Oet Dorp & Marke 1995-3

Brieven van dominee Pos (3)

G.W.Th. van Slageren 

Uit de geschiedenis van de Hervormde Gemeente 

Hierna vindt u de derde brief, geschreven in april 1944. Vanwege de lengte van de brief moest deze over twee afleveringen van "Oet dorp en marke Losser" worden verdeeld. Per abuis werd in het vorige nummer het tweede deel van deze brief gepubliceerd.
In deze aflevering het eerste gedeelte, waarin ds. Pas reageert op vragen, die zijn brief van februari 1944 kennelijk bij ds. Wijchers heeft opgeroepen.

G. W. Th. van Slageren 

Waarde Coll. Wijchers,

In antwoord op Uw schrijven d.d. 24 dezer zal ik beginnen, met zooveel mogelijk de vragen te beantwoorden, die U doet naar aanleiding van de mededeelingen, die ik gaf in vorig schrijven.

1. Het bericht over de als marskramers en kippenkoopIui vermomde zendelingen der Jezuieten, die in dienst der Contrareformatie, uit het Roomsche Munsterland in Twenthe werkten vond ik in een oud stuk, dat in mijn tijd in het archief aanwezig was.
Het boek waarin de namen werden opgetekend van hen, die als Roomsch wenschten te worden beschouwd was den geheimen zendelingen der Jezuieten medegegeven door den Bisschop van Munster, en moest dus tenslotte bij hem worden ingeleverd.
Het is bekend, dat de protestantsche propaganda - om het zoo maar te noemen - in Munsterland was uitgeschakeld door de dweeperijen der Wederdoopers onder Jan van Leiden c.s., die op rekening van de Reformatie werden geschreven! 

2. Van den doop van kinderen van in het geheim Roomschgezinden, bij den "kersboer", heb ik in mijn tijd nooit iets gehoord. 

3. De heidepaadjes heb ik zelf vaak gezien. Spiele, die niet alleen kerkvoogd maar ook ouderling was, wees er mij reeds op, toen ik de eerste maal tezamen met hem, uitgaande van zijn boerderij, in Oostelijke richting gaande, de gezinnen bezocht, die daar woonden: die paadjes vormden convergerende lijnen: zij liepen uit op een punt aan de Duitsche grens, in welks nabijheid op Duitschen bodem een klooster was gelegen: de naam ervan weet ik niet meer: ik zou meenen, dat het niet was Glane, daar dit hier zuidelijker lag. 

4. De boer, die mij zijn welgeconserveerde Statenbijbel toonde, was Dijkhuis, toenmaals een zeer bekende persoonlijkheid in Losser. 

5. Collecte herbouw kerk.(Na de verwoesting door de troepen van de bisschop van Munster in 1665. GvS)
Dat dit boekje verdwenen is, bevreemdt mij en is te betreuren. Het was van zulk stevig maaksel, in glad leeren band, dat het bestemd scheen om de eeuwen te verduren.
Onwillekeurig rijst de vraag: hoe was dit mogelijk? In mijn tijd is de archivaris van Overijssel eens inzage komen nemen van Lossersch kerkelijk archief, dat in de pastorie werd bewaard. Zelf heb ik dezen hier toenmaals niet getroffen - ik was afwezig - maar, wat volkomen instemde met mijn eigen waarneming, hij vond er zeer belangrijke documenten in, en beval aan het met zorg te bewaren. En nu dit collecteboekje verdwenen is, komt de vraag op: Zijn er onder mijn opvolgers soms nog andere stukken verdwenen ? Ik stel mij voor, dat er in dat archief ook een Lijst zich bevond van de aanwezige stukken. Doch daarvan heb ik geen zekerheid. Dit kunt U misschien onderzoeken. 

6. Tot de in mijn tijd aanwezige stukken behoorde ook een Lijst van Lidmaten, als ik mij goed herinner, uit het eerste kwartaal der 17e Eeuw. Onder de namen dier Lidmaten was er maar één, die in mijn tijd gedragen werd door een protestantsch gezin nl: Bendman, de naam van één mijner kerkvoogden, van wien ik de aangenaamste herinnering bewaar. Onder de overige namen vond ik er enkele, die toenmaals door Roomsche families werden gedragen. 

7. Het belang der behoorlijke bewaring van het archief is gebleken o.a. onder een mijner latere voorgangers te Losser in een proces, dat de kerkvoogdij verplicht was te voeren. Het archiefstuk in quaestie bevatte de akte van aankoop der zgn: Egberink's Tiende, door de Hervormde kerk te Losser. Onder de oudere leden onzer gemeente leefde, in mijn tijd, nog de herinnering aan dit proces. Het betrof de weigering van Roomsche tiendplichtige boeren, om voort te gaan met het betalen der tiende. Met een beroep op genoemde Acte van aankoop, werden de weigerachtigen door de Rechtbank in het ongelijk gesteld. Of deze tiende nog geheven wordt, dan wel volgens onze tegenwoordige Wet, afgekocht is, is niet bekend. 

(wordt vervolgd)

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.