Oet Dorp en Marke

Mededeling voor historievorsers

De Heer J.H.R. Wiefker is als professioneel amateurhistoricus (even over nadenken) veelvuldig te vinden in velerlei archieven.

Onderstaand artikel, dat wij met zijn toestemming mochten overnemen uit "'t Inschrien'' - kwartaalblad van de Vereniging Oudheidkamer Twente - d.d. 2 april 1994, kan toch voor deze of gene ongekende bronnen openen die de moeite waard zijn.

Zeker voor de redactie van "Oet Dorp en Marke".

Met dank aan de Heer Wiefker.

Zoals bekend kunnen aan de na 1941 jaarlijks verschenen 'Gemeenteverslagen' gegevens worden ontleend over plaatselijke toestanden.

Voor zover deze niet (meer) aanwezig zijn in de Gemeente-archieven is inzage op het Rijksarchief in Zwolle mogelijk. Daar berusten ook de van ver vóór 1841 daterende Gemeente begrotingen en Gemeenterekeningen.
Historici in de diverse plaatsen van Twente zijn over het bestaan van dit bronnenmateriaal veelal wel geïnformeerd, al kan ik mij niet aan de indruk onttrekken, dat er relatief weinig gebruik van wordt gemaakt. Waar m.i. wel even de aandacht op mag worden gevestigd zijn de door vrijwel alle Overijsselse gemeenten in 1815 ingevulde vragenlijsten. Dit vond plaats ten behoeve van het Departement van Oorlog. De 38 vraagpunten bestrijken echter een zeer breed terrein.

Aangezien ze hierna volledig worden weergegeven, kunnen de antwoorden per plaats zonder veel moeite in Zwolle worden 'afgetapt'. Helaas ontbreken de ingevulde vragenlijsten van de Gemeenten Denekamp en Markelo. Ik trof ze namelijk niet aan in de dikke bundel behorende tot het archief van de Gouverneur, toegang 25 E, inv.nr.931.

