Oet Dorp & Marke 1995-3

Aleida Leurink

J. Luizink 

Volgt een bladzijde uit "Het dagboek van Aleida Leurink" met wat woordverklaringen, toelichting en zinvolle aanvullingen door de Heer Johan Luizink. De redactie heeft geprobeerd de originele tekst uit Het Dagboek zo leesbaar mogelijk voor U af te drukken. Het formaat leent zich daar niet zo heel erg voor, maar we hebben gemeend een min of meer acceptabele oplossing te hebben gevonden door die bladzijde op twee pagina's (overdwars op pag. 10 en 11 red.) van ons boekje af te drukken.

Het artikel begint met wat algemene informatie betreffende Aleida Leurink en een stukje genealogie, dat de lezer wat historische houvast geeft. 

ODM 1995 3 01

Het dagboek van Aleida Leurink 

Het is niets nieuws ... sinds 1754 is dit dagboek bekend. Verschillende schrijvers hebben al in dit boek gespeurd naar bijzonderheden uit het Twentse of Losserse verleden en hebben er de z.g. krenten al lang uit gepeurd die in hun verhaal pasten of die zij aanhaalden voor omschrijving of ondersteuning van hun verhaal. 

Voor de lezers van "Oet Dorp en Marke" die wel van dit dagboek hebben gehoord, is het wellicht toch interessant om hier wat meer over te weten. Letterlijk zal het niet interessant genoeg zijn, want dan wordt het een eentonig verhaal. Het aantal dagen, dat er "regenschoers", "grommelschoers", "starkvroren" en "starke wind" waren is meer voor de statistiek!

Toch is niet alle gras voor de voeten weggemaaid en geven haar omschrijvingen alle aanleiding om wat nader op de feiten in te gaan, ze verder uit te diepen en waar mogelijk van kanttekeningen te voorzien. Sommige bladzijden o.a. waar de textiel ter sprake komt, vragen om wat nader speurwerk. Hopelijk tot "leeringe ende vermaak" van de lezers, om met vadertje Katz te spreken.

Schrijven over de historie blijft echter ook altijd een beetje "gissen" . 

Wie was Aleida Leurink? 

Zij was de dochter van Jan Leurink, burgemeester van Enschede en linnenreder, en van Harbertje Stroink. Zij trouwden in 1670.
Op 21 december overleed Harbertje, twee dagen na de bevalling van haar jongste kind. Haar man overleefde haar niet lang. De drie onmondige weesjes komen onder de zorg van hun oom: Jan Stroink.
Een van de weesjes was dochtertje Aleida, geboren in Enschede op 24 september 1682. Zij was dus 12 jaar toen zij wees werd. Haar oudste zuster Judith, trouwde met Abraham Strick. Haar zuster Geesken met burgemeester Gerrit Elshof en het jongste zusje Catharina met- Hendrik Steenbergen. Broer Georgius bleef ongehuwd en werd predikant te Aalsmeer.

Aleida Leurink trouwde op 16 maart 1698 op "Asdag olde stijl" met Henricus Keller, dominee in Losser. Vanaf haar trouwdag, zij was toen nog geen 16 jaar, hield zij 56 jaar lang een dagboek bij, dat uitgroeide tot een boek van 331 bladzijden dik, dicht beschreven in haar kleine handschrift, in haar eigen persoonlijke stijl, en nu, na bijna 300 jaar, nog goed te lezen en te ontleden.

Aleida’s dochter, Herberdina, trouwde met Juriaan Stroink, een neef van Aleida, zodat deze vanuit haar woonplaats Losser, regelmatig contact kon onderhouden met Enschede. Een andere dochter was getrouwd met Hermannus Stroink, een zoon van Georgius Stroink, die in 1727 genoemd werd als burgemeester van Enschede.

Gezinssamenstelling 

Henricus Keller, *10 juli 1669, te Nordhorn, † 20-7-1750 te Losser, zoon van Anna Staverman en Christiaan Keller huwt 6 febr. 1698 te Losser met Aleida Leurink, *24 sept. 1682 te Enschede, † 6 aug. 1755.Dochter van Harbertje Stroink en Jan Leurink.

