Oet Dorp & Marke 1995-2

Fragmenten uit de geschiedenis van de vakbeweging in Losser

Th. Evers

Socialistenslag

Het ontstaan van de arbeidersbeweging in Losser in 1895, kan niet los gezien worden van een gebeurtenis die een jaar eerder plaats vond en de socialistische geschiedenis is ingegaan als de "Slag om Losser". een treffen tussen de dorpsbewoners en een aantal propagandisten van de Socialistische Arbeidersbeweging, dat plaats vond op zondag 20 mei 1894.

Losser in 1894. hoe moeten we ons dat voorstellen. Het was een zeer geïsoleerde gemeente, dat staat vast. De enige verharde weg leidde naar Oldenzaal. In het dorp zelf waren enkele straten verhard. maar de verbindingen met Enschede en Gronau waren niet meer dan zeer slechte zandwegen. Enschede was tevens via de Hoge Boekel te bereiken, maar ook die weg was een zandpad.

De R.K. Kerk bevond zich nog op het Martinusplein en pastoor Henricus Wiegink bewoonde de toenmalige pastorie op de Kostersgaarden, het latere klooster Maria Bijstand.
Dominee Hendrik Pos was de voorganger van de kleine Protestantse gemeenschap en bewoonde de pastorie bij de N.H. Kerk (de plaats van het huidige gemeentehuis).
Het toenmalige gemeentehuis stond nog aan de Voorstraat (nu Bern. Leurinkstraat) en burgemeester Warnaars woonde sinds 1873 in een bescheiden huis op het Loo (tegenover het huidige pand van slagerij Luijerijnk aan de Kerkstraat). Pas in 1902 zou het de statige woning worden, die op latere foto's te zien is.

ODM 1995 2 01  

Het handhaven van de openbare orde was in handen van de twee veldwachters Straatsburg en Oolbekkink, met aan het hoofd uiteraard de burgemeester zelf.
De dorpsschool lag naast logement Smit en meester Bouwman was verantwoordelijk voor het onderwijs aan de jeugd.
Medische verzorging was er niet meer. De zieken moesten naar Oldenzaal Gronau of Enschede om een dokter te consulteren.
De mensen leefden van de opbrengst van hun eigen stukje grond, hadden wat kleinvee en met name kippen en produceerden textiel in hun weefkamers. Er waren natuurlijk de nodige ambachtslieden zoals de bakkers, de smeden de kleermakers enz., maar industrie was er nauwelijks, twee molens, enkele veldovens en verder dus de gebruikelijke huisnijverheid. Maar met de opkomst van de textielindustrie verdwenen langzamerhand ook de Losserse handweverijtjes.

De gemeente was zeer uitgestrekt en de stad Oldenzaal lag nog als een enclave binnen Lossers grondgebied. Het aantal inwoners van de gemeente liep inmiddels tegen de zesduizend. De bevolking was al vanaf 1892 zeer sterk groeiende door de opkomst van de textielindustrie in Gronau en Oldenzaal. Deze mensen woonden niet alleen in het dorp, maar verspreid over de gehele gemeente. Met de groei van de industrie in Oldenzaal breidde het inwonertal van Berghuizen zich uit en Overdinkel en Glane ontstonden door de opkomst van de Gronause fabrieken.

In dit geïsoleerde Losser, met een overwegend Rooms Katholieke boeren-arbeidersbevolking, probeerde de Socialistische Beweging voet aan de grond te krijgen. De wereldlijke en kerkelijke overheid hadden hier echter geen enkel belang bij en zij waakten er dan ook zorgvuldig voor, dat de rust niet werd verstoord, zeker op het platteland.

In de grote steden was men al een beetje gewend aan deze nieuwe beweging. maar in het rustige en traditionele buitengebied nog lang niet. Over Losser schrijft het socialistische weekblad (propagandablad) "Recht door zee'' (orgaan gewijd aan de belangen van de verdrukten en miskenden) op zaterdag 2 juni 1894: "De dompersgeest is hier zoo diep in het volk gegroeid als nergens anders" . En verder: "dat dominee en de pastoor (als die te Losser), vanaf den kansel in plaats van liefde en broederschap, den haat tegen de volgens hen zoo vloekwaardige socialisten prediken".

