Oet Dorp & Marke 1995-4

Brieven van Dominee Pos (5)

G.W.Th. van Slageren

Uit de geschiedenis van de Hervormde Gemeente Deze keer de laatste van de brieven, die ds. H. Pos aan ds. J.J. W.A. Wijchers schreef Ik hoop, dat het u net zo is vergaan als mij: ik vond de brieven erg interessant.
Misschien dat u door het lezen van de brieven nieuwsgierig geworden bent, wie die ds. Pos nu eigenlijk was en daarom zal mijn eerstvolgende bijdrage aan hem gewijd zijn.

G. W. Th. van Slageren

Hilversum, 11 Juni 1944

Waarde collega Wijchers,

Nog enkele woorden naar aanleiding van Uw brieven en vragen in verband met een en ander, dat ik U meedeelde in hoofdzaak over het verleden van Losser.
Wat den kerkelijken toestand van Losser betreft, in mijn tijd, in een zeer belangrijk opzicht kan ik daarvan gunstig getuigen.
Vooraf de opmerking dat die gemeente zeer klein was toen ik er werd beroepen: zij telde toen bijna 300 zielen. Doch zoals ik U, vergis ik mij niet, reeds schreef, in dat zielental kwam spoedig een aanmerkelijke verandering.
Tegelijk met mijn komst in Losser, begon daar, evenals in geheel Twenthe, een instroming van nieuwe bewoners, die aangelokt werden door de groote textielfabrieken, die juist in dien tijd tot grooten bloei geraakten. Het grootste deel dier nieuwe bevolking bestond uit Protestanten en de stroom dezer nieuwelingen bleef vloeien zolang ik in Losser was en ook daarna.

Bij mijn komst in Losser vond ik daar een rustige, gemoedelijke, eendrachtige gemeente. Na eenige kennismaking werd mij door enkele stemmen toegefluisterd, dat "die en die" eigenlijk "modern" was. Een enkel gesprek met de aldus aangeduide leden der gemeente was afdoende, om mij te overtuigen, dat hier vergissing in het spel was: met de Christologie dier aldus aangeduiden was het volkomen in orde. Het punt van verschil tusschen hen en andere leden der gemeente was, dat zij in ’t bijzonder vijandig stonden tegenover de beweging van Dr. A. Kuyper, de doleantie.
Wat ik voorts gedaan heb, om genoemden stroom van immigranten op te vangen en zoo mogelijk te binden aan onze Vaderlandsche Kerk is U bekend. Dit heeft grootelijks medegewerkt om te bestendigen wat ik aanvankelijk vond in de kleine gemeente te Losser. Ook toen het zielental reeds meerdere malen een veelvoud vertoonde van hetgeen ik vond bij mijn komst, bleef de schare eendrachtig. Voor het uiterlijk heerschte er eenheid in heel mijn diensttijd in Losser: onkerkelijken, socialisten, vijandig gezinden, ethischen, confessioneelen, Bondsmenschen en soortgelijken kwamen toenmaals in Losser niet voor. De omstandigheden werkten mede om die uiterlijke eenheid te bestendigen, zoals ik U reeds eens uiteenzette.

De familie Teilers
Gekend heb ik nog geruimen tijd Jan Teilers en Mientje Teilers, de laatste verwanten in Losser van de Enschedesehen Teilers, van wien afkomstig is de bekende Teilersstichting te Haarlem, die ook nog geregeld prijsvragen uitschrijft ter verdediging van den Protestanschen godsdienst. Het was een kapelaan te Losser, die de Lossersche Teilersen steunde om alsnog door een proces de nalatenschap van bovengenoemden Teilers machtig te worden.

Dit is voor mijn tijd gebeurd. Hij bezorgde hun een advocaat, die op zijn kosten, voor hen zou optreden. Het proces werd gelijk zoovele andere, die vroeger en later om dezelfde questie werden gevoerd, afgewezen. De oorzaak schuilde in het feit, dat de laatste schakel der bloedverwantschap met den Enschedesehen Teilers, door de Lossersche niet kon worden aangevoerd. In 1861 is nl. het Enschedesche gemeentehuis afgebrand en daarmede ook de bevolkingsregisters.
De koperen kronen in de kerk te Losser droegen ook den naam dier familie Teilers (overigens slechts één van de twee; wel is ook de kanselbijbel door een Teilers geschonken -GvS).
Tijdens mijn verblijf te Losser ontving ik eens een schrijven van een zekeren Age S. Miedema, een jurist, die mij vroeg of er in Losser nog sporen aanwezig waren van de familie Teilers. Ik kon hem toen bevestigend antwoorden en deelde hem eenenander -bovengenoemd - mede '(Teiler niet Teilers is de oorspronkelijke naam).

ODM 1995 4 01
Het Teylershuis heeft diverse gebruikers gehad. Eerst het woonhuis van o.a. Jan teylers, een autogarage van Brilman, schoutingsgebouw. Na renovatie Teylers apotheek en nu restaurant "de oude apotheker"

De parochie Losser
In een archiefboek te Losser vond ik, dat de Roomsche parochie van die naam gesticht was in het jaar 1350. Te Utrecht, in het Aartsbisschoppelijk Museum, op onderzoek naar het origineel der Stichtingsacte, werd mij door een beambte, die het nazocht, medegedeeld, dat het origineel er werkelijk aanwezig was; gezien heb ik het echter niet !

De Graafschap Bentheim
In oude tijden werd de Graafschap Bentheim, wat de Hervormde gemeenten betrof, beschouwd als een buitenlands, maar desondanks gelijkgerechtigd deel van onze Vaderlansche kerk. Candidaten, die geëxamineerd waren door de "Gereformeerde Classis" van Bentheim, werden beroepen in onze kerk. Een voorbeeld daarvan is de man, die in de heugenis van de oude Losserschen, in mijn tijd, de dominé was, nl. Ds. Hulsken: in het archief vond ik vermeld, dat hij geëxamineerd was door de Classis Bentheim, waaruit blijkt, dat deze kerkelijke band nog bestond in het begin der 19de Eeuw .

Waarschijnlijk zal ik mijn terugblik op het Verleden van Losser hiermede staken.

Nu ik hoop, dat U met de Uwen in den besten welstand verkeert en dat U in alles Gods besten Zegen moogt ervaren, ook op Uw werk in de gemeente. Het doet mij genoegen, dat ik zoo geregeld de Kerkbode door Uwe bemiddeling ontvang: die Kerkbode brengt mij een telkens weer gretig doorgelopen lectuur.

Ik maak er uit op, dat in Enschede de vrijzinnigen nog de macht in handen hebben. In mijn tijd vond ik daar Coll: van Oosterzee, als eenig orthodox predikant en naast hem 2 modernen.
Oosterzee legde heel zijn ziel in zijn werk: hij had de schare. In de vacature na zijn vertrek, heb ik een paar maal een beurt vervuld in de groote kerk, een gebouw, dat zijn naam eer aandeed: welk een ruimte! Ik meen, dat er 2500 zitplaatsen in waren. Eens had ik er een doopbeurt met niet minder dan 23 doopelingen! Maar ik moet eindigen en doe dit met hartelijke groeten voor U en de Uwen en voor alle oude vrienden in ’t bijzonder ook voor H.N. Nusmeijer en den kerkvoogd Hendriksen.

Met de beste wenschen.

H. Pos

Een testamentaire verkoop ...

H. Bourgonje

Er is een tijd geweest, dat overledenen hun laatste rustplaats vonden in of rondom het kerkgebouw. De naam 'kerkhof zegt het eigenlijk al: de hof bij de kerk. Oorspronkelijk was het een privilege, dat alleen de bedienaren van de kerk, de geestelijkheid dus, en de adel ten deel viel. Zo zijn veel adellijke grafzerken door de eeuwen heen bewaard gebleven en in veel oude kerken kan men die grafzerken nog aantreffen, veelal rechtstandig tegen een van de muren geplaatst.
Zo geleidelijk aan nam de macht van de adel af en groeiden de invloed en het aanzien van de opkomende burgerij, dat onder meer tot uitdrukking kwam in het ongeschreven recht ook in de kerk begraven te mogen worden.
Het werd druk in de kerk.
En niet alleen bovengronds, maar ook daar onder en we kunnen ons gemakkelijk voorstellen, dat naar mate de ondergrondse drukte toenam, dit aanleiding gaf tot ongewenste toestanden, o.m. ook op hygiënisch gebied. In oude kerkboeken komen vermeldingen voor over stankoverlast in de kerk.

En zo is het goed verklaarbaar, dat bij Koninklijk Besluit van januari 1829 het begraven in de kerk wordt verboden. In Losser is ook begraven in en om de oude kerk op de markt, maar - eigenlijk heel opmerkelijk - geen enkele grafsteen kan er nog getuigenis van afleggen: geen pastoor of dominee – beiden hebben immers de Sint Martinuskerk als ruimte ter verkondiging van Gods woord in gebruik gehad - (niet tegelijk gelukkig!), heeft zijn naam vereeuwigd mogen zien gehouwen in een grafsteen. Althans niet in een grafsteen, die de tand des tijds heeft mogen weerstaan.

Wie zei ook al weer zo treffend: "Alles is ijdelheid en niets dan ijdelheid." In Losser werd ten tijde van het Koninklijk Besluit zeker niet meer in of rondom de kerk begraven. Aan de Scholtinkstraat, ongeveer tussen de Kloosterstraat en de tuin van burgemeester Van de Sandt, lagen eertijds de protestantse en de katholieke begraafplaatsen vredig naast elkaar. Daar kwam pas verandering in toen de gemeente daar begon te bouwen en de kerkhoven geruimd moesten worden. De stoffelijke resten van acht pastoors die er begraven lagen, werden in verband daarmee overgebracht naar het kerkhof aan de Enschedesestraat bij de H. Maria Geboortekerk, waar zij in een gezamenlijk graf hun laatste rustplaats hebben gevonden.

Het zijn:
Joannes Mulder overleden 27-03-1819
Antonius Mulder " 03-05-1835
Joan Wagelaar " 24-01-1895
Johan ten Vergert " 03-12-1860
Bernardus Scholten " 03-04-1877
Hermanus Leurink " 26-05-1880
Henricus Wiegink " 20-12-1884
Martinus van Brienen " 09-04-1897

De eerste van het achttal is in 1819, tien jaar vóór het Koninklijk Besluit, dus al begraven op het inmiddels geruimde kerkhof.

Antoon Mulder, geboren te Borne, was pastoor te Losser van 1819 tot 1835. Hij was in Losser gekomen als assistent van zijn oom Joannes Mulder, eveneens afkomstig uit Borne, die van 1800 tot 1819 pastoor in Losser is geweest. Blijkbaar heeft pastoor Antoon Mulder zijn aardse goederen bij testament vermaakt aan zijn familie in Borne, want op 27 en 28 mei 1835 vindt er in de 'Roomsche Pastorij' in Losser een publieke verkoop plaats van 'differente meubilaire goederen, waaronder zich geen gouden of zilveren werken bevinden' in opdracht van Eernardus Mulder te Borne, eigenaar, zoals uit het onderstaande, hopelijk leesbare, extract uit het Register van Verkoopingen blijkt.

ODM 1995 4 03

Voor alle zekerheid volgt hier de tekst:

Extract uit het Register van voorloopige aangiften van openbare verkoopingen van roerende goederen ----------

No 336 van het Register. Oldenzaal 25 Mei 1835.

Compareerde J.B. Stork als gevolmachtigde van F.C.W. Stork, openbaar notaris te Oldenzaal, verklarende dat gemelde notaris voornemens is op morgen den zevenentwintigsten Mei en volgende dag, des voormiddags om negen uur, in den Roomsehen Pastorij te Losser, kanton Oldenzaal, publiekelijk te verkoopen, differente meubilaire goederen, waaronder zich geen gouden of zilveren werken bevinden, ten verzoeke van Hernardus Mulder, eigenaar, wonende te Borne.

Waarvan acte en heeft geteekend,

J.B . Stork

Uit het vermelde register willen wij wat verkoopkavels naar voren halen, die enig inzicht geven wat een pastorie toentertijd herbergde, welke dorpelingen ergens belangstelling voor hadden en wat er voor betaald moest worden. Daar gaan we dan!

1
Een ton. Gerrit Bloemen te Losser voor
(tonnen lagen toentertijd goed in de markt zoals blijkt uit de 9 volgende kavels, tonnen dus, en gekocht door: Hendrik Morbeek, Jan Zondag, Willem Brunink, Jan Nijkerken, Jan Bevers, Jan Harm Garvelink, Hendrik ten Bruil en Hendrik Smit. De kwaliteit van de tonnen verschilde kennelijk nogal gezien de prijs! De goedkoopste bracht tien centen op, de duurste één gulden dertig! Nu gaan we uit een ander vaatje tappen)
ƒ 0,10  
11
Een Vat. Antoon Keilerhuis voor
(en er volgen er nog acht. De goedkoopste voor ƒ 0,20 Kopers: Willem Stroink, Harm Suthof, Jan Elderink, Jan Harm Wigger, Jan Suthof, Gertruid Teunissen, Willem Nijenhuis, Hendrik Boejink.
 ƒ 3,75 
 En kavel 20 is weer heel iets anders, geen ton, geen vat, maar een turfton, gekocht door Jacob Meij, commies te Losser, voor één gulden. En die commies had de knip vergeten mee te nemen, want de notarisklerk vermeldt: Borge, Jan Elderink, landbouwer)
30 Een zaag. Jan Keilvers ƒ 0,55
31 Twee molvangers. Johannes Noordhoek Hegt, landwerker te Oldenzaal, voor ƒ 0,55
32  Een partij touw. Lutke Glaneman voor ƒ 0,90 
33  Een wan. Mannes Elderink voor ƒ 1,10 
34   Een hark en een schoffel voor
(Koper: zie 31 -je bent landwerker of je bent het niet!)
ƒ 0,65 
37 Hendrik Holst koopt nog eens een ton voor ƒ 0,20
38 Jan Bevers een partij touw voor ƒ 0,70
39 Jan Harm Wigger moet zo nodig een emmer voor ƒ 1,10
  en nog een waschkussen, wat dat dan ook zijn moge, voor ƒ 3,25
41  Ook een kussen, heel gewoon, voor Gradus Gortemulder   ƒ 0,65
44 Twee steenen potten, Gradus Vischer voor
(en daar kun je niet voor naar Vollenbroek of Blokker gaan, zeg nou zelf)
ƒ 0,10
45 Een vischnet. Hendrik Bloemhof, commies, voor
(en warempel, ook deze commies had de knip niet bij zich, want borge is Gerhardus Roberink, bakker. Hoewel. .. 27 of 28 mei, tijdstip van de verkoop, is natuurlijk wel achter in de maand! En zegt het Duitse spreekwoord niet: "Das Leben ist am schwersten, Drei Tage vor dem Ersten")
ƒ 2,00
48 Twee manden. David Zilversmit voor
(voorvader van de Zilversmits die we tijdens de oorlog op zo smartelijke manier als dorpsgenoten hebben moeten verliezen.)
ƒ 0,10
49 Een zeef voor vijf en tachtig centen. Zie ook 34 en 31;
(hij krijgt de hele landwerkuitzet bij elkaar)
 
51 Een kistje. Berend Nijenhuis ƒ 0,40
55 Een kistje. Hendrik Poorthuis, maar die wil er maar ƒ 0,20 voor betalen.  
56 Een koffijmolen. Gradus Hoge Lugt voor ƒ 1,00
58 Drie stoelen. Elisabeth ter Glane voor ƒ 0,60
59 Een draagbaar. Lutke Glaneman voor vijf en dertig centen.
(Die Glaneman! Wat een weldoordachte investering.)
a. Misschien was zijn vrouw zeer slecht ter been;
b. Misschien lag zijn buurman heel slecht;
c. Misschien liep zijn buurvrouw ter anderen zijde "op alle daagn";
d. Misschien was zijn dakgoot lek en de ladder niet al te best. Misschien ook, maar het is niet meer dan een speculatie, heeft Glaneman gedacht: "De pastoor is dood! Ik neem een gedeelte van zijn handel over".
De draagbaar roept vraagtekens op. We mogen toch niet aannemen, dat de sport in Glane reeds zover gevorderd was, dat er geregeld een Glanees tot algemeen vermaak door het stadion werd gesleurd, zoals in onze dagen zo fraai gebruikelijk is!
 
63 Een zonnewijzer. Jan Hendrik Wigger voor ƒ 12,25
67 Een vogelkooi. Jan Bookhold voor ƒ 1,20
69 Steenen pannen. Jan Schildkamp voor vijftien centen.  
70 Een glas. Gadus Kupers voor ƒ 0,35
71 Drie flesschen. Gerrit Mulderink
(zullen wel leeg geweest zijn)
ƒ 0,20
73  Een deken. Jannes Reinink, capellaan
(de Deken had het vast goed gevonden)
ƒ 0,90 
78 Twee kruiken. Leendert Morsink voor
(mispoes ... leeg!)
ƒ 0,30
80 Een ketel. Christoffer Vos
(Christoffer=Stuffeke, zoals wij Vos later noemden)
ƒ 1,10
81 Een ledikant. Hermannes Bonke voor
Oecumene ten top! Hermannes Bonke: schoolmeester, koster en organist; de gereformeerde religie toegedaan met ziel en lichaam! In het bed van de pastoor. Hoe vaak zal hij niet gillend overeind gevlogen zijn, omdat hij droomde dat de pastoor met een druipende wijwaterskwast achter hem aan zat. Nee hè, dat kan toch niet. Hij heeft er vast zelf niet in geslapen. Enne, zou de Classis er wel van geweten hebben? .. .'t Vaticaan? Oei!
ƒ 2,70
82 Een ladder. Hendrik ten Brakke, de Lutte, voor ƒ 1,00
85 Een ijzeren pan voor ƒ 1,20
86 Tien ijzeren roeden. Ten Vergert, capellaan te Haaksbergen, voor
(Wie zijn kinderen lief heeft spaart de roede niet. Maar kapelaans krijgen immers geen kinderen! Toch geen vergeefse investering voor een aankomend pastoor. En de roeden keren later weer naar Losser terug, want Ten Vergert overlijdt er als pastoor 3-12-1860.
ƒ 1,80
92 Een ijzeren pot. Antoon Keilerhuis voor
(Er volgen er nog 5; de duurste gaat naar capellaan Ten Vergert voor ƒ 1,90. Komt ook terug met de roeden.)
ƒ 0,60
98 Twee scheermessen. Noordhoek Hegt, Oldenzaal ƒ 1,40
99 Een koperen ketel. Neijer Goldsmit
(als dat keteltje nog eens in het programma kwam Kunst of Kitsch!)
ƒ 15,25
101 Een perceel vlas . Jan Berends, touwslager, Edisdh30 (En er volgen nog 33 gelijk geformuleerde nummers. Wat een perceel precies is? Een bepaalde hoeveelheid? Of de opbrengst van een vast omschreven stuk (perceel) grond? De prijzen bewegen zich van ƒ 1,50 tot ƒ 1,90 en als kopers melden zich o.m. Jan Wierink, Hermannes Gerritzen, Jan Berends, Everwijn Soeterman (Oldenz.), Jan Kwekkeboom, Berend Nijenhuis, Gerrit Jan Veldhuis, Gerrit Bloemen.)
135 Twee doeken. Hendrika Molendijk vijf en zestig centen
(Gaat door t/m 14; variërend van 30 ct/t/m 65 ct; kopers: Weduwe Wissink, Mannes Schouwink, Jan Harm Garvelink, Berend Luizink, Geertruid Adolfsen, Gerrit Jan Kalter, Jan op de Bekke, Gerrit Bloemen, Geertruid Teunissen, Hendrik Bruinink.)
 
147 Twee zakdoeken. Aleida Bevers, vijf en zestig centen (t/m nr. 165; 55 ct. t/m 80 ct; kopers: Engele Scholte; Lambert Langeriet, Gerrit Beverborg, Geertruid Adolfsen, Gerrit Jan Kalter, Jan Hendrik Buld (Ensch.), Hendrik Holst, Jannes Reinink (U weet wel, de capellaan, koopt er acht), Hendrik Brunink.
162 Twee servetten. Jan Eferink voor een gulden.
(t/m nr. 166; ƒ 1,00 / ƒ 1.10. Kopers: Eernardus Schutte, Lonneker, commies Bloemhof, ja hoor, met borge, Hermannes Bonke, Hermannes ter Laek, Aleida Zwerink)
 