Kinderen uit dit huwelijk:
Christiaan * 16-11-1700 † 31-10-1722; getr. met Gertrud Keilvers
Herberdina * 17-6-1703 † 15-9-1752; getr. met Juriaan Stroink
Anna Margaretha * 4-8-1706 † 10-5-1757; getr. met Hermannus Stroink
Joannes * 5-3-1709 †5-8-1780; pastor in Losser
Herberdina * 24-1-1716 † 8-4-1717
(*=geboren - +=overleden)

Tot en met het jaar 1722 geeft zij voor elk jaar slechts een korter of langer overzicht, doch in het begin van 1723 worden de berichten uitgebreider. Waarschijnlijk werden toen de huishoudelijke beslommeringen wat minder.
De bezigheden van Aleida Leurink waren vele. De familie hield niet alleen een koe en deed veel aan landbouw, maar handelde of ruilde ook linnen of garens van eigen verbouwd en gesponnen vlas. Dit was soms voor eigen gebruik, maar werd ook wel verkocht of ingeruild tegen kleren in Deventer.
Zij was dus de manager in huis en de wijze waarop zij de zaken bijhield zou haar vandaag de dag zeker het predicaat "uitstekend" opleveren. Geestelijke zaken komen in het dagboek nauwelijks aan de orde, daar was de Pastor voor! 

De prijzen van rogge, gerst, haver, enz. hield zij nauwkeurig bij. De gebruikte vaktermen op spin- en weefgebied geven aan dat zij wist waarover ze schreef en ze wist precies bij welke wever je wat moest laten weven. En uiteraard vermeldt zij bij elke transactie wat zij er aan "gewonnen" (=verdiend) had. Een kennis van zaken die een hedendaagse manager niet zou misstaan. Haar actieradius bleef beperkt, voor zover uit haar dagboek na te gaan, tot Nordhorn, Enschede, Oldenzaal, Gronau en Ravenhorst, hetgeen natuurlijk niet zo verwonderlijk is voor die tijd. Maar de "Courantenberichten" ontgingen haar niet en zoals gebruikelijk in die tijd van beperkte communicatiemogelijkheden "heurde zij iedereen oet" die van buiten Losser kwam.

De uitdrukkingen, die zij soms gebruikt zijn eigenaardig en het taalgebruik, vooral betreffende het weven en spinnen, geeft veel stof tot nadenken en ... gissen. Ook wijzigt zich het taalgebruik in de loop van de 56 jaar dat zij haar dagboek bijhield, wellicht onder invloed van het meer "vernederlandsen" na 1700.

Uit haar dagboek het volgende rijm, dat op zo eenvoudige wijze de drijfveer van haar nauwgezet schrijven blootlegt:

"Wat ik zo dagelijks mocht beleven
heb ik in een boekske neergeschreven
Zoodat op mijnen ouden dag
Geheel mijn leven voor mij lag."

Bijgaand de eerste bladzijde uit haar boek. Leuk werk om op een regenachtige namiddag te ontrafelen. Bijgaand ook in wat leesbaarder "Lossers" weergegeven, met waar mogelijk een toelichting.

ODM 1995 3 03

ODM 1995 3 02

 

Uit het geschreven boek van Aleida Leurink

J. Luizink

Herberdina geboren 17-6-1703
vrouw van Jurien Stroink
gedoopt 1703. 17 juni gest. 1752
begraven 15 sept. 1752
geb. 4-8-1706. vrouw van Herman
Stroink. overl. 10 mei, oud 54 jr.

1698 den 9 maart (aschdag) oude stijl, ben ik Aleida Leurink tot Losser gekomen. (Later is in ander handschrift toegevoegd: 

gestorven begin van augustus 1755. Oud 73 jaar, begraven vermoedelijk 8 Augustus- Vrijdags.)