Socialistische voormannen waren al eens eerder in Losser geweest maar zij waren toen zelfs niet in de gelegenheid gesteld om ergens iets te drinken. Logement Smit en ook café Ziegler (het latere hotel Centraal) hadden toen geweigerd om de socialisten drank te verkopen. Of de kasteleins vrijwillig van deze extra omzet hadden afgezien of dat de pastoor, de dominee en de burgemeester in dit opzicht enige drang uitoefenden is niet bekend. Wel vertelden oude Lossernaren dat eens een kasteleinsfamilie (Ziegler volgens de overlevering), hun grond ter hoogte van de huidige openbare basisschool "De Springplank" aan de ,rooien" beschikbaar had gesteld om een "meeting" te houden, zoals ze ook toen al zeiden, alleen niet op zijn Engels uitgesproken. Het aanzien van deze familie daalde hierdoor zeer sterk, dus de sociale druk was bijzonder groot, zeker in dit opzicht. Je liet je binnen die gesloten gemeenschap gewoon niet in met zulk soort mensen.

De socialisten hadden, zeker in die dagen, een sterk antichristelijke en met name antikatholieke inslag. De geestelijkheid werd afgeschilderd als "volksmisleiders", die zondags met een uitgestreken gezicht in de kerk het volk berusting voorpreken, hun wijzen "op het gelukkige hiernamaals en ondertussen zelf de vetste brokken naar zich toesleepen". Dit alles in navolging van Heine's beroemde dichtregels "lch weiss sie tranken heimlich Wein und predigten offentlich Wasser. Ein neues Lied, ein besseres Lied, o Freunde will ich euch dichten! Wir wollen hier auf Erden schon das Himmelreich errichten".
Ook kapelaan Ariëns kon, ondanks al zijn inspanningen op sociaal terrein, bij de socialisten geen goed meer doen. Zijn interventie bij de staking van 1890 bij de firma Ter Kuile en Morsman, had veel kwaad bloed gezet.
Twee groeperingen vol vooroordelen en met geheel verschillende wereldbeschouwingen zouden in Losser tegenover elkaar komen te staan.

Op zondag 20 mei 1894 deden de socialistische propagandisten een hernieuwde poging om in Losser medestanders te winnen voor hun idealen.
De Losserse kerkgangers zagen na afloop van de H. Mis van 10 uur, dat zo'n vijftig demonstranten in hun dorp waren gearriveerd. De groep was vertrokken vanuit Enschede vanaf het arbeidersgebouw "Vooruit" en gekleed in "ruw manchester".
Deze komst was niet onverwachts. De burgemeester moet er in ieder geval van geweten hebben. want het was algemeen bekend dat er veertien dagen eerder tijdens een socialistische vergadering het besluit was gevallen om een grote propaganda tocht naar Losser te houden "om .. recht te verschaffen" zoals men toen zei in die kringen. Uit Oldenzaal was aan de burgemeester zelfs assistentie aangeboden, maar de burgervader stond op het standpunt dat het de vorige keren ook goed was gegaan. Ook schijnen pastoor Wiegink en dominee Pos in hun preek van die zondag hun waarschuwende en gezaghebbende stem te hebben verheven tegen het "verfoeilijke en allesvernietigende socialisme welke gevaarlijke kiemen zich reeds in de grote steden hebben ingevreten".

De demonstranten trokken naar het gemeentehuis aan de Voorstraat en vroegen aan veldwachter Straatsburg, die daar op zijn post stond, om de burgemeester te spreken. "De man der wet antwoordde dat de burgervader hen niet wenste te spreken". De stoet trok verder en toen ging burgemeester Warnaars er toch maar achteraan om een oogje in het zeil te houden. Hij bleef niet onherkend en een van de demonstranten vroeg of hij de burgemeester was, maar de heer Warnaars weigerde een onderhoud. Hij voegde hen toe: "Jullie merken wel dat je hier niet getapt bent en daarom geef ik jullie de raad om te gaan waar je weg komt". De groep schijnt zich in tweeën gesplitst te hebben. Een deel vatte post voor de R.K. kerk en de andere groep trok naar de Hervormde kerk om daar de mensen op te wachten .

Zo kwam het tot een ware volksoploop. bestaande uit socialistische demonstranten en Losserse kerkgangers.
Burgemeester Warnaars vond dat hij moest optreden tegen deze "wegversperring" en hij sommeerde de betogers om te vertrekken . Dat gebeurde echter niet, ook niet nadat hij zijn ambtsketen had omgedaan, dus nu officieel als burgemeester herkenbaar was en dat zal met het nodige vertoon gepaard zijn gegaan. Hij gaf tot driemaal toe het luide bevel "Gaat Uiteen !".
Hij zou later tijdens het proces verklaren dat hij niet met de demonstranten had willen praten "omdat zij allen met stokken gewapend waren en een dreigende houding hadden aangenomen. Het is laag volk". Dat laatste kwam hem voor de recht bank direct op een berisping te staan.