167 Twee handdoeken. Gerrit Scholte voor
(t/m nr- 170. 50 ct t/m 70 ct. Kopers: Jan Harm Garvelink, Geertruid Teunissen, Gerrit Jan Snoink, Hermannes Bonke, Aleida Zwerink)
ƒ 0,60
179 Een tafellaken en twaalf servetten. Noordhoek Hegt. ( Ja, ja, die landwerker), voor ƒ 12,00
180 Een dito en twaalf dit. Jannes Reinink
(Ja, ja, die capellaan, koopt mooi zijn hele pastoors uitzet bij elkaar)
Gaat door tot 206 met wisselend aantal servetten. Kopers: Hermannes ter Laek, Hendrikeus Smit, Gerrit Jacob van Oort, Oldenz. Engele Smit. Willem Brunink, Jacob Meij, Joseph de Lende, Hendrika Molendijk, Abraham Goldsmit, Gerrit Scholten, Fenne Kroeze (Lonneker), Harm Lekink, Jannes Haverkate (de Lutte), Hendrik Blomhof, met andere borge: Jan Nijenhuis, Lambert Snippert, Zwenne Luisink, Engele Scholte, Hendrik Boejink, Christaan Nitert, Engele Bosman.
ƒ 12,75
207 Een bedlaken. Gerrit Jan Damink, de Lutte
(t/m 233; ƒ 1,40/ ƒ 2.30. Kopers: Johannes Heldeman, Oldenz., Noordhoek Hegt, Oldenz., Frans Molendijk, Engele Bossink, Berend Weemhof, Lambert Langeriet, Engele Scholten, Gerrit Jan Kalter, Jannes Haverkate, Gerrit Jan Wensink, Lambert Elshof, Harm Lakink, Joseph ter Lende, borg als voren, Hendrik Holst, Gerrit Agterbos, Gerrit Volker, Oldenz.
ƒ 1,40
234 Twee slopen. Gradus Smit voor vijf en negentig centen.
(t/m 246; ƒ 0,95/ ƒ 1,10. Jacob van Oort, Harm Lakink, Jacob Meij, borg als voren, Noordhoek Hegt, Gerrit Wissink, Hendrik Everts, Gerrit Assink.
 
259 Twee overhemden. Jan Hendrik Buld, Lonneker ƒ 0,80
260 Dito. Eernardus Schutte voor negentig centen.  
265 Een kast. Jan Hendrik Wigger voor ƒ 14,75
268 Een hangende klok. Hendrikus Smit voor ƒ 13,00
270 Een bureau. Gerhardus Koek op de Springbile, graafschap Bentheim voor ƒ 27,00
271 Een kabinet. Jan Hendrik Wigger voor ƒ 23,75
273 Een hangende klok. Richard de Bestin, rijksontvanger te Losser voor ƒ 11,75
275 Een staande klok. Jannes Reinink, capellaan
(ze hadden het zo slecht nog niet in Losser!)
ƒ 70,00
280 Een tafel. Hendrikus Smit, ƒ 15,50
284 Een boekenkast. Jan Suthof voor
(waarschijnlijk een 'boekenkastje')
ƒ 1,50
285 t/m 308 Een stoelkussen.ƒ 0,85 / ƒ 2,85. De enige koper die U nog niet bent tegen gekomen is Nathan Izak Cohen en die koopt er een voor ƒ 2,00
309 t/m 317

Een bed. Goedkoopste ƒ 8,75, duurste ƒ 18,00
Gerrit Vlake, ook nog niet ontmoet, koopt voor ƒ 16,50

 

En op 27 mei 1835 hield de notaris het toen voor gezien. Hij zou de verkoping de volgende dag voortzetten. De opbrengst van de eerste dag was ƒ 807,05.

Mag ik er nu ook mee ophouden?

Bij leven en welzijn hoop ik in ons volgende boekje, samen met U, de tweede verkoopdag bij te wonen. We komen daar geen nieuwe namen meer tegen, de krenten zijn wel zo’n beetje uit de pap.Ik hoop toch dat U er even als ondergetekende van genoten hebt. En die staande klok van Jannes Reinink, de capellaan, zou die nog ergens staan te tikken? Of zou die alleen nog maar staan? Of zou de gestaag knagende houtworm in eendrachtige samenwerking met de gestaag knagende tand des tijds het gebruikelijke sloperswerk verricht hebben? We zullen het nooit weten, zelfs niet via de Historische Kring. Tot het volgende boekje,

H. Bourgonje

Bronnen:

  • Graven en Begraven in Overijssel Jaarboeken Overijssel -uitgave 1981 Waanders- Zwolle Via de Hr. Joh. Luizink
  • Extract uit het Register van voorlopige aangiften van openbare verkoopingen van roerende goederen No. 236 van het Register. Rijksarchief Zwolle

Genealogie van de familie Elferink

J. Küpers Oude Kempers

Reeds in 16de eeuw wordt de naam Elferink al vernoemd in het Marke boek van Losser, waar een Joan Elverinck anno 4 maart 1575 aanwezig is bij een holtgericht (vergadering) als boer uit de marke Overdinkel.