1707. den 26 Mei, wij Welpelo gekocht.
1708-1709. de rogge liep dag na dag hoger tot 50 st. het schepel omdat ze vervroren was en weerom moest gezaid worden, in het mal aten wij nooit wittebrood: al die koorn te Losser hadden wilde niet verkopen, maar wij geven zolang wij hadden
1713. Om St. Jan begon het te regenen en regende zo lange alle dagen zodat men de rogge niet konde rijp krijgen. Doe sende mensen toe, vergaan van honger want de olde rogge was bi ider op en de luiden hadden te vroeg gemaait in de nattigheid zodat de rogge heel stuk groen uitwaschede op het land; doch God de Heer gaf wederom dat het opweerede met den 21 Aug. zodat de allerlaatste rogge best uitkwam, want het droogde toen zonder een druppel regen tot na Michiel zodat hier toen eerst began kluun in te varen en kwam nog wel droog in in dit jaar 1716 is zoodanioge sterke droogte gekomen na Jacobi, na maaien der rogge begonnen, dat er weinig of niets knollen sin gewassen, ja zoo weinig dat is in 40 of 50 jaar, zoo oude mensen zeggen niet meer geweest.
1720. zes mei. Pastor en dochter Vink varen met Achterhuis naar Deventer.
1722-1723. zoodanig een warme winter, dat er hier en daer voor de tweede maal appeltjes aan de boomen zijn gewassen en het ijs geen kraai heeft kunnen dragen.
1725. Juli 9. wij dominee naar Zutphen bragten.
1726. 17 febr. overstrooming door doorbraken der dijken bij Schoonhoven beneden Thiel, waardoor wel 70 dorpen onder water staan. Het water is 1 voet hoger dan in 't jaar 1711 en maar 6 duim lager dan in den groten watervloed van 1658.
1726. 29 April, Lambert Tisink gehangen tussen Enschede en Hengelo.
1729.29 Januari, de dinkel is zoo diep dat de vonder is weggedreven. Ellerinksbrugge dreef ook weg.
1729. 29 mei, docter Landreben tot Oldenzel schrijft mij, dat hij nu de rogge verkoept voor 27 st.
1732. den 21 maart, kwaijer tijding uit het Munsterland van de krankte der beesten, den 33 ster Palthe aangezegd aan de Zetters, dat de beesten gaten in de tong vielen 's avonds voort de klokken geluid, het dorp bijeen kwam, twee a drie aangesteld om de beesten te bezien etc.
1733. den 16 April, om half zes was er brand in Steggemans smid, doch voort uitgegoten is.
1734. den 29 mei. Brand in de provisoren of armenhuizen te Enschede doch is gelosschet. den 5 Julij, van donderbuijen de bekke zoo hoog opgeloopen dat het water ging in Apenhuis tot aan de knieén Bekgeertigshuis Olde Muldershaeg kuper. .. Leurikshuis tot aan de keukendeure stand en ook in de Kerkstraten Kostverloren, vrouwenhof, weemgaarden, onder water stonden de vonder bij Kuperss doggenhuis wegdreven, het water liep voor Hengelhuus en voor Jassieshuusin de Leerderstegge het water. .. de paden van onze hof tot aan de poorte
1734. 25 meert is de prins van Oranjen getrouwd met Princes Anna van Groot brittanien St. Jame.
4 october, wij kwamen van Enschede, en moesten om het hooge water over Zwaferink brugge varen.
1734. een zoo nat zomer als bij menschengeheugen: De Oldenzaalschen al het hout weg uit de Lonnekerberg.
1735. den 11 meert brandde af 's avonds om 8 uur Snooyinkshuisee
den 18 July slaat te Holten de bliksum in een huis en doodt drie menschen, ook te Gilde(haus) sloeg de donder in de kruidtoren, waardoor de halve stad geruineerd en vele menschen gedood zijn.
19 July rigtede Teijlers een gebond aan het huis. Aan de kant van de schoorsteen in de keuken staat het jaartal 1685
Zondag den 4 Sept. geweldige storm, de deputatien die hier wilden komen, konden den wagen niet overeind houden en zaten te Oldenzel.
Onze Domine te Goor gepredikt en kwam nauwelijks nat doch zijn hoed was hem onderweegs afgewaaid. te Enschede vloog het goed van de bonikken van de markt weg
over de huizen te Almelo brandde een huis af van twee woningen behorende aan de Graaf van Rechteren
october 17. dominee met neef en nichte Elshof van Amsterdam naar Lingen
october 12. domine Reinder wordt begraven.

