Oet Dorp & Marke 1995-3

De heilige Gerardus Majella en Overdinkel

C.S.M. Meijerink-Hannink

Het "Losserse Veald" lag eeuwenlang in de Marke Losser, woest en ongerept tussen het Graafschap Bentheim en de Dinkel, met hier en daar een enkele boerenhoeve als oase van groen in de grootse heidevlakte, omzoomd door het moerasland van het Tiekenveen en het Fleuer.
Aan het eind van de vorige eeuw verschenen er aan de horizon rokende fabrieksschoorstenen, die eerst argwanend werden bekeken, maar geleidelijk aan kregen ze een meer vertrouwde aanblik in het landschap en steeds meer boerenzonen trokken richting Duitsland, waar de opkomende textielindustrie hen van werk en een vast inkomen verzekerde. 

De vraag naar arbeidskrachten overtrof het aanbod ver, zodat er een golf van "vrömden" richting Overdinkel trok, waar ze zich uiteindelijk vestigden, omdat ze toch wel Nederlander wilden blijven. Vooral door de oud-Lossenaar Pastoor Roberink, die daar werkte, hadden velen in het door werkloosheid geplaagde Drentse land en in de Kop van Overijssel, gehoord van de Gronause textielfabrieken en de mogelijkheden om er werk te vinden.

De nieuwkomers ontpopten zich als nijvere werkers, die zich aanvankelijk in keten vestigden dicht bij de grens, maar die al spoedig in staat bleken de keet in te ruilen voor een eigen woninkje. En zo ontstond in het woeste "Losserse Veald" in enkele jaren tijds een nieuw dorp, dat o.m. behoefte had aan eigen Godshuizen en er werden nagenoeg tezelfdertijd, in vrome wedijver, een protestantse en een katholieke kerk gebouwd.

Gerardus Franciscus van Laak, kapelaan te Losser, kreeg op 12 oktober 1907 opdracht om een parochie te stichten voor de ongeveer 800 katholieken, die inmiddels in Overdinkel woonden. Op 17 januari 1908 werd een relikwie uit het gebeente van de H. Gerardus Majella geschonken aan de parochie Overdinkel.
Pastoor van Laak had een welhaast onbeperkt vertrouwen in de parochiepatroon, de H. Gerardus Majella, die op 23 april 1726 in Mur ten zuiden van Napels werd geboren.
Zijn levensbeschrijver verhaalt van de vrome en godsdienstige opvoeding, die de kleine Gerardus als kind ten deel viel en hoe hij zijn kinder- en jeugdjaren in liefdevolle gehoorzaamheid in het ouderlijk gezin beleefde.
Na de dood van zijn vader moest Gerardus op 12-jarige leeftijd meewerken om te helpen voor het gezin te zorgen. Hij werd kleermaker, maar na enkele jaren zei hij dit beroep vaarwel en werd hij huisknecht bij de Bisschop van Lacedogna.
Gerardus wilde echter altijd al kloosterling worden en had zich al meerdere malen bij de Franciscanen aangeboden, maar deze wezen hem met het oog op zijn zwakke gezondheid telkens af.

Omstreeks het Paasfeest van 1749 werd er in Muro "Missie" gepreekt door de paters van de H. Alfonsus en Gerardus probeerde bij hen zijn geluk te beproeven. Ook zij wezen hem in eerste instantie af, omdat hij er zo zwak uitzag. Op zijn niet aflatend aandringen lieten zij zich tenslotte bepraten en werd hij aangenomen als kloosterling.
Tijdens zijn kloosterleven muntte Gerardus uit in een voorbeeldig en deugdzaam leven, waarin kloosterlijke gehoorzaamheid de kroon spande.

 ODM 1995 3 05
Gerardus Majella kerk, Overdinkel ± 1911 

Als voorbeeld hiervan zijn de volgende voorvallen uit zijn leven opgetekend. Eens was Gerardus aan het strand van Napels, waar plotseling een woeste storm was opgestoken. Een vissersbootje kwam in grote nood te verkeren. Gerardus die dit zag maakte een kruisteken en liep de zee in. Temidden van de woeste golven riep hij:
"In naam van de Alerheiligste Drievuldigheid ... Sta!" En zie, meteen lag het bootje stil en Gerardus bracht het veilig naar de oever en de vissers waren gered.

Zo verdwaalde Gerardus op een dag met zijn ezeltje in dichte mist in de bossen van Ofanto. Terwijl hij zijn best deed de goede weg terug te vinden had hij een ontmoeting met de duivel, die hem toeriep: "Nu is het uur der wraak geslagen, nu heb ik u in mijn macht". Weer riep Gerardus; ,In naam van de Allerheiligste Drievuldigheid, neem mijn rijdier bij de teugel en geleid mij op de rechte weg". Tegen drievoudig goddelijk geweld bleek de duivel niet opgewassen en hij deed, waarschijnlijk met grote tegenzin, wat hem werd opgedragen.

De lering, die uit dit alles getrokken moest worden, was dat door een heilig en deugdzaam leven alle moeilijkheden met Gods hulp overwonnen konden worden en dat zelfs de duivel in God zijn meerdere moest erkennen.

In de laatste weken van zijn leven werd Gerardus getroffen door een hevig lijden. De ziekte die zich bij hem geopenbaard had sloopte zijn krachten en in de nacht van 15 op 16 oktober 1755 kwam er een eind aan zijn leven. Paus Leo de dertiende verklaarde Gerardus Majella zalig en door Paus Pius de tiende werd hij heilig verklaard. Tot zover het leven van Gerardus Majella. 

Pastoor Van Laak hield week in week uit bedelpreken in verschillende parochies om aan geld te komen voor de bouw van een kerk en pastorie. Van Jan Nijkerken en Gerritdina Nijkerken-Breteler kocht pastoor Van Laak en perceel heidegrond voor ƒ 350,= en van G.J. Welpelo een stuk land voor ƒ 250,=. G.J. Smudde, J.H. ter Denge en G.J. Welpelo schonken ieder nog een stuk grond op de zogenaamde "Jaaghutte".
Dank zij al deze steun kon op 13 december 1909 de bouw van de kerk worden opgedragen aan het aannemersbedrijf Koenders uit Enschede, voor de som van ƒ 41.900,=.

Op 3 juni 1910 kon de eerste steen worden gelegd, waarna de kerk op 7 november 1911 door de Aartsbisschop van Utrecht werd geconsacreerd. Pastoor Van Laak liet het ca. drie hectare grote terrein rondom de kerk aanplanten en bouwde er drie kapelletjes, met als doel er een processiepark van te maken.
Het plan lukte wonderwel en a! spoedig kwamen de Gerardus Majella vereerders, op de eerste zondag na diens sterfdag, naar Overdinkel om er de voorspraak van de heilige in te roepen. 

Vooral in de jaren tussen de twee were1doorlogen en de eerste jaren daarna, kwamen jaarlijks tienduizenden te voet, per fiets en in latere jaren met bus en auto naar Overdinkel, om deel te nemen aan de kerkelijke vieringen en de processie. Deze vinden altijd plaats op de zondag onder het octaaf van Gerardus Majella, dus de zondag na 16 oktober.

ODM 1995 3 06  

Ook anno 1995 verwacht Overdinkel weer duizenden pelgrims en zondag 22 oktober a.s. kunnen weer talloos vele gelovigen kracht en troost vinden in deze bedevaartstocht, waaraan sommigen reeds voor de 55ste keer of zelfs vaker hebben deel genomen. 

Pastoor Van Laak en de H. Gerardus Majella zijn samen van grote betekenis geweest voor Overdinkel en zij hebben er o.m. voor gezorgd, dat Overdinkel in de wijde omtrek grote bekendheid heeft gekregen.

Bronnen:

  • Roomsche Adel (J. Aarts);
  • Leven van de H. Gerardus Majella (Kranenburg),
  • Nieuwe Dinkellander d.d. 26-10-78;
  • Chronologie van de Parochie Overdinkel.

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.