Oet Dorp & Marke 1996-1

Brieven van dominee H. Pos

Georg van Slageren

Uit de geschiedenis van de Hervormde Gemeente

Inleiding
In deze rubriek zijn vanaf september 1994 brieven en opstellen gepubliceerd, die ds. H. Pos van juni 1943 tot september 1944 schreef aan ds. J.J.W.A. Wijchers. Ik hoop, dat het U net zo vergaan is als mij toen ik deze brieven voor het eerst las. Ik vond de brieven erg interessant omdat ze naast een beschrijving van gebeurtenissen uit het verre verleden van onze gemeente, ook een ooggetuigenverslag bevatten van Losser aan het eind van de vorige eeuw. Ik ben door het lezen van de brieven nieuwsgierig geworden naar wie die ds. Pos nu eigenlijk was.

Hendrik Pos werd geboren in 1861 te Nederhorst den Berg. Hij had eerst de studie van de letteren gekozen, waarin hij ook "candidaat" was geworden. Na zijn studie theologie in Utrecht, werd hij op 26 oktober 1890 bevestigd als predikant van onze gemeente. Tien dagen eerder was hij getrouwd met Anna Slik. De meeste kinderen van het echtpaar werden in Losser geboren.
Ds. Pos heeft in zijn gezin veel verdriet moeten doormaken. Eerst door het overlijden van een zoon, na een lang lijden en later door de dood van zijn vrouw.

ODM 1996 1 01

Losser
Losser was dus de eerste gemeente, die ds. Pos mocht dienen. Negen jaar heeft hij hier gewerkt. Negen jaren, die veel van hem hebben gevergd. Bij zijn komst was Losser klein: de kerkelijke gemeente omvatte 50 gezinnen. Maar spoedig begon de grote trek van Noord Overijssel en Zuid Friesland naar de textielindustrie van Twente en Gronau, waardoor ook de hervormde gemeente Losser belangrijk in zielental groeide.
Het was zaak om deze mensen op te vangen en voor de kerk te behouden. Mede door het uitgestrekte terrein en de slechte wegen en voetpaden eiste dit veel van de predikant. Maar ds. Pos heeft dit op uitnemende wijze gedaan, want vijftig jaar later (en daardoor zelfs na honderd jaar) wordt er nog over gesproken. Daarin heeft zeker meegespeeld, dat hij een joviale man was, die zijn gemeenteleden op tactvolle en aangename wijze aan zich wist te binden.

Na negen jaren van noeste en inspannende arbeid kreeg ds. Pos in 1899 een beroep naar Beetsterzwaag (Friesland). De kerkelijke besturen hebben met alles wat hun mogelijk was geprobeerd de dominee voor Losser te behouden. De belangrijkste overweging om toch te vertrekken was het gemis van een christelijke school voor zijn kinderen, die onze gemeente niet kon bekostigen.
Voor zijn vertrek was ds. Pos al wel bezig met de voorbereidingen om te komen tot de oprichting van een christelijke bewaarschool. Onder zijn opvolger Dr. L. de Geer is deze bewaarschool in 1900 daadwerkelijk tot stand gekomen. De oprichting van een christelijke lagere school werd pas in 1930 gerealiseerd.

Een ander initiatief van ds. Pos was de Protestantsche Vereeniging. Destijds waren er nog geen verenigingsgebouwen, noch jeugd- of sportverenigingen en de mensen zochten veelal hun vermaak in cafés, waar nogal eens botsingen voorvielen, vooral ook omdat vreemdelingen vaak als indringers werden beschouwd. Ds. Pos wist de jeugd uitstekend te leiden en het duurde niet lang of hij nam het initiatief om een Protestantsche Vereeniging te stichten. Het gebouw dat dienst had gedaan als openbare dorpsschool en dat op grond van de kerk stond werd overgenomen. Er werd een biljard geplaatst en er werd een kegelbaan gebouwd. De dominee vertoefde hier veel en won al gauw de sympathie van iedereen, met name ook van de jeugd.
Spoedig werden ook een toneel vereniging en een zangvereniging voor dames (met bij de oprichting al 44 leden!) gesticht.