Uit het dagboek van Aleida Leurink (toelichting)

J. Luizink

Hoog water was in die dagen en zelfs nog tot het begin van deze eeuw, schering en inslag in het dorp. Regelmatig kwam het voor, dat het z.g. ,kanaal", een verbreed stukje van de Dorpsbeek tussen slager Luierink en toen kapper Schoordijk, nu ter hoogte van de huidige Aloysiusschool, buiten haar oevers trad, waardoor de "stroat langs Domineershof" nagenoeg niet te gebruiken was.
Deze Dorpsbeek werd in hoofdzaak gevoed door de Aalsgaardenbeek en de Oldenzaalseveenbeek. Deze beken zijn nu greppels, die in de zomer meestal droog staan, hetgeen deels wordt veroorzaakt door een beter gereguleerde waterafvoer en deels door wateronttrekking bij het Haagsche bos /Oldenzaalsestraat ten behoeve van de watervoorziening van de gemeente Enschede. Ter hoogte van de voormalige boerderij Luizink (=Tons), was in de Aalsgaardenbeek toen een kleine verbreding gemaakt voor het spoelen van wasgoed. De verbreding in de Dorpsbeek ter hoogte van de huidige Aloysiusschool diende als waterreservoir voor de toenmalige brandweer.

1728 - 28 april: Lambert Tesink gehangen tussen Enschede en Hengelo.
Deze Lambert Tesink woonde in de Langestraat te Enschede en was blijkbaar een nogal raar heerschap. Hij stal daar waar het hem paste en bedreigde of strafte iedereen, die er zich mee bemoeide. Het stadsbestuur durfde hem niet eerder te arresteren, voordat Ridderschap en Steden 8 soldaten uit Zwolle hadden gezonden, die hem uit huis lokten en na hevige tegenstand gevangen namen.
De galg waaraan hij werd gehangen stond bij de Hengelose tol.

1735- 5 Juli: ook te Gildehaus sloeg de bliksem in het kruithuis.
(Waarschijnlijk is dit de kruittoren, die bij de burcht Bentheim stond.) 

1734 - 5 juli. Met het "Apenhuis" wordt bedoeld het huis dat op de Apenkamp stond. (apen=open); het was een stuk grond gelegen tussen de Kerkstraat en de Gronausestraat.

1732 - 21 . maart: De bees ten vielen gaten in de tongen en de klokken werden geluid. Bij calamiteiten werden de klokken geluid ten teken dat er iets ernstigs aan de hand was en de dorpsgemeenschap bij elkaar moest komen.

1729 - 29 januari: de Ellermansbrug is de brug over de Dinkel bij Cafe Elferink, later Morshuis.

ODM 1995 3 041734 - 2.5 meert: Met de prins van Oranje wordt bedoeld Willem IV, Karel Hendrik Friso, prins van Oranje en Nassau, geb. 1 sept. 1711 te Leeuwarden, overl. 22 oct. 1751 te Den Haag, begraven 4 febr. 1752 te Delft en zoon van Johan Willem Friso en Maria Louise van Hessen.
Hij was Stadhouder van Gelderland ( 1720), van Groningen (1729), van Friesland (1731 ), op 25 maart 1734 gehuwd met Anna van Hannover, oudste dochter van Georg II van Engeland. Hij werd de eerste Erfstadhouder van alle verenigde Nederlanden.

Bronnen:

  • Rijksarchief Zwolle.
  • Van Deinse.

Joh. Luizink

 

Brieven van dominee Pos (3)

G.W.Th. van Slageren 

Uit de geschiedenis van de Hervormde Gemeente 

Hierna vindt u de derde brief, geschreven in april 1944. Vanwege de lengte van de brief moest deze over twee afleveringen van "Oet dorp en marke Losser" worden verdeeld. Per abuis werd in het vorige nummer het tweede deel van deze brief gepubliceerd.
In deze aflevering het eerste gedeelte, waarin ds. Pas reageert op vragen, die zijn brief van februari 1944 kennelijk bij ds. Wijchers heeft opgeroepen.

