Wijchers,

Het is al een geruimen tijd geleden, dat ik uit Losser iets hoorde en ik word werkelijk nieuwsgierig om eens te vernemen, hoe het in mijn eerste, nog niet vergeten, gemeente gaat.
En dan denk ik in de eerste plaats aan U en Uw vrouw. Ik hoop dat het U gaan zal, zoals het ons, mijn vrouw en mij, in Losser gegaan is.

Wij hebben later altijd met dankbaarheid en blijdschap teruggedacht aan de jaren, die wij in Losser hebben doorgebracht en ik hoop van harte, dat de ervaringen, die daaraan ten grondslag lagen ook de Uwen mogen zijn, al vergeet ik niet dat de toestand, waarin U Losser hebt leeren kennen, een geheel andere is, dan waarin ik de gemeente in 1890 aantrof.

In Uw schrijven, waarin U een en ander opmerkt uit het gemeenteleven te Losser, vind ik ook de ontboezeming, dat het zo jammer is, dat de arbeiders zoo vervreemd zijn van de kerk. Bij die opmerking sta ik een ogenblik stil.

In de dagen, dat ik mij in Losser vestigde, was het element "arbeiders" in onze Hervormde gemeente nog maar zeer schraal vertegenwoordigd. Men kon zeggen, dat het zich in dien tijd, in het jaar 1890, begon te vormen: ik vond reeds den toestand, dat uit meerdere oud - Lossersche gezinnen, een enkel lid, een zoon of dochter, naar de textielfabrieken te Gronau trok om daar te arbeiden: ook een paar huisvaders deden dit.

Maar ongeveer tegelijkertijd met mijn komst in Losser begon daar de instroming van een geheel nieuwe arbeidersbevolking, hoofdzakelijk uit de Noordelijke deelen van ons land. Aanleiding daarvan was de maatschappelijke crisis, die in de tachtiger jaren opgetreden, zich toenmalig nog voortzette, met als gevolg allerwegen gebrek aan werk en geringe verdienste. Op dien regel vormde Twenthe, en het aangrenzende Westfalen, een uitzondering.

Juist in dien ongunstig tijd verwierven de textielfabrieken in genoemde landstreek een zeer groot afzetgebied in verre landen, vooral in Engelsch Indië, voor hun producten, en wel in zulken mate, dat er bij hen een ongelimiteerde behoefte aan arbeidskrachten ontstond. Vandaarin die jaren een soort volksverhuizing naar Twenthe, waarvan tenslotte ook Losser zijn aandeel ontving met 't oog op de fabrieken in het naburige Gronau.

Dien stroom van immigranten op te vangen, tegemoet te komen en voor onze Vaderlandsche kerk te winnen of te behouden was de onvermoedde taak, die mij in Losser wachtte, en waarvoor ik al mijn krachten in het werk stelde voorzover ik die bezat. Bijna dagelijks was ik op weg naar de verschillende, soms verafgelegen punten van de uitgestrekte gemeente, waar zich de nieuwe bevolking neerzette, om kennis temaken, of de kennismaking voort te zetten. Dit bleef zoo gedurende al de jaren van mijn verblijf in Losser, want de stroom van immigranten bleef voortdurend vloeien, en zette zich nog voort lang, jarenlang, na mijn vertrek.

ODEM1994 3 01

Dan mocht ik erin slagen de Vereeniging te stichten, die mij in veelvuldige en nauwe aanraking bracht met de jongere elementen, de rijpere jeugd, der bevolking, die overdag ook in de fabrieken werkzaam was.

Waarom ik dit een en ander vertel vraagt ge misschien. Dat zal ik nu duidelijk maken. In Uw schrijven merkt ge op, dat het te bejammeren is, dat de arbeiders zoo vervreemd zijn van de kerk. Welnu in de jaren, die ik in Losser heb doorgebracht, was dat niet zoo. De arbeiders - fabrieksarbeiders dus - en hun gezinnen, vormden al spoedig en in toenemende mate, de meerderheid. van het zielental der Herv. gemeente. Met die meerderheid, hoofdzakelijk vreemdelingen, bemoeide zich zoo goed als niemand van de 'oude bevolking, uit den aard der omstandigheden. Maar met mij werden ze bekend, bijna van het oogenblijk dat zij zich in Losser vestigden, op de boven beschreven wijze. Gevolg van eenenander was, dat er persoonlijke banden ontstonden en bleven bestaan, met de vreemdelingen evengoed als met de oud - Lossersche gemeenteleden. De reactie daarvan was o.a. getrouw bezoek van kerk en catechisaties, waarin bovendien Oud - Losser een voorbeeld was voor de nieuwe bevolking.

Die nieuwelingen waren veelal afkomstig uit zgn: vrijzinnige gemeenten, dikwijls zelfs waren zij in hun vorige woonplaatsen, zoals zij dat noemden "onder de roode vlag opgegaan", doch van dat alles heb ik nooit last gehad: onkerkelijke of vijandige gezinnen waren er in mijn tijd niet: de kerk werd al spoedig te klein, en de catechisaties zoo talrijk, dat ook de Zondagmiddagen daarvoor werden gebruikt.
Laat ik nog opmerken, dat ik bij al mijn pogingen de trouwste medewerking heb genoten van kerkeraad en kerkvoogden der gemeente. Ja!

Tenslotte kwam het jaar 1899 en daarmede het beroep naar Beetsterzwaag, dat ik na zwaren strijd, heb aangenomen! Het kostte mij ontzachelijke moeite om te scheiden van al die menschen, waaronder ik geen vijanden had gekend, integendeel warme vriendschap en medewerking had gevonden.

Het is U nu wel duidelijk wat ik vóór heb gehad boven mijn opvolgers in Losser. Tussen 1899 en 1942 ligt een lange tijd. En bovendien niet alle predikanten volgen dezelfde taktiek in hun pastoraat. Twee jaar, nadat ik Losser had verlaten, bracht ik mijn eerste bezoek aan mijn opvolger, L. de Geer, beklagenswaardiger gedachtenisse! Ik bezocht toen een aantal gezinnen en vernam, zelfs bij zeer degelijke families, dat ik nog de eerste predikant was, die zij in die 2 jaar in hun huis ontvingen!!
Maar genoeg!

Ontvang met Uwe vrouw mijn hartelijke groeten, met de beste wenschen voor Uw ingang bij mijn oude, nog niet door mij vergeten gemeente, en groeten ook aan kerkeraad en Kerkvoogden!

gaarne tt: H.Pos.

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.