Velen in Losser bleven zich ds. Pos herinneren en ook wederkerig was dit het geval. Steeds had hij hier mensen, waarmee een briefwisseling werd onderhouden en zodoende bleef hij met onze gemeente meeleven. Graag bleef hij ook in zijn eerste gemeente komen en zijn grootste genoegen was dan hen te bezoeken, die hij van vroeger kende en dan speciaal de zeer ouden, zieken en zwakken.
Het was duidelijk, dat hij zich met Losser verbonden voelde. Iets wat trouwens ook uit de gepubliceerde brieven blijkt. Helaas was het in 1940, het jaar waarin ds . Pos zijn gouden predikantsjubileum vierde, door de oorlogsomstandigheden, voor hem niet mogelijk naar Losser te komen.

De enige negatieve opmerking, die ik in de Losserse archieven over ds. Pos vond, was in het stukje dat ds. Schaefer ter gelegenheid van het gouden predikantsjubileum in "Ons Blaadje" schreef: "Een ding slechts is jammer, zijn wij geneigd te zeggen, namelijk dat om het meerdere kerkbezoek op te vangen, de gaanderijen in de kerk zijn aangebracht".
Voor de rest was het allemaal ''Pos"-itief. 

(Overigens: de gaanderijen waren inderdaad een bron van grote ergernis en zijn bij de restauratie van de kerk in 1954 verwijderd.)

ODM 1996 1 02

Beetsterzwaag
Op 17 september 1899 deed ds. Pos intrede in Beetsterzwaag, waar hij tot zijn emeritaat in 1918 is gebleven. Zo harmonieus als in de Losserse periode zou het hier echter niet worden.
Ds. Pos bezette in Beetsterzwaag de tweede predikantsplaats, die in 1869 was gesticht. Het bij de predikantsplaats behorende kerkgebouw was in 1890 gebouwd in de buurtschap Beets en is enkele jaren geleden afgebroken. Het kerkhof met, ter vervanging van de kerk, een mooie klokkenstoel is er nog wel evenals de pastorie waarin de familie Pos van 1899 tot 1918 gewoond heeft.

Ds. Pos werd door de kerkeraad van Beetsterzwaag als Evangelisch beroepen. Hij had een grote toeloop en preekte zeer orthodox. Het zal hem veel verdriet gedaan hebben, dat hij in Beetsterzwaag in een al langer bestaande strijd tussen Vrijzinnigen en rechtzinnigen betrokken raakte.
Ook speelde er een conflict om het beheer over de pastoriegoederen, uit de inkomsten waarvan de predikant betaald werd.
De gemoederen liepen zo hoog op dat de zaak in 1907 zelfs in de Generale Synode (de landelijke ambtelijke vergadering) van de Nederlandse Hervormde Kerk uitgebreid aan de orde kwam.
Bovendien leidde de zaak tot enkele processen voor de burgerlijke rechter.

De gevolgen waren dat Beetsterzwaag in een "ellendige ongeestelijke toestand" raakte. Het werd zo moeilijk, dat ds. Pos op 17 november 1918 met emeritaat ging en afscheid preekte met de volgende tekst, die boekdelen spreekt:
"Kinderen het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt, dat er een antichrist komt, zijn er nu ook vele antichristen opgestaan, en daaraan onderkennen wij, dat het de laatste ure is" (1 Johannes 2: 18).

Na zijn emeritaat ging ds. Pos in Hilversum wonen, waar hij in 1949 is overleden.

Bronnen

  • Ons Blaadje, oktober 1940 (archief Hervormde Gemeente)
  • Dagblad Tubantia, 14 oktober 1940 (met dank aan de heer Joh. Luizink)
  • Archief Hervormde Gemeente Beetsterzwaag (Rijksarchief in Friesland)
  • Drachtster Courant, 23 mei en 5 september 1958

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.