G. W. Th. van Slageren 

Waarde Coll. Wijchers,

In antwoord op Uw schrijven d.d. 24 dezer zal ik beginnen, met zooveel mogelijk de vragen te beantwoorden, die U doet naar aanleiding van de mededeelingen, die ik gaf in vorig schrijven.

1. Het bericht over de als marskramers en kippenkoopIui vermomde zendelingen der Jezuieten, die in dienst der Contrareformatie, uit het Roomsche Munsterland in Twenthe werkten vond ik in een oud stuk, dat in mijn tijd in het archief aanwezig was.
Het boek waarin de namen werden opgetekend van hen, die als Roomsch wenschten te worden beschouwd was den geheimen zendelingen der Jezuieten medegegeven door den Bisschop van Munster, en moest dus tenslotte bij hem worden ingeleverd.
Het is bekend, dat de protestantsche propaganda - om het zoo maar te noemen - in Munsterland was uitgeschakeld door de dweeperijen der Wederdoopers onder Jan van Leiden c.s., die op rekening van de Reformatie werden geschreven! 

2. Van den doop van kinderen van in het geheim Roomschgezinden, bij den "kersboer", heb ik in mijn tijd nooit iets gehoord. 

3. De heidepaadjes heb ik zelf vaak gezien. Spiele, die niet alleen kerkvoogd maar ook ouderling was, wees er mij reeds op, toen ik de eerste maal tezamen met hem, uitgaande van zijn boerderij, in Oostelijke richting gaande, de gezinnen bezocht, die daar woonden: die paadjes vormden convergerende lijnen: zij liepen uit op een punt aan de Duitsche grens, in welks nabijheid op Duitschen bodem een klooster was gelegen: de naam ervan weet ik niet meer: ik zou meenen, dat het niet was Glane, daar dit hier zuidelijker lag. 

4. De boer, die mij zijn welgeconserveerde Statenbijbel toonde, was Dijkhuis, toenmaals een zeer bekende persoonlijkheid in Losser. 

5. Collecte herbouw kerk.(Na de verwoesting door de troepen van de bisschop van Munster in 1665. GvS)
Dat dit boekje verdwenen is, bevreemdt mij en is te betreuren. Het was van zulk stevig maaksel, in glad leeren band, dat het bestemd scheen om de eeuwen te verduren.
Onwillekeurig rijst de vraag: hoe was dit mogelijk? In mijn tijd is de archivaris van Overijssel eens inzage komen nemen van Lossersch kerkelijk archief, dat in de pastorie werd bewaard. Zelf heb ik dezen hier toenmaals niet getroffen - ik was afwezig - maar, wat volkomen instemde met mijn eigen waarneming, hij vond er zeer belangrijke documenten in, en beval aan het met zorg te bewaren. En nu dit collecteboekje verdwenen is, komt de vraag op: Zijn er onder mijn opvolgers soms nog andere stukken verdwenen ? Ik stel mij voor, dat er in dat archief ook een Lijst zich bevond van de aanwezige stukken. Doch daarvan heb ik geen zekerheid. Dit kunt U misschien onderzoeken. 

6. Tot de in mijn tijd aanwezige stukken behoorde ook een Lijst van Lidmaten, als ik mij goed herinner, uit het eerste kwartaal der 17e Eeuw. Onder de namen dier Lidmaten was er maar één, die in mijn tijd gedragen werd door een protestantsch gezin nl: Bendman, de naam van één mijner kerkvoogden, van wien ik de aangenaamste herinnering bewaar. Onder de overige namen vond ik er enkele, die toenmaals door Roomsche families werden gedragen. 

7. Het belang der behoorlijke bewaring van het archief is gebleken o.a. onder een mijner latere voorgangers te Losser in een proces, dat de kerkvoogdij verplicht was te voeren. Het archiefstuk in quaestie bevatte de akte van aankoop der zgn: Egberink's Tiende, door de Hervormde kerk te Losser. Onder de oudere leden onzer gemeente leefde, in mijn tijd, nog de herinnering aan dit proces. Het betrof de weigering van Roomsche tiendplichtige boeren, om voort te gaan met het betalen der tiende. Met een beroep op genoemde Acte van aankoop, werden de weigerachtigen door de Rechtbank in het ongelijk gesteld. Of deze tiende nog geheven wordt, dan wel volgens onze tegenwoordige Wet, afgekocht is, is niet bekend. 