ELFERINK Johannes X.N.N. geb. voor 1630

Kinderen uit dit huwelijk:
1 Joannes geb. 30-10-1670
2 Hermannus geb. 05-03-1676 zie onder I
3 Hernardus geb. 02-09-1678 zie onder II

ELFERINK Hermannus geb. 05-03-1676 huwd 20-10-1721 met Aleijda WIGGERS 

Kind uit dit huwelijk:
1 Hermannus geb. 26-03-1723 zie onder III

II ELFERINK Hernardus geb. 02-09-1678 gehuwd 06-06-1718 met SCHILTKAMP Christina geb. 25-03-1677 

Kinderen uit dit huwelijk:

1 Hermannus Hendrikus geb. 12-05-1719 zie onder IV
2 Gerardus geb. 16-01-1722 gehuwd met Denge ter A.
3 Aleida geb. 31-03-1725 gehuwd met Zondag B.
4 Joannes Henricus geb. 27-11-1727
5 Angela geb. 30-11-1730 gehuwd met Jansen G.

III ELFERINK Hermannus geb. 26-03-1723 gehuwd 04-05-1750 met AGATHEN Aleida 

Kinderen uit dit huwelijk: 

1 Joannes Hernardus geb. 04-05-1751
2 Gerrardus Hermanus geb. 27-09-1752 zie V
3 Joannes Bernardus geb. 01-02-1755
4 Joannes Hermannus geb. 27-02-1757
5 Anna Christina geb. 03-11-1759
6 Joannes Henricus geb. 16-04-1762
7 Joannes Hernardus geb. 28-04-1765
8 Joannes Hermannus geb. 13-07-1767

IV ELFERINK Hermannus Hendrikus geb. 12-05-1719 gehuwd 09-07-1738 met WIGGERS/LANGE WIGGE Anna geb. 08-11-1718 

Kinderen uit dit huwelijk: 

1 Hermannus geb. 23-11-1738 zie onder VI
2 Gesina geb. 22-08-1740 gehuwd op 01-12-1767 met Wernsink E.
3 Engela geb. 15-07-1742
4 Anna geb. 08-11-1743 gehuwd op 16-07-1786 met Vlake J.
5 Joannes geb. 16-11-1749 gehuwd op 19-10-1779 met Theusink A.
6 Egbertus geb. 13-01-1752 overl. voor 1753
7 Egbertus geb. 13-02-1753 overl. 07-07-1812
8 Joanna geb. 01-08-1755
9 Angelina geb. 16-02-1758
10 Joanna geb. 12-06-1759
11 Hermina geb. 04-12-1761

V ELFERINK Gerrardus Hermanus geb. 27-09-1752 gehuwd 09-03-1783 met GOEKEN/GOERKENHUIS Gesina

Kinderen uit dit huwelijk:

1 Jan Hermen geb. 15-02-1786, overl. 29-10-1827
2 Anna Gertrudis geb. 18-10-1788
3 Joannes Hendrikus geb. 06-05-1790
4 Joannes Gerardus geb. 03-03-1792, overl. 08-11-1849
5 Jan Hermen geb. 08-01-1797 zie onder VII
6 Jan Hendrik geb. 00-05-1799 gehuwd met o.d. BEKKE Joh. M.