Toen zijn bevel dus niet werd opgevolgd. gaf hij de beide veldwachters opdracht om de menigte uiteen te jagen en vervolgens liep het uit de hand. De veldwachters gebruikten hun sabels maar waren niet opgewassen tegen de grote overmacht.
De mannelijke kerkgangers schoten toen te hulp, al of niet op bevel van de burgemeester. Toen waren de rollen al snel omgedraaid en ter hoogte van het toenmalige café Veldhuis (nu Chinees restaurant Iris) trok een van de demonstranten een pistool en werden er schoten gelost. De burgemeester en de veldwachters hadden geen vuurwapen bij zich.
De burgemeester schijnt een kogel in zijn jas gekregen te hebben en veldwachter Straatsburg raakte gewond aan zijn schouder. Dokter Marion uit Oldenzaal moest de kogel onder primitieve omstandigheden verwijderen.

Dit hele gebeuren wekte een enorme woede bij de Losserse kerkgangers en de betogers werden massaal aangevallen en het dorp uitgejaagd met behulp van allerlei Landbouwgereedschap.
De gevechten schijnen lang geduurd te hebben, want toen de marechaussee uit Oldenzaal arriveerde, was het nog niet afgelopen. Een van de demonstranten raakte zo zwaar gewond dat hij een maand later overleed. Niemand schijnt zonder verwondingen uit Losser te zijn weggekomen.  

Deze tumultueuze zondag had een geweldige nasleep. Het kwam tot een proces. De zaak diende voor de Arrondissementsrechtbank te Almelo en Troelstra zelf was één van de verdedigers.
Er werden tijdens deze rechtszitting meer dan 25 getuigen gehoord, waaronder uiteraard een groot aantal uit Losser, zoals J. Jongbloed, dhr. Reehuis, Blankenaauw, Smit. Reulink. Flake, Barneveld. Holtkamp, Menninga en caféhouder H.B. Ziegler.
De 5 verdachten hoorden aan het eind van de dag straffen tegen zich eisen van 6 maanden tot 3 jaar.

De gebeurtenis in Losser had een golf van woede doen oplaaien onder de socialisten in Twente, want men vond dat men in zijn recht stand. Op zaterdag 2 juni werd er in Almelo direct een openbare protestvergadering gehouden "tegen het optreden van burgemeester en politic bij den propagandatocht te Losser en hare gevolgen''. Spreker was de bekende socialistische voorman J. Tusveld uit Enschede.

Het felle en strijdbare socialistische weekblad "Recht door zee" besteedde alle aandacht aan de ongeregeldheden van die zondag en het daarop volgende proces . Er werden inzamelingen gehouden voor de demonstranten die inmiddels door hun werkgever waren ontslagen en voor de gezinnen van de veroordeelden, die zonder bron van inkomsten achter bleven.

De giften van de arbeiders werden gepubliceerd en zij trokken daarbij tevens van leer tegen de burgemeester van Losser. Hij kreeg allerlei verwensingen naar zijn hoofd, variërend van ,"een strop voor dien papzak van Losser" en , "10 ct voor den bitterploert van Losser", tot "5 ct voor dynamiet voor de beul van Losser". Hele liederen werden er zelfs gemaakt op burgemeester Warnaars: "Bittergraads (de burgemeester), die zuipzak met zijn rooden kop, die wens ik alle dagen een dynamieten prop! Laat hij dan maar zuipen, zijn vette corpus dik, tot hij van voldoening, aan die proppen stikt. Bittergraads.
Bittergraads, hi! ha! ho''' En dat alles kon gezongen worden op een toen bekend wijsje.
En deze ,Lossersche moordpartij", zoals de socialisten zeiden werd daarna nog lang voor propagandadoeleinden gebruikt.

Vakbeweging
Een jaar later, nu honderd jaar geleden in 1895. vond in Losser de oprichting plaats van de eerste arbeidersorganisatie. de R. K. Werklieden-vereniging St. Joseph.
De oprichtingsvergadering werd gehouden in augustus van dat jaar in café Ter Denge. op initiatief van kapelaan Gloerick. De kerkelijke overheid was wakker geschud door de stakingen en de sociale onrust en men was tot de conclusie gekomen dat het tijd werd om de arbeiders binnen de eigen kerk te organiseren. voordat men ze eventueel zou verliezen aan een niet kerkelijke organisatie.

