Oet Dorp & Marke 1996-1

Een testamentaire verkoop (2)

H. Bourgonje

Zoals afgesproken in het laatst verschenen boekje "Oet Dorp en Marke" (1995 - 4) zouden we samen nog de tweede verkoopdag bezoeken van de openbare verkoop, die plaats vond in Losser op 27 en28 mei 1835.
Opdrachtgever was Bernardus Mulder te Borne, die de wettige erfgenaam was van de aardse goederen van pastoor Antonius Mulder, geboren te Borne en als pastoor van Losser overleden op 3 mei 1835.

Het zal die twee dagen druk geweest zijn in Losser en – opmerkelijk genoeg - de hele verkoop voltrekt zich in 'den Roomschen Pastorij te Losser'.
Men heeft er kennelijk tegen op gezien de hele pastorale inboedel over te brengen naar bijvoorbeeld logement Blokhof of Smit; men geeft er de voorkeur aan de hele handel af te werken in de pastorie.

Deze pastoorswoning werd door pastoor Blokhof gebouwd in 1776 en in 1881 vervangen door een nieuw gebouw, het latere zusterklooster Maria Bijstand, nu nog in dienst als onderdeel van de bewoning Kostersgaarden.

Druk is het er die dagen zeker geweest. Hoeveel echt oud-Losserse familienamen bent u al niet tegen gekomen in het vorige verkoopoverzicht van de eerste dag, 27 mei en daarnaast nog veel namen uit Enschede, de Lutte en Oldenzaal.

De tweede dag, 28 mei was niet veel anders. Kijkt u maar eens mee.

De kavelnummers 337/344: een trommel. De eerste trommel gaat naar Gerhardus Roberink voor twee gulden en twintig centen en de weduwe Blokhof koopt er een voor f.2,85.
No. 345, een gieter en die wordt gekocht door burgemeester Stork voor f 1,70.
Harm Zwerink koopt een lantaarn voor 40 centen en Gradus Hooge Lugt wordt eigenaar van een 'koffijmolen' voor f. 1,30.
No. 350, een keteltje: Abraham Goldsmit: f. 1,80, maar Gerrit Jan Lutkehuis betaalt vier gulden voor een 'koper ketel'.
No. 354, een theestoof en ketel: weduwe Blokhof: f. 4,10.
No. 357, een koper braadpan: Abraham Goldsmit: f.3,80 en een dito deksel gaat naar Meijer Cohen voor f. 1,50.

We komen nog meer leuke artikelen tegen, die in een antiekzaak van nu best wat meer zouden opbrengen: een vijzel (f 2,35), een blaker (f 0,40), een lamp (f 0,85).
Er komen nog meer lampen onder de hamer: de duurste f 0,85 (Frans Molendijk) en de goedkoopste gaat voor f 0,30 naar Gradus Kupers.
Commies Kieftenbeld koopt een bierkan voor f 1,20 en Abraham Goldsmit, koopman aldaar, is borge.
No. 379 en 380, elk twee kandelaars, per twee f 1,40 voor Gerrit Zwerink en Harm Suