Oet Dorp & Marke 1996-1

Brieven van dominee H. Pos

Georg van Slageren

Uit de geschiedenis van de Hervormde Gemeente

Inleiding
In deze rubriek zijn vanaf september 1994 brieven en opstellen gepubliceerd, die ds. H. Pos van juni 1943 tot september 1944 schreef aan ds. J.J.W.A. Wijchers. Ik hoop, dat het U net zo vergaan is als mij toen ik deze brieven voor het eerst las. Ik vond de brieven erg interessant omdat ze naast een beschrijving van gebeurtenissen uit het verre verleden van onze gemeente, ook een ooggetuigenverslag bevatten van Losser aan het eind van de vorige eeuw. Ik ben door het lezen van de brieven nieuwsgierig geworden naar wie die ds. Pos nu eigenlijk was.

Hendrik Pos werd geboren in 1861 te Nederhorst den Berg. Hij had eerst de studie van de letteren gekozen, waarin hij ook "candidaat" was geworden. Na zijn studie theologie in Utrecht, werd hij op 26 oktober 1890 bevestigd als predikant van onze gemeente. Tien dagen eerder was hij getrouwd met Anna Slik. De meeste kinderen van het echtpaar werden in Losser geboren.
Ds. Pos heeft in zijn gezin veel verdriet moeten doormaken. Eerst door het overlijden van een zoon, na een lang lijden en later door de dood van zijn vrouw.

ODM 1996 1 01

Losser
Losser was dus de eerste gemeente, die ds. Pos mocht dienen. Negen jaar heeft hij hier gewerkt. Negen jaren, die veel van hem hebben gevergd. Bij zijn komst was Losser klein: de kerkelijke gemeente omvatte 50 gezinnen. Maar spoedig begon de grote trek van Noord Overijssel en Zuid Friesland naar de textielindustrie van Twente en Gronau, waardoor ook de hervormde gemeente Losser belangrijk in zielental groeide.
Het was zaak om deze mensen op te vangen en voor de kerk te behouden. Mede door het uitgestrekte terrein en de slechte wegen en voetpaden eiste dit veel van de predikant. Maar ds. Pos heeft dit op uitnemende wijze gedaan, want vijftig jaar later (en daardoor zelfs na honderd jaar) wordt er nog over gesproken. Daarin heeft zeker meegespeeld, dat hij een joviale man was, die zijn gemeenteleden op tactvolle en aangename wijze aan zich wist te binden.

Na negen jaren van noeste en inspannende arbeid kreeg ds. Pos in 1899 een beroep naar Beetsterzwaag (Friesland). De kerkelijke besturen hebben met alles wat hun mogelijk was geprobeerd de dominee voor Losser te behouden. De belangrijkste overweging om toch te vertrekken was het gemis van een christelijke school voor zijn kinderen, die onze gemeente niet kon bekostigen.
Voor zijn vertrek was ds. Pos al wel bezig met de voorbereidingen om te komen tot de oprichting van een christelijke bewaarschool. Onder zijn opvolger Dr. L. de Geer is deze bewaarschool in 1900 daadwerkelijk tot stand gekomen. De oprichting van een christelijke lagere school werd pas in 1930 gerealiseerd.

Een ander initiatief van ds. Pos was de Protestantsche Vereeniging. Destijds waren er nog geen verenigingsgebouwen, noch jeugd- of sportverenigingen en de mensen zochten veelal hun vermaak in cafés, waar nogal eens botsingen voorvielen, vooral ook omdat vreemdelingen vaak als indringers werden beschouwd. Ds. Pos wist de jeugd uitstekend te leiden en het duurde niet lang of hij nam het initiatief om een Protestantsche Vereeniging te stichten. Het gebouw dat dienst had gedaan als openbare dorpsschool en dat op grond van de kerk stond werd overgenomen. Er werd een biljard geplaatst en er werd een kegelbaan gebouwd. De dominee vertoefde hier veel en won al gauw de sympathie van iedereen, met name ook van de jeugd.
Spoedig werden ook een toneel vereniging en een zangvereniging voor dames (met bij de oprichting al 44 leden!) gesticht.

Velen in Losser bleven zich ds. Pos herinneren en ook wederkerig was dit het geval. Steeds had hij hier mensen, waarmee een briefwisseling werd onderhouden en zodoende bleef hij met onze gemeente meeleven. Graag bleef hij ook in zijn eerste gemeente komen en zijn grootste genoegen was dan hen te bezoeken, die hij van vroeger kende en dan speciaal de zeer ouden, zieken en zwakken.
Het was duidelijk, dat hij zich met Losser verbonden voelde. Iets wat trouwens ook uit de gepubliceerde brieven blijkt. Helaas was het in 1940, het jaar waarin ds . Pos zijn gouden predikantsjubileum vierde, door de oorlogsomstandigheden, voor hem niet mogelijk naar Losser te komen.

De enige negatieve opmerking, die ik in de Losserse archieven over ds. Pos vond, was in het stukje dat ds. Schaefer ter gelegenheid van het gouden predikantsjubileum in "Ons Blaadje" schreef: "Een ding slechts is jammer, zijn wij geneigd te zeggen, namelijk dat om het meerdere kerkbezoek op te vangen, de gaanderijen in de kerk zijn aangebracht".
Voor de rest was het allemaal ''Pos"-itief. 

(Overigens: de gaanderijen waren inderdaad een bron van grote ergernis en zijn bij de restauratie van de kerk in 1954 verwijderd.)

ODM 1996 1 02

Beetsterzwaag
Op 17 september 1899 deed ds. Pos intrede in Beetsterzwaag, waar hij tot zijn emeritaat in 1918 is gebleven. Zo harmonieus als in de Losserse periode zou het hier echter niet worden.
Ds. Pos bezette in Beetsterzwaag de tweede predikantsplaats, die in 1869 was gesticht. Het bij de predikantsplaats behorende kerkgebouw was in 1890 gebouwd in de buurtschap Beets en is enkele jaren geleden afgebroken. Het kerkhof met, ter vervanging van de kerk, een mooie klokkenstoel is er nog wel evenals de pastorie waarin de familie Pos van 1899 tot 1918 gewoond heeft.

Ds. Pos werd door de kerkeraad van Beetsterzwaag als Evangelisch beroepen. Hij had een grote toeloop en preekte zeer orthodox. Het zal hem veel verdriet gedaan hebben, dat hij in Beetsterzwaag in een al langer bestaande strijd tussen Vrijzinnigen en rechtzinnigen betrokken raakte.
Ook speelde er een conflict om het beheer over de pastoriegoederen, uit de inkomsten waarvan de predikant betaald werd.
De gemoederen liepen zo hoog op dat de zaak in 1907 zelfs in de Generale Synode (de landelijke ambtelijke vergadering) van de Nederlandse Hervormde Kerk uitgebreid aan de orde kwam.
Bovendien leidde de zaak tot enkele processen voor de burgerlijke rechter.

De gevolgen waren dat Beetsterzwaag in een "ellendige ongeestelijke toestand" raakte. Het werd zo moeilijk, dat ds. Pos op 17 november 1918 met emeritaat ging en afscheid preekte met de volgende tekst, die boekdelen spreekt:
"Kinderen het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt, dat er een antichrist komt, zijn er nu ook vele antichristen opgestaan, en daaraan onderkennen wij, dat het de laatste ure is" (1 Johannes 2: 18).

Na zijn emeritaat ging ds. Pos in Hilversum wonen, waar hij in 1949 is overleden.

Bronnen

  • Ons Blaadje, oktober 1940 (archief Hervormde Gemeente)
  • Dagblad Tubantia, 14 oktober 1940 (met dank aan de heer Joh. Luizink)
  • Archief Hervormde Gemeente Beetsterzwaag (Rijksarchief in Friesland)
  • Drachtster Courant, 23 mei en 5 september 1958

Een testamentaire verkoop (2)

H. Bourgonje

Zoals afgesproken in het laatst verschenen boekje "Oet Dorp en Marke" (1995 - 4) zouden we samen nog de tweede verkoopdag bezoeken van de openbare verkoop, die plaats vond in Losser op 27 en28 mei 1835.
Opdrachtgever was Bernardus Mulder te Borne, die de wettige erfgenaam was van de aardse goederen van pastoor Antonius Mulder, geboren te Borne en als pastoor van Losser overleden op 3 mei 1835.

Het zal die twee dagen druk geweest zijn in Losser en – opmerkelijk genoeg - de hele verkoop voltrekt zich in 'den Roomschen Pastorij te Losser'.
Men heeft er kennelijk tegen op gezien de hele pastorale inboedel over te brengen naar bijvoorbeeld logement Blokhof of Smit; men geeft er de voorkeur aan de hele handel af te werken in de pastorie.

Deze pastoorswoning werd door pastoor Blokhof gebouwd in 1776 en in 1881 vervangen door een nieuw gebouw, het latere zusterklooster Maria Bijstand, nu nog in dienst als onderdeel van de bewoning Kostersgaarden.

Druk is het er die dagen zeker geweest. Hoeveel echt oud-Losserse familienamen bent u al niet tegen gekomen in het vorige verkoopoverzicht van de eerste dag, 27 mei en daarnaast nog veel namen uit Enschede, de Lutte en Oldenzaal.

De tweede dag, 28 mei was niet veel anders. Kijkt u maar eens mee.

De kavelnummers 337/344: een trommel. De eerste trommel gaat naar Gerhardus Roberink voor twee gulden en twintig centen en de weduwe Blokhof koopt er een voor f.2,85.
No. 345, een gieter en die wordt gekocht door burgemeester Stork voor f 1,70.
Harm Zwerink koopt een lantaarn voor 40 centen en Gradus Hooge Lugt wordt eigenaar van een 'koffijmolen' voor f. 1,30.
No. 350, een keteltje: Abraham Goldsmit: f. 1,80, maar Gerrit Jan Lutkehuis betaalt vier gulden voor een 'koper ketel'.
No. 354, een theestoof en ketel: weduwe Blokhof: f. 4,10.
No. 357, een koper braadpan: Abraham Goldsmit: f.3,80 en een dito deksel gaat naar Meijer Cohen voor f. 1,50.

We komen nog meer leuke artikelen tegen, die in een antiekzaak van nu best wat meer zouden opbrengen: een vijzel (f 2,35), een blaker (f 0,40), een lamp (f 0,85).
Er komen nog meer lampen onder de hamer: de duurste f 0,85 (Frans Molendijk) en de goedkoopste gaat voor f 0,30 naar Gradus Kupers.
Commies Kieftenbeld koopt een bierkan voor f 1,20 en Abraham Goldsmit, koopman aldaar, is borge.
No. 379 en 380, elk twee kandelaars, per twee f 1,40 voor Gerrit Zwerink en Harm Suthof.

"En wat er verder nog te voorschijn zal worden gebracht" staat er dan in de officiele opsommingslijsten" en dat kan dan zijn: een tinnen potje (f 0,40), een peperbus (f 0,40), een tregter (f 0,70), een inktkoker (f 0,95) en die wordt gekocht door Gerhardus Roberink, die kennelijk de kunst verstond de 'veder' te hanteren.
Een tabakspot, een soeplepel, een tabakskistje, een strijkijzer, en de voorraad tinnen borden worden twee aan twee bij elkaar gezet en zo worden ze verkocht, in 8 kavels, die f 1,10 of f 1,20 opbrengen. Wilt u wat namen? Kopers: Jan Nijland, Gradus Breeveld, Gerrit Jan Veldhuis, Leendert Nijenhuis, Meijer Cohen. En het strijkijzer ging voor f 2,50 naar Hermannus Bonke, de organist en schoolmeester. Twee tinnen schotels worden gekocht door Jan Luizink, f 1,10 en Lambert Dengeman f 1,90 en Gerhardus Roberink koopt een tinnen kan voor f 2,80.

De tinnen lepels gaan per 6-tal de deur uit en voor een Blokkerprijsje: f 0,25 per zes wel te verstaan! 4 Setjes van 6. Kopers: Leendert Morsink, Gradus Wigger, Jan Binkhorst en ter Lende. Drie keer 6 vorken: f 0,55 (Christiaan Nitert), f 0,25 (Gerrit Wiehink) f 0,30 (Gradus Wigger).
Twintig messen: 3 x 6 en 1 x 2, gekocht door allemaal bekende namen.

No. 416 t/m 422: 7 kavels dus, totaal 24 borden, gemiddelde opbrengst per bord: zeven en een halve cent. Aansluitend kommen en schotels.
En we kunnen er bij gaan zitten, de stoelen komen voor de dag. In de kavels 433 tim 447 zijn 26 stoelen op de vloer gezet en de gemiddelde prijs is f 1,00 per stoel. Je kunt er niet voor blijven staan.
No. 450 - 455, schilderijen, 7 stuks, totale opbrengst f 8,35 en ook al staat Rembrandt er waarschijnlijk vol afgrijzen naar te kijken, Jannes Reinink. jawel, de capellaan die ook de staande klok heeft gekocht, koopt de hele handel. Waarschijnlijk ziet de kapelaan zijn pastoorsbenoeming in het verschiet en koestert hij het brave voornemen zijn toekomstige pastorie op te tuigen voor niet al te veel geld.