Deze oprichtingsvergadering in Losser vond plaats in kleine kring, waarbij ook aanwezig waren het latere parlementslid de heer Engels uit Enschede en de wethouder van Enschede de heer Winkels, beiden grote voorstanders van r.k. vakorganisaties. Kapelaan Ariens was in Enschede al zeer actief in dit opzicht.
Op 8 september 1895 wordt in Losser het eerste bestuur gekozen bestaand uit J. Snoeijink, eerste-president. B. Elferink, tweede president, A. Loos, secretaris. B. ten Rahe, penningmeester, P. Smit en M. Thiehatten. Leden en als geestelijk adviseur kapelaan Gloerick.
Een zaaltje van café Boerrichter, het latere café Gelink (op de hoek van de Gronausestraat, de toenmalige. Labdiek en de huidige Brinkstraat), doet dienst ais eerste verenigingslokaal.
Daarna wordt door B. Leurink een bescheiden lokaal met conciërgewoning gebouwd aan de toenmalige Voorstraat (nu Bernard Leurinkstraat). De jonge arbeidersvereniging kan tegen een bescheiden huur van dit onderkomen gebruik maken.
Later was in dit pand jarenlang de woning en werkplaats van timmerman Beunders gevestigd.
De geestelijk adviseur en oprichter kapelaan Gloerick. wordt op 3 november 1901 benoemd tot pastoor in Deurningen.

De arbeidersvereniging beschikt dan al over een eigen spaarkas. Tevens is er een eigen toneelclub en de muziekvereniging Excelsior is ook al opgericht. Excelsior valt weliswaar niet binnen het organisatieverband. maar is wel nauw verbonden met de R.K. Werkliedenvereniging St. Joseph. Bovendien zijn er inmiddels ook al twee afdelingen gevormd. Een bond voor de textielarbeiders, onder het patronaat van de H. Ludgerus en de overige werklieden hebben een eigen afdeling met als beschermheilige de H. Martinus.
Kapelaan van Driel wordt de nieuwe geestelijke adviseur. Hij blijft slechts een jaar. Op 11 november 1904 wordt hij overgeplaatst naar Enschede. maar in tussentijd is wel de zangvereniging tot stand gekomen.
Hij wordt opgevolgd door kapelaan Brugman en deze kan op 22 november 1905 het nieuwe verenigingsgebouw inwijden gelegen op de hoek van de huidige Gronausestraat / Dr. Frederiksstraat. 

ODM 1995 2 02

In de krant is over deze feestelijke gebeurtenis het volgende te vinden: "Losser, 22 November. Heden was het voor de leden der R. K. Arbeidersvereeniging in ons dorp een feestdag. Het nieuwe vereenigings-lokaal, hoewel nog bij lange na niet afgewerkt, werd in gebruik genomen. In vereeniging met de zusterafdeeling te Losser - Grenzen trok men heden ochtend in optocht naar de kerk, waar ten acht ure een Mis werd opgedragen. Daarna trok men, weder in optocht door het dorp. naar de pastorie en vervolgens naar 't nieuwe gebouw, 't welke plechtig werd ingewijd.
Heden avond werd er in 't nieuwe gebouw een feest vergadering gehouden, waarbij de weleerwaarde heer Driel, kapelaan te Enschede, de feestrede hield en vervolgens eenige tooneelstukken werden opgevoerd. die zeer in den smaak vielen.

Van de gelegenheid, om dit nieuwe gebouw te bezichtigen, werd heden namiddag een ruim gebruik gemaakt. Hoewel het nog niet voltooid is, getuigt alles van degelijke eenvoudigheid. Men komt door een vestibule van 2 bij 2 m binnen: daarop volgt de groote zaal met sierlijke gewelfbetimmering ter grootte van14 bij 9,5 m. waaraan een tooneel van 6 bij 5 m. Verder merken we op een zaaltje voor de bibliotheek. enz. De conciërgewoning, die met 't gebouw een geheel vormt. Bevat behalve huiselijke geriefelijkheden ook nog een bestuurskamer.
Het geheel getuigt van degelijkheid en netheid en doet den bouwmeester K.L. Croonen. architect. en den aannemer J. Heerink Bzn., beiden alhier, alle eer aan". aldus het krantebericht.

Uit de vragen die beantwoord moesten worden ter verkrijging van de bouwvergunning is nog het volgende af te leiden: Het gebouw werd opgericht in de tuin van de r.k. pastorie. De totale oppervlakte bedroeg 245 m2. Er waren 4 woonvertrekken, die respectievelijk een oppervlakte hadden van 11.7 m 2, 14,05 m2, 7,5 m2 en 27 m2. Over de "privaten" staat vermeld: "Zij zijn binnen het gebouw gelegen. Zij hebben gemeenschap met de buitenlucht door ramen. Elk raam is 30 cm. hoog en 50 cm. breed. Elk privaat is voorzien van een goed sluitbare deur, van een goede zitting, waar onder een voorschotje en is niet van den publieken weg of straat zichtbaar. Ze zijn niet in directe verbinding met enig woonvertrek. In de behoefte aan onschadelijk drinkwater wordt voorzien door een pomp binnenshuis. De welput is gelegen buiten het gebouw. terzijde van den noordoost gevel. Het gebouw wordt gedekt met cementpannen. Er is een gemetselde schoorsteen en een kelder met muren van 30 cm. dik, bestaande uit klinkers in sterke specie. Het huiswater wordt door buizen naar de nabijgelegen sloot afgeleid. De ontlasting van het privaat vindt plaats door gemetselde riolen in een beerput. Deze put is 9 m. van de wel\waterput verwijderd. In het gebouw komen 2 slaapkamers".

De bouwvergunning is getekend 26 juli 1905, door burgemeester J.A. Warnaars en wethouder G. Heghuis.

Glane en Overdinkel
Zoals uit het krantebericht bij de opening blijkt. was er inmiddels ook een zustervereniging Losser-Grenzen opgericht.
De kerkdorpen Glane en Overdinkel waren in die tijd sterk in opkomst en de afstand naar het verenigingsgebouw in Losser was te groot. De mensen moesten deze afstand te voet afleggen over vaak onbegaanbare zandwegen.

Op 24 april 1898 was op het erve Dengeman een vergadering gehouden. waarin werd besloten om ook voor de grensstreek komen tot de oprichting van een R. K. Werkliedenvereniging onder het patronaat van de H. Ludgerus. Deze oprichting vond plaats op 24 mei 1898. Het eerste bestuur wordt gevormd door J. Rolink. J. Roelink, H. Eulderink, J. Krabbe, H. Masselink en H. Kleijzen. In de beginperiode vinden de vergaderingen nog steeds plaats op het erve Dengeman.
Dan stellen de Gebr. Dijkhuis grond in opstal beschikbaar om een verenigingsgebouw te stichten. Na veel zelfwerkzaamheid, waarbij de boeren de materialen aanvoeren is het op 24 november 1898 zover dat het eigen verenigingsgebouw in Glane ingewijd kan worden.
Op het vaandel van de r.k. Werklieden-vereniging St. Ludgerus in Glane stond linksonder "Rerum Novarum'', Latijn voor "van de nieuwe dingen". Dit verwijst naar de titel en tevens de beginwoorden van de encycliek van Paus Leo XIII van 15 mei 1891, die was gewijd aan het arbeidersvraagstuk. 

De eerste geestelijke adviseurs waren de kapelaans De Grijs, Bouter, Van Driel en Van Laak. Kapelaan van Laak wordt de bouwpastoor van Overdinkel en richt daar ook een eigen arbeidersvereniging op, waardoor de arbeidersbonden van Glane en Overdinkel in 1910 worden gescheiden.
Geestelijk adviseur in Glane wordt dan kapelaan Brugman en daarna de kapelaans Paanakker en Kaeter (allen van Losser) .

Het verenigingsgebouw in Glane uit 1898 zal zeer bescheiden van opzet zijn geweest, want op 15 maart 1914 kan er een nieuw, ruim en gezellig onderkomen geopend worden. "Een monument van arbeiderseendracht". aldus Van Helvoort.
Waar het eerste onderkomen heeft gestaan is niet helemaal duidelijk. Voor de opening van het nieuwe gebouw is er sprake van dat, "in optocht met ontplooide vaandels van het oude naar het nieuwe, zeer ruime en prachtige gebouw wordt getrokken". Om het geheel nog te verfraaien vraagt kapelaan Paanakker op 8 april 1914 "verlof tot het plaatsen van vijf bomen langs den weg op een afstand van een meter voor de vereeniging te Glane, zoodat ze allen op gelijke afstand van den weg komen te staan". Hij doet dit verzoek namens de R.K . Vereeniging St. Ludgerus te Glane. 

De geestelijk adviseur kapelaan Brugman. was in augustus 1912 benoemd tot pastoor te Wateren en opgevolgd door kapelaan Paanakker. Samen met hem wordt de grondslag gelegd voor een R.K. coöperatieve vereniging in Losser, een vereniging, die ten behoeve van zijn leden een bedrijf uitoefent (b.v. gemeenschappelijke inkopen en een winkel)
In 1913 vraagt het bestuur van deze coöperatie een vergunning aan tot oprichting van een kolenloods bij het verenigingsgebouw in Losser, waarbij "de voorgevel van het gebouw zal worden opgetrokken in eene rechte lijn, loopende van den Zuidwestelijken hoek der R.C. Arbeiders-vereeniging naar den Zuidoostelijken hoek van het daarbij gelegen woonhuis. toebehorend aan H. Bevers". Dit "vertrek tot berging van steenkolen", krijgt een oppervlakte van 38m2.
De vergunning voor het oprichten van deze kolenloods wordt afgegeven op 15 mei 1913.

Vijf jaar later, op 12 juli 1918. worden de statuten van de R.K. coöperatie koninklijk goedgekeurd en op 26 september van dat jaar openen de R.K. arbeiders de coöperatieve winkel "De Werkman", op de splitsing Brinkstraat, Kostersstraat.
Kapelaan Paanakkers is op 17 november 1917 overgeplaatst naar Uithuizen en inmiddels opgevolgd door kapelaan Kaeter.

In het jaar 1918, op 25 mei, richten de bouwvakkers een eigen afdeling op onder het patronaat van St. Joseph. Alle textielarbeiders worden verenigd in de bond St. Lambertus.

In Losser vindt op zondag 27 september 1920 de viering plaats van het 25-jarig bestaan. De feestelijkheden waren de donderdag daarvoor al kerkelijk geopend met een tridium, gegeven door pater Abels.
Na de H. Mis op zondagmorgen volgt er een gezamenlijk ontbijt in het verenigingsgebouw.

S' middags wordt er onder grote belangstelling een receptie gehouden. Namens verschillende verenigingen biedt de heer Sanderink een prachtig katheder aan. De voorzitter van de afdeling van de textielarbeidersbond St. Lambertus, de heer Holtman. biedt een H. Hartbeeld aan. Door de voorzitter van de bouwvakkerafdeling St. Joseph. wordt een voorzittershamer aangeboden "die met zilver gemonteerd is"·. Er is in het krantebericht sprake van nog meer verschillende geschenken en felicitaties, zowel van kleine afdelingen als particuliere personen.
Uiteraard is de Zeereerwaarde heer pastoor van Amerongen aanwezig, maar ook de secretaris van het Bondsbestuur, de heer Veldman en de secretaris van het Districtsbestuur. de heer Nijkamp zijn van de partij.
Na de receptie is er om 16.30 uur een plechtig lof in de kerk en daarna gaat men in optocht naar het verenigingsgebouw, dat prachtig is versierd. 
Daar vindt dan de plechtige intronisatie plaats van het H. Hartbeeld. Natuurlijk zijn alle hoogwaardigheidsbekleders hierbij aanwezig, het dagelijks bestuur van de gemeente, het kerkbestuur, maar ook pastoor Bruggeman (van Varik). En kapelaan Paanakker (inmiddels in Haaksbergen) zijn voor deze gelegenheid naar Losser gekomen.
‘S avonds treedt het Hengeloos kwartet op en het humoristenduo Sluijters. Maar ook de eigen muziekvereniging Excelsior verzorgt een optreden.
"Het bestuur en de leden kunnen met genoegen op dezen zoo schoonen dag terug zien" aldus de krant.

Geraadpleegde literatuur:

  • Helvoort. C.J.A. van. Losser voorheen en thans. 1926.
  • Twentsche Courant. 1967.
  • Grobben. H.D. Sociale conflicten en sociale organisaties in deTwentse textielindustrie. 1800-1912. (Textielhistorische bijdragen nr. 12 en 13. 1971 en 1972).
  • Dagblad Tubantia.
  • Gemeente archief Losser.
  • Gedenkboek: ontstaan en dertigjarige werkzaamheid van den Diocesanen Bond van R.K. Werklieden-Vereenigingen in het Aartsbisdom Utrecht. 1893-1923. 1923.
  • Wevers. A.L.A. Een onbebouwde akker: socialisme in Twente 1880-1914. 1986/87.
  • Plegt. B.H.A.M. Slag om Losser. (Jaarboek Twente. 1972).
  • Recht door zee. 2 juni 1894.

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.