(wordt vervolgd)

De heilige Gerardus Majella en Overdinkel

C.S.M. Meijerink-Hannink

Het "Losserse Veald" lag eeuwenlang in de Marke Losser, woest en ongerept tussen het Graafschap Bentheim en de Dinkel, met hier en daar een enkele boerenhoeve als oase van groen in de grootse heidevlakte, omzoomd door het moerasland van het Tiekenveen en het Fleuer.
Aan het eind van de vorige eeuw verschenen er aan de horizon rokende fabrieksschoorstenen, die eerst argwanend werden bekeken, maar geleidelijk aan kregen ze een meer vertrouwde aanblik in het landschap en steeds meer boerenzonen trokken richting Duitsland, waar de opkomende textielindustrie hen van werk en een vast inkomen verzekerde. 

De vraag naar arbeidskrachten overtrof het aanbod ver, zodat er een golf van "vrömden" richting Overdinkel trok, waar ze zich uiteindelijk vestigden, omdat ze toch wel Nederlander wilden blijven. Vooral door de oud-Lossenaar Pastoor Roberink, die daar werkte, hadden velen in het door werkloosheid geplaagde Drentse land en in de Kop van Overijssel, gehoord van de Gronause textielfabrieken en de mogelijkheden om er werk te vinden.

De nieuwkomers ontpopten zich als nijvere werkers, die zich aanvankelijk in keten vestigden dicht bij de grens, maar die al spoedig in staat bleken de keet in te ruilen voor een eigen woninkje. En zo ontstond in het woeste "Losserse Veald" in enkele jaren tijds een nieuw dorp, dat o.m. behoefte had aan eigen Godshuizen en er werden nagenoeg tezelfdertijd, in vrome wedijver, een protestantse en een katholieke kerk gebouwd.

Gerardus Franciscus van Laak, kapelaan te Losser, kreeg op 12 oktober 1907 opdracht om een parochie te stichten voor de ongeveer 800 katholieken, die inmiddels in Overdinkel woonden. Op 17 januari 1908 werd een relikwie uit het gebeente van de H. Gerardus Majella geschonken aan de parochie Overdinkel.
Pastoor van Laak had een welhaast onbeperkt vertrouwen in de parochiepatroon, de H. Gerardus Majella, die op 23 april 1726 in Mur ten zuiden van Napels werd geboren.
Zijn levensbeschrijver verhaalt van de vrome en godsdienstige opvoeding, die de kleine Gerardus als kind ten deel viel en hoe hij zijn kinder- en jeugdjaren in liefdevolle gehoorzaamheid in het ouderlijk gezin beleefde.
Na de dood van zijn vader moest Gerardus op 12-jarige leeftijd meewerken om te helpen voor het gezin te zorgen. Hij werd kleermaker, maar na enkele jaren zei hij dit beroep vaarwel en werd hij huisknecht bij de Bisschop van Lacedogna.
Gerardus wilde echter altijd al kloosterling worden en had zich al meerdere malen bij de Franciscanen aangeboden, maar deze wezen hem met het oog op zijn zwakke gezondheid telkens af.

Omstreeks het Paasfeest van 1749 werd er in Muro "Missie" gepreekt door de paters van de H. Alfonsus en Gerardus probeerde bij hen zijn geluk te beproeven. Ook zij wezen hem in eerste instantie af, omdat hij er zo zwak uitzag. Op zijn niet aflatend aandringen lieten zij zich tenslotte bepraten en werd hij aangenomen als kloosterling.
Tijdens zijn kloosterleven muntte Gerardus uit in een voorbeeldig en deugdzaam leven, waarin kloosterlijke gehoorzaamheid de kroon spande.