"En wat verder tevoorschijn zal worden gebracht": een spiegel (f 4,00), een spiegeltafeltje (f 2,60), een lessenaartje (f 1,30), een spindvat, een bijl, een zeef, een houten balk, twee matten, gekocht door pastoor Van Coeverden uit de Lutte voor f 0,20, een caraf, een theeblad, een bocaal, een geweer en daar gaat Jan Lutkehuis mee stropen voor f 6,20, een theeservies (f 3,50), een theepot, een koffijkan, een mandje met pijpen, een vogel met de kooi (f 2,50- Borgerd Hetteman), drie muizenvallen, een tonnetje, een bank, een mand, een porseleinen pot, een suikerschaar, een suikerpot en in de kavelnummers 476 tim 491 worden 34 wijnglazen te koop aangeboden voor gemiddeld zeven en een halve cent per glas.

Om nog eens wat namen de revue te laten passeren: Gerrit Bloemen, Bernardus Brunink, Jan Duvelshof, Jan Keilvers, Gerrit Schildkamp, Gerrit Vlake, Lambert Dengeman, Christiaan Nitert, Bernardus Vrieler, David Zilversmit, Harm Suthof, Hendrikus Smit. U ziet het: het zou Losser kunnen zijn!
En u houdt het niet voor mogelijk, de kavels 510 t/m 529 zijn goed voor 44 schilderijen. De gemiddelde opbrengst per kunstwerk is f 0,37. En Geerlig Lemmink heeft gegarandeerd last van ratten en ziet nu zijn kans schoon. Hij koopt er 7 tegelijk voor de somma van een gulden dertig centen.
Nog wat namen: Aleida Boerrigter, Berend Luizink, Antoon Ulland, Hendrik Ekelhof, Lubbert Lukes, Bernardus Weinach, Hendrik Snippers. Het verhaal wordt eentonig: er gaan nog weer eens 27 borden de pastorie uit en welgeteld "36 paar theegoed", zo wordt het in de kavellijst omschreven. Waarschijnlijk worden er theedoeken mee bedoeld en het zijn er dan wel 72. Verdeeld over 6 kavels brengen ze f 6, 15 per kavel van 12 stuks op. en daar kun je dus echt niet om verlegen zitten.
Het laatste veilingstuk is een 'engelsche lamp' en die gaat voor drie gulden en veertig centen naar Hermannus Bonke.

En nu maar hopen dat ik u niet al te zeer verveeld heb met de testamentaire verkoop. Zelf vond ik het eigenlijk best interessant, zowel om de genoteerde prijzen, alswel om de vele bekende namen die je tegenkomt en die nu in 1996 nog steeds om ons heen zijn.
En wat er allemaal voor de dag komt als je huis alleen achter blijft en niet meer voor zichzelf kan zorgen!

En de verkoop wordt aldus afgesloten: "Tezamen een duizend een honderd en zeven guldens en tien centen, waaronder eene borgtogt van negen en dertig guldens en vijf en tachtig centen.
Aldus gedaan ten dage, maand en jaar als boven en door den verkooper, de getuigen, zijnde Hermannus ter Laak, nachtwaker en Gerrit Niekrake, kleermaker, beide woonachtig te Oldenzaal en de notaris voornoemd, na gedane voorlezing geteekend B. Mulder H. ter Laak G. Niekraak Th.L.W. Stork, Notaris. En zo heeft het recht zijn loop gehad.

Den X Julij 1705

G. J. Welberg

Dat staat boven een documentje, dat de Heer G.J. Welberg ons toestuurde als mogelijke bijdrage voor "Oet Dorp en Marke".
Wij kennen de Heer Welberg in Losser, want hij heeft al eens een avond voor ons verzorgd over het Markebestel en zo kent hij Losser dus ook!
Vandaar zijn vriendelijke attentie die wij in dank aanvaarden. Onderstaand volgt zijn bijdrage. (Red.)

In het jaar 1705 stuurde de toenmalige markenrichter van Losser, Ger. Nijtert een brief aan het provinciebestuur n.a.v. het omhakken van een eikenboom, die kennelijk gediend heeft als laakboom, d.w.z. een boom die in dit geval de scheiding aangaf tussen Twente en het Munsterland.
De tekst van deze brief volgt aansluitend en spreekt voor zich.

ODM 1996 1 03

Eedele Mogende Heeren, Mijn Heeren Ridderschap en Steden de Staaten der provintie van Overijssel. Ger. Nijters als markenrighter nevens de Gecommitteerde Goedtheeren en gemeene ingeseetenen van Losser, geven Uw Eedele Mogende hier meede onderdaenig te kennen hoe dat eenige tijd geleeden seeker eijckenboom staende op den Hoff van Hendrik ter Glaane is omgehouwen. Welke volgens eenparige attestatie van oude mannen en gelijk ook een ijeder bekendt is geweest een limiet off laak tusschen het Twente en Munsterlandt en dat tot een teiken aen dieselve boom een kruijs is gehouwen geweest. En dat altijdt van deze daer naest angelegene laakstenen (den einen gelegen an Schiltcamps Bruggencamp) is gelaakt op den voornoemden boom en vorders van den boom door de hoek van oude Glaanmanshuis an den Selhorst ofte vice versa. En also van ter sijden voorkoomt dat bereets eenige Munstersse ingesetenen van andere limiten beginnen te spreeken waardoor men soude worden benadeelt, soo worden U Eedele Mogende onderdaeniglijk versogt met het setten van een steen offte anders tijdtlijk te voorsien.
Dewijl alsnu een ijeder de plaats van deese weghgehouwene laeckboom bekent, 't welck doend.

De Edel Mogende reageren hierop als volgt: Den 1 July 1705 De Heer Drost van Twenthe wort versogt dese questieuse sake, tot praeventie van meerder moeylykheit in te schikken met de heer Drost van Ahuis. Bij ontstentenisse daar alhier rapport te doen. Gedaan te Deventer den 3 July 1705.
Ten ordonantie van Ridderschap en Steden.

Bron:

  • Rijksarch. Overijssel, toegangsnr. 3.1, Inventarisnr. 763

De "Mookerhei"

L.J.M.Augustijn

Lossernaren zullen zeggen dat is in 't Hannekerveld.
Aan de Hannekerveldweg woonden vijf families van Mook. Johannes Fransiscus (Hannes), Hendrikus, Gerhardus, Joseph en Kees deze woonde hoek Hannekerveldweg Sportlaan. Thans woont alleen de Fam. Hendrikus van Mook nog aan de Hannekerveldweg in het ouderlijk huis van vader Hannes.
Het is dus niet verwonderlijk dat men in die tijd met het geringe aantal huizen in het Hannekerveld sprak van de: "DE MOOKERHEI"

De familie Van Mook

1 * Franciscus Van Mook gehuwd met Cornelia Bax te Oosterhoud.

2 * Cornelis Van Mook gedoopt 1793, gehuwd op 14-12-1821 Delfshaven met Johanna Van Lieshoud gedoopt 02-07-1803 te Rotterdam.

Kinderen:
1 Franciscus Johannes geboren 31-12-1823 te Kralingen, overleden 22-04-1823 te Kralingen.
2 Johannes Franciscus geboren 19-04-1824 te Delfshaven.

3 * Johannes Franciscus Van Mook geboren 19-04-1824 Delfshaven, huwde 24-09-1851 te Dalen met Margareta Scholten geboren 26-01-1826

Kinderen:
1 Cristiaan (Scholten) geboren 11-02-1849 te Dalen.
2 Johanna geboren 18-08-1851 te Dalen.
3 Aleida geboren 07-06-1853 te Dalen.
4 Cornelis geboren 28-12-1855 te Dalen. zie 4a
5 Lambertus geboren 27-03-1858 te Dalen. zie 5a
6 Hendrikus geboren 27-03-1858 Dalen. zie 6a
7 Jacoba Berendina geboren 20-10-1863 te Emmen.
8 Johannes Franciscus geboren 25-02-1869 te Emmen. zie 8a

Aleida huwde met Jan Zweers men noemden haar ook wel "Aoltie Meu".
Jacoba Berendina huwde met Huibrecht Augustijn.

ODM 1996 1 044a Cornelis Van Mook geboren 28-12-1855 overleden 23-05-1928 te Velzen-IJmuiden Begraven te Losser, gehuwd met Margje Scholten geboren 17-03-1855 te Diever, overleden op 27-02-1914 te Losser.