VI ELFERINK Hermannus geb. 23-11-1738, overl. 25-01-1812 gehuwd 27-09-1796 met DENGE ter Angela geb. 26-09-1770, overl. 06-12-1831

Kinderen uit dit huwelijk:

1 Hermannus geb. 12-11-1799 zie onder VIII
2 Lambertus geb. 28-08-1802 zie onder IX
3 Anna Aleijda geb. 13-02-1807
4 Gerrardus geb. 25-03-1809, overl. 13-07-1825

VII ELFERINK Jan Hermen geb. 08-01-1797, overl. 09-06-1827 gehuwd 25-11-1817 met LUNTER Hermina Elizabeth geb. 25-03-1794, overl. 27-01-1880

Kinderen uit dit huwelijk:

1 Gezina Elisabeth geb. 09-10-1818
2 Gerhardus geb. 22-02-1821, overl. 01-05-1891
3 Wilhelmina geb. 04-03-1824, overl. 15-06-1824
4 Johannes Wilhelmus overl. 05-05-1825 zie onder X

VIII ELFERINK Hermannus geb. 12-11-1799, overl. 08-07-1872 gehuwd 26-05-1828 met WELMER Joanna geb. 1797 Gildehaus, overl. 22-10-1866

kinderen uit dit huwelijk:

1 Hermina geb. 28-05-1829, overl. 13-02-1910 getrouwd met Hamsink Johannes en 2e huwelijk met Seiger Hernardus
2 Gerardus geb. 10-08-1833
3 Engelbertus geb. 28-04-1837
4 Hendrikus geb. 19-03-1841, overl. 22-05-1890

IX ELFERINK Lambertus geb. 28-08-1802, overl. 22-07-1867 gehuwd 26-05-1829 met WENSINK Hermina geb. 14-05-1808 

Kinderen uit dit huwelijk:

1 Helena geb. 23-05-1830
2 Hermannus geb. 06-10-1832
3 Geertruida geb. 09-02-1835, overl. 27-11-1851
4 Engelbertus geb. 08-10-1837, overl. 13-02-1860
5 Gerardus geb. 19-03-1840, overl. 01-04-1840
6 Gerardus geb. 14-03-1841
7 Hermina geb. 04-04-1844, overl. 29-05-1853
8 Aleida geb. 13-02-1847
9 Johannes geb. 08-05-1850, overl.15-12-1905 gehuwd met Ottink. J.
10 Hermannus geb. 12-12-1853
11 Hermina geb. 04-01-1854, overl. 02-05-1857

X ELFERINK Joh. Wilhelmus (Willem) geb. 05-05-1825, overl 28-11-1895 gehuwd op 04-11-1854 met DUITSCHMAN Maria geb. 13-10-1828, overl. 08-01-1908

Kinderen uit dit huwelijk:

1 Johanna Hermina geb. 03-07-1855 overl. 16-10-1895
2 Maria Joh. Aleida geb. 05-12-1856, overl. 01-04-1909 gehuwd met Nordkamp J.H.
3 Elisabeth Aleida geb. 01-11-1859, overl. 01-02-1886 gehuwd met Olde Heuvel J.
4 Maria Geertruida geb. 11-02-1862, overl. 07-01-1940 gehuwd met  Olde Heuvel J.
5 Johannes Herm. geb. 08-04-1865, overl. 15-08-1885
6 Johannes Gradus geb. 06-07-1867 zie onder XI
7 Johannes Hendr. geb. 07-03-1870 zie onder XII

XI ELFERINK Joh. Gradus (Stienen) geb. 06-07-1867, overl. 18-09-1929 gehuwd 31-01-1896 met WELPELO Maria Catharina geb. 26-10-1873, overl. 05-06-1963

Kinderen uit dit huwelijk:

1 Joh. Wilhelmus geb. 23-12-1897, overl. 16-09-1977 gehuwd met Benneker G.
2 Herm. Johannes geb. 22-05-1900 overl. 12-08-1965 gehuwd met Koop J.G.
3 Maria Joh. Gertr. geb. 21-11-1902, overl. 07-12-1983 gehuwd met Poorthuis J.
4 Joh. Hendrikus geb. 06-01-1907, overl. 02-05-1980
5 Joh. Gerardus geb. 10-12-1908, overl. 17-07-1990 gehuwd met Berning J.
6 Hendrik. Joh. geb. 29-03-1911, overl. 12-12-1980 gehuwd met Zwaferink MGJ
7 Joh. Maria Hendr. geb. 14-01-1913 gehuwd met Meijer H.G. 

Omdat de familienaam ELFERINK zo omvangrijk is, en nog vele pagina's met namen en gegevens bevat, is er een klein boekwerkje van gemaakt. (tegen kleine vergoeding) te verkrijgen bij J. Küpers-Oude Kempers.

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.