 ODM 1995 3 05
Gerardus Majella kerk, Overdinkel ± 1911 

Als voorbeeld hiervan zijn de volgende voorvallen uit zijn leven opgetekend. Eens was Gerardus aan het strand van Napels, waar plotseling een woeste storm was opgestoken. Een vissersbootje kwam in grote nood te verkeren. Gerardus die dit zag maakte een kruisteken en liep de zee in. Temidden van de woeste golven riep hij:
"In naam van de Alerheiligste Drievuldigheid ... Sta!" En zie, meteen lag het bootje stil en Gerardus bracht het veilig naar de oever en de vissers waren gered.

Zo verdwaalde Gerardus op een dag met zijn ezeltje in dichte mist in de bossen van Ofanto. Terwijl hij zijn best deed de goede weg terug te vinden had hij een ontmoeting met de duivel, die hem toeriep: "Nu is het uur der wraak geslagen, nu heb ik u in mijn macht". Weer riep Gerardus; ,In naam van de Allerheiligste Drievuldigheid, neem mijn rijdier bij de teugel en geleid mij op de rechte weg". Tegen drievoudig goddelijk geweld bleek de duivel niet opgewassen en hij deed, waarschijnlijk met grote tegenzin, wat hem werd opgedragen.

De lering, die uit dit alles getrokken moest worden, was dat door een heilig en deugdzaam leven alle moeilijkheden met Gods hulp overwonnen konden worden en dat zelfs de duivel in God zijn meerdere moest erkennen.

In de laatste weken van zijn leven werd Gerardus getroffen door een hevig lijden. De ziekte die zich bij hem geopenbaard had sloopte zijn krachten en in de nacht van 15 op 16 oktober 1755 kwam er een eind aan zijn leven. Paus Leo de dertiende verklaarde Gerardus Majella zalig en door Paus Pius de tiende werd hij heilig verklaard. Tot zover het leven van Gerardus Majella. 

Pastoor Van Laak hield week in week uit bedelpreken in verschillende parochies om aan geld te komen voor de bouw van een kerk en pastorie. Van Jan Nijkerken en Gerritdina Nijkerken-Breteler kocht pastoor Van Laak en perceel heidegrond voor ƒ 350,= en van G.J. Welpelo een stuk land voor ƒ 250,=. G.J. Smudde, J.H. ter Denge en G.J. Welpelo schonken ieder nog een stuk grond op de zogenaamde "Jaaghutte".
Dank zij al deze steun kon op 13 december 1909 de bouw van de kerk worden opgedragen aan het aannemersbedrijf Koenders uit Enschede, voor de som van ƒ 41.900,=.

Op 3 juni 1910 kon de eerste steen worden gelegd, waarna de kerk op 7 november 1911 door de Aartsbisschop van Utrecht werd geconsacreerd. Pastoor Van Laak liet het ca. drie hectare grote terrein rondom de kerk aanplanten en bouwde er drie kapelletjes, met als doel er een processiepark van te maken.
Het plan lukte wonderwel en a! spoedig kwamen de Gerardus Majella vereerders, op de eerste zondag na diens sterfdag, naar Overdinkel om er de voorspraak van de heilige in te roepen. 

Vooral in de jaren tussen de twee were1doorlogen en de eerste jaren daarna, kwamen jaarlijks tienduizenden te voet, per fiets en in latere jaren met bus en auto naar Overdinkel, om deel te nemen aan de kerkelijke vieringen en de processie. Deze vinden altijd plaats op de zondag onder het octaaf van Gerardus Majella, dus de zondag na 16 oktober.

ODM 1995 3 06  

Ook anno 1995 verwacht Overdinkel weer duizenden pelgrims en zondag 22 oktober a.s. kunnen weer talloos vele gelovigen kracht en troost vinden in deze bedevaartstocht, waaraan sommigen reeds voor de 55ste keer of zelfs vaker hebben deel genomen. 

Pastoor Van Laak en de H. Gerardus Majella zijn samen van grote betekenis geweest voor Overdinkel en zij hebben er o.m. voor gezorgd, dat Overdinkel in de wijde omtrek grote bekendheid heeft gekregen.

Bronnen:

  • Roomsche Adel (J. Aarts);
  • Leven van de H. Gerardus Majella (Kranenburg),
  • Nieuwe Dinkellander d.d. 26-10-78;
  • Chronologie van de Parochie Overdinkel.

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.