Kinderen:
1 Margareta geboren 08-08-1880 te Emmen, overleden 24-04-1963 te Delden.
2 Johanna Maria geboren 02-03-1882 te Emmen, overleden 18-01-1966 te Losser.
3 Johannes Franciscus geboren 29-09-1883 te Emmen, overleden 31-08-1906 te Losser.
4 Johanna Jacoba geboren 22-07-1885 te Oosterhesselen, overleden 03-05-1953 te Enschede.
5 Christina geboren 08-08-1887 te Oosterhesselen, overleden 01-07-1943 te Amsterdam.
6 Jacobus geboren 10-07-1889 te Oosterhesselen, overleden 21-12-1938 te Koog a/d Zaan.
7 Cornelis geboren 30-05-1894 te Oosterhesselen, overleden 28-05-1959 te Schagen.
8 Margje geboren 11-11-1896 te Oosterhesselen, overleden 10-1979 te Haarlem.

5a Lambertus Van Mook geboren 27-03-1858 te Dalen, overleden 25-04-1928 te Losser huwde met Jirmia Wolters geboren 23-08-1861 te Emmen, overleden 21-06-1961 bijna 100 jaar oud. Haar bijnaam was, "Het Zwarte Wiefke".

Kinderen:
1 Johannes Franciscus geboren 08-02-1889 te Emmen overleden 16-01-1951 te Losser.
2 Dina geboren 17-02-1891 te Emmen, overleden 29-10-1968 te Enschede.
3 Marinus geboren 07-01-1893 te Emmen, overleden 08-08-1918 te Losser.
4 Heinrich geboren 17-03-1897 te Palle (Dl), overleden 26-04-1901 te Losser.
5 Franciscus Johannes geboren 28-03-1899 te Bramsche (Dl).
6 Cornelis geboren 22-02-1901 te Losser, overleden 18-04-1970 te Losser.
7 Hendrikus geboren 30-05-1903 te Losser, overleden 24-11-1982 te Losser.
8 Johan geboren 29-03-1905 te Losser, overleden 08-04-1961 te Losser.

6a Hendrikus Van Mook geboren 27-03-1858 te Dalen, overleden 02-11-1947 te Losser. Huwde 1e keer Anna Maria Wolters.

Kinderen:
1 Margaretha geboren 11-01-1883 te Emmen, overleden 09-04-1960 te Losser.
2 Joseph geboren 18-03-1885 te Gieten, overleden 05-01-1961.
3 Lammechien geboren 13-04-1890 te Anloo.

Voor de tweede keer gehuwd op 05-01-1895 te Veendam met Maria Reulman geboren 29-04-1872 te Veendam, overleden 11-01 -1963 te Lonneker begraven te Losser.

Kinderen uit het tweede huwelijk:
1 Johannes Franciscus geboren 11-12-1895 Anloo.
2 Gerardus geboren 04-04-1899 te Losser, overleden 05-06-1936 te Gronau (Dl).
3 Johanna geboren 09-01-1902 te Losser.
4 Franciscus Johannes geboren 16-03-1903 te Losser.
5 Anna Maria geboren 09-08-1908 te Losser.
Lambertus geboren 10-07-1911 te Losser, overleden 17-11-1947 te Losser.
7 Elisabeth Maria geboren 14-03-1915 te Losser.

8a Johannes Franciscus Van Mook geboren 25-02-1869 te Emmen, overleden 06-11-1955 te De Lutte. Huwde op 24-05-1895 te Emmen met Euphemia Roewen geboren 21-06-1874 te Emmen, overleden 18-02-1941 De Lutte.

Kinderen:
1 Johannes Franciscus geboren 06-02-1896 te Losser.
2 Franciscus Johannes geboren 17-10-1897 te Losser, overleden 20-10-1897 te Losser.
3 Franciscus Johannes geboren 13-11-1898 te Losser.
4 Margaretha geboren 04-02-1901 te Gronau (Dl).
5 Frederikus geboren 07-01-1903 te Losser.
6 Albertus Jacobus geboren 27-02-1905 te Losser.
7 Marinus Franciscus geboren 08-12-1906 te Losser.
8 Cornelis geboren 07-06-1909 te Losser, overleden 09-01-1977 te Oldenzaal.
9 Hendrikus Albertus geboren 08-11-1910 te Losser, overleden 19-05-1976 te Oldenzaal.
10 Jacobus geboren 15-07-1912
11 Joseph Mattheus geboren 19-05-1916 te Losser.

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.