STATISTIEKE OPGAVE 1815 (De antwoorden stonden orgineel in OD&M 1994-4

  1. Bevolking in zielen; 1183
  2. Getal van woonhuize, daaronder ook begrepen de buitenplaatsen onder de gemeente behorende; 248
  3. Voorname buitenplaatsen of bijzondere gestichten, het zij kastelen, kloosters, enz; Zijn hier niet.
  4. Publieke gebouwen, welke desnoods zouden kunnen worden geoccupeerd voor magazijnen, kazernen of hospitalen; Zijn hier niet.
  5. Getal der kerken van onderscheiden gezindheden; Drie, als een Gereformeerde, een Rooms-katholieke en een Joodse.
  6. Getal van grote boeren-, kleine boeren- en keuters of arbeiderswoningen; 25 Grote boeren; 5 kleine boeren, 85 keuters of arbeiderswoningen.
  7. Kazernen, hospitalen en stallingen aan den lande of de gemeente toebehorende, met derzelver capaciteit respectievelijk; Zijn hier niet.
  8. Welk getal van manschappen geschikt kan worden ingekwartierd, gerekend dat de meest vermogenden met zes, en de minstvermogenden met een man bezwaard worden; Ongeveer 200 man.
  9. Welk getal van paarden kan worden gestald, buiten de stedelijke of 's lands stallingen in de gemeente aanwezig; Ongeveer 10 paarden in stallen of bij herbergiers, edoch zo hier door ook verstaan word de stallen der boeren waarin zij hunne eigen paarden gestald hebben, als dan rekend men ongeveer 100 paarden te kunnen stallen.
  10. Getal en soort van 's lands magazijnen in de gemeente aanwezig; Geene.
  11. Civiele en militaire gevangenissen, en voor welk getal gevangenen, zo correctioneel als crimineel geschikt; Geene.
  12. Getal van gewone beurtschepen en trekschuiten, behoorende tot elk der veeren op de naburige plaatsen, en derzelver capaciteit, met betrekking tot het getal manschappen of lasten gewigt, die dezelve kunnen laden; Zijn hier niet.
  13. Getal en soorten van voorname fabrijken en trafijken, of die een gedeelte van het bestaan der inwoners uitmaken, met opgave van de kwantiteit ongeveer van jaarlijksch debiet; Vier katoen spinfabrijken, welke voor anderen werken, het jaarlijks debiet dat zij voor anderen verwerken zou jaarlijks op 4000 gld. kunnen gerekend worden.
  14. Getal van onderscheidene soorten van ambachtslieden, als timmerlieden, wagenmakers, smeden, koperslagers, metselaars, bakkers, kleedermakers, schoenmakers; 3 Timmerlieden, twee smeeden, twee bakkers, 7 kledermakers, 4 schoenmakers.
  15. Kwantiteit van wagens met twee paarden, of karren met een paard, welke in de gemeente gevonden worden; 25 Wagens met 2 paarden en 10 met een paard.
  16. Kwantiteit van slagtvee, als van ossen, koeijen, schapen en varkens, welke het eene jaar door het andere uit de gemeente geleverd worden; Voor zo verre ons bewust is, wordt er geen slagtvee uit deze gemeente geleverd.
  17. Soorten en getal van onderscheidene molens, zoo van wind-, als waterkorenmolens, pelmolens, houtzaagmolens, kruidmolens en oliemolens; Een koorn windmolen.
  18. Gemiddelde lengte en gemiddelde breedte van het terrein tot de gemeente behoorende, in uren gaans ongeveer; Ongeveer een uur gaans in lengte en breedte.
  19. Namens der polders of bedijkte gronden, onder de gemeente behoorende; Zijn hier niet.
  20. Ligging der polders of ingedijkte gronden, beneden de ordinaire zeevloeden of beneden het ordinaire boezemwater; Zijn hier niet.
  21. In welke rivieren of kanalen de boezemwateren zich ontlasten: Zijn hier niet.
  22. Getal der uitwaterende sluizen en van watermolens tot het drooghouden der ingedijkte landen met onderscheiding van een of meer molengangen; Zijn hier niet.
  23. Tot welke hoogte die rivieren in den wintertijd, boven de ordinaire zomerstand kunnen opzwellen; Zijn hier niet.
  24. De onderscheidene soorten van gronden, als bouwland, weiland, hooiland, bosschen, heide, veengrond, ongeveer in derzelver proportien, gelijk ook de evenredige grootte van meeren of plassen; De proportie der onderscheidene soorten van gronden is als volgt: bouwland 6, weiland 4,  hoagland 2, bosschen 5, heidegrond 15, veengrond is hier niet
    benevens geene meeren of plassen.
  25. Voornaamste soorten van granen of andere producten, in derzelver proportien tot elkander; Roge 7, haver 1, aardappelen 6, boekweite 2, garste 1/2.
  26. Voornaamste soorten van houtgewassen, in welk soort de meeste handel bestaat, het zij tot timmerhout, rijswerken of brandhout; De voornaamste soorten van hout zijn eiken, er word weinig handel in gedreven, en die er in gedreven word bepaald zich bijna alleen tot brandhout.
  27. Bijzondere producten van delfstoffen, hetzij pijp-, tegel-aarde, ijzererts, gelijk ook turf, met de kwantiteiten die gewoonlijk jaarlijksch worden geleverd; Zijn hier niet.
  28. Jaarlijksch product van koren en hooi in ordinaire tijden, het koren in mudden, het hooi in voeren of ponden; Ongeveer 90 pond rogge, 44 pond boekweite, 4 pond gerste, 15 pond haver, 110.000 pond hooij.
  29. Wegen, strekkende naar de naast omliggende plaatsen en derzelven aard en gesteldheid in onderscheidene seizoenen, alsmede door welke soorten van gronden, het zij bouwland, weiland, enz. Derzelve gemiddelde breedte in voeten, en lengte in uren gaans; De wegen naar de naastbijliggende plaatsen als Oldenzaal, Enschede, Gronau en Gildehaus zijn zandwegen en in vrij goeden staat, lopende gedeeltelijk door bouwland, doch voor het grootste gedeelte door heidegrond, derzelver gemiddelde breedte is 20 voet en derzelver lengte voor zo ver het deze gemeente aangaat als volgt: naar Oldenzaal 1/4 uur; naar Enschede 1/ 4 uur; naar Gronau 1/4 uur, Gildehaus 1 /4 uur.
  30. Communicatie te water met de naast omliggende plaatsen, en voor welke grootste soort van schepen, gerekend naar de capaciteit van bruggen en sluizen; Heeft hier geen plaats.
  31. Hoe diep op de rivieren, kanalen of bevaarbare griften of beeken geladen kan worden, of tot welke zwaarte in lasten of ponden bij het droogste van het jaargetij of gewoon laag water; Zulke rivieren zijn hier niet.
  32. Hoeveel moet worden op- .of af geschut op kanalen, of bevaarbare rivieren of griften tot naar de naast omliggende plaatsen bij ordinaair zomerwater, en door welk
    getal en soort van sluizen; Heeft hier geen plaats.
  33. Welke dezer rivieren, vaarten of kanalen van een jaagpad voorzien zijn; Zijn hier niet.
  34. Aan welke plaatsen, groote of kleine veeren om de rivieren over te trekken, gevonden worden, en van welke middelen men zich bedient; Zijn hier niet.
  35. Op welke plaatsen de rivieren des zomers doorwaadbaar zijn; Zijn hier niet.
  36. In plaatsen, waar kanalen of beeken haren uitloop hebben, in zee of andere rivieren, of en hoedanig dezelve aldaar zijn afgesloten; Zijn hier niet.
  37. Aan de plaatsen, waar eb en vloed gaat, het verschil tusschen dezelven. Alsmede het uur op hetwelk de getijden invallen, bij nieuwe en volle maan; Zijn hier niet.
  38. Hoogte der hoogstbekende stormvloeden boven de ordinaire vloeden, met het jaargetijde van dien vloed; Zijn hier niet.

Aldus door ons opgemaakt den 11 september 1815
de schout J. TeyIers.

J.H.R. Wiefker

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.