Oet Dorp & Marke 1995-2

Dokter L. De Bruijn 1925-1975

ODM 1995 2 03O dokter, ie bint völ te vrog, 't is nog nich zo wiet.". of: " as dokter de Bruijn nich noar Belgie op vekaansie was goan was mien groot-mó nooit ophemmeld". Uitspraken die in het dorp anno 1995 nog steeds de ronde doen als men spreekt over wijlen dokter L. de Bruijn. In latere jaren ook wel "’n oaln dokter" genoemd. In elke familie is wei een of ander verhaal over deze legendarische huisarts die meer dan 50 jaar lief en leed met de bevolking deelde. Men kende de dokter. maar de dokter kende zijn pappenheimers ook. want de boven aange-haalde eerste uitspraak, heeft nog een vervolg: de dokter liet zich niet wegsturen. Op zijn rustige zelfverzekerde manier sprak hij: "Low toch mar's efkes kiek ‘n en geen tien minuten later werd de bevolking van Losser uitgebreid met een wolk van een burger. Zijn pad ging natuurlijk niet altijd over rozen en de verhalen hebben niet altijd een "happy end" maar ze geven wel een beeld van het vertrouwen in de kundigheid van deze veelzijdige arts die buiten huisarts ook dikwijls rol moest vervullen van: tandarts, chirurg, oogarts, verloskundige, sociaalwerker en apotheekhouder. Toen dokter L. .de Bruijn in 1925 zijn praktijk in Losser begon naast dokter J.G. Frederiks telde de Gemeente Losser 16000 inwoners: Overdinkel, Glane, de Lutte, Beuningen en Berghuizen waren daarbij inbegrepen. De bevolking bestond hoofdzakelijk uit textielarbeiders, bouwvakkers, boeren en een enkele middenstander. Over zandwegen, kerkepaden en af en toe een half verharde weg moest hij zijnvisites afleggen. Geen pad te smal, te mul of te modderig voor zijn stoom- of motorfiets. Hij deed zijn werk onder barre omstandigheden, bij petroleumlampjes of kaarslicht, situaties die de moderne mens heden ten dage zich nauwelijks voor kan stellen. Volksvijand nummer één, de "tuberculose" ook wel de "tering" genoemd, maakte zijn beroep alleen maar zwaarder omdat hij er zo vaak machteloos tegenover stond. De penicilline was voor de laatste wereldoorlog nog niet in de handel met als gevolg dat patiënten met bv. een flinke longontsteking ten dode waren opgeschreven. Het overlijden van jonge en oude mensen is hem niet in de koude kleren gaan zitten.

Men heeft hem wel eens hautain gedrag verweten, maar naar hij zelf ooit eens heeft gezegd, was dit alleen pose om zijn werkelijke gevoelens te verbergen. Samen met Pastoor van Amerongen gaf hij gestalte aan de ombouw van het Bernardus gesticht tot ziekenhuis, dat tot dan toe een bejaardenhuis was geweest. Het ziekenhuis is van grote betekenis geweest voor de Losserse gemeenschap. 

In een tijd dat de mensen nog niet zo erg mobiel waren. Bleef de mogelijkheid om in Losser kleine operaties te ondergaan en toch gemakkelijk in contact te blijven met gezinsleden, familie en kennissen. Als de medische wetenschap zich verder specialiseert kan een kleine plaats als Losser niet meer meekomen en is Losser aangewezen op de grote ziekenhuizen in de stad . De werkloosheid in de jaren dertig was voor de bevolking van Losser rampzalig, in elk gezin waren wel werklozen. De tochten te voet naar de "Weitemanslanden", waar de werklozen moesten werken om hun karige ondersteuningsuitkering te verdienen, belastte het mannelijke deel van de bevolking dermate. dat de dokter adem te kort kwam om zijn werk goed te doen . Zijn wachtkamer aan de Gronausestraat 72, waar hij zich na zijn huwelijk in 1935 had gevestigd. kon de patiënten nauwelijks verwerken. Zijn vrouw verzorgde de apotheek in een klein kamertje naast de spreekkamer en ze hield de administratie bij. Tegen het eind van de dertiger jaren kwam er weer werk en de omstandigheden verbeterden, maar de dreiging die uitging van Hitler Duitsland wierp zijn onheilspellende schaduw vooruit. En in 1939 werd ook dokter L. de Bruijn onder de wapenen geroepen, hij kreeg de rang van kapitein. Collega W. van Schie nam tijdelijk de praktijk waar. Toen op 10 mei 1940 Duitsland ons land binnenviel was dokter de Bruijn herstellend van een spoedopname in een Maastrichts ziekenhuis, waar hij, nadat hij hersteld was, moest assisteren bij de behandeling van vele gewonde militairen die werden binnengebracht.

ODM 1995 2 04

Gedurende deze ziekenhuisperiode verkeerde hij in onzekerheid over het lot van zijn vrouw en kinderen. die tijdens de inval in België vertoefden. Zeker was wel, dat de geboorteplaats van Mevr. de Bruijn aan het Albertkanaal in België, volledig was gebombardeerd. Terug in Losser kreeg de dokter via een in Glane wonende Duitse soldaat een kaart van zijn vrouw; zij had kans gezien om tijdig met haar kinderen naar het zuiden. naar het onbezette deel van Frankrijk te kunnen vluchten. Dat de fam. de Bruijn tijdens de bezetting ook onderduikers heeft verzorgd zal bij velen niet bekend zijn. In 1944 werd een groot deel van het huis gevorderd door een Duitse eenheid Falschirmjäger om zich te hergroeperen.

Na de bevrijding was dokter L. de Bruijn adviseur en mede oprichter van o.a. de E.H.B .O., de plaatselijke afdeling van het Rode Kruis en niet te vergeten de K.S.V. (katholieke Sportvereniging), waarvan hij later erevoorzitter werd.
In januari 1963 kreeg hij assistentie van zijn neef J.H. de Bruijn die meteen de bijnaam kreeg van "de Jonge". Deze nam in mei 1970 het werk geheel over.

De praktijk in Overdinkel en Glane werd door de "oude dokter'' nog een aantal jaren gehandhaafd, evenals zijn werkzaamheden voor de "Losserhof". Op 22 maart 1975 nam dokter L. de Bruijn officieel afscheid van de gezondheidszorg en kreeg nu meer tijd om zich aan zijn hobby's te kunnen wijden: hij hield van tuinieren, klassieke muziek, literatuur en theaterbezoek. Bezigheden waar hij tijdens zijn doktertijd weinig tijd voor heeft gehad. Bij zijn afscheidsreceptie bood de dankbare bevolking hem een overkapping voor het zonneterras aan. 
Zo kwam er een eind aan de lange loopbaan van een bekwaam arts, die met zijn grote gezin zo'n vertrouwd middelpunt vormde in onze dorpsgemeenschap. Mevr. T.J.M.M. de Bruijn-Spaas woont nog steeds in het huis aan de Gronausestraat nr. 72 en houdt de goede herinnering, die zo velen aan dokter de Bruijn bewaren, nog steeds levendig.

Bronnen;

  • Dinkellander 1965,
  • De Nieuwe Dinkellander 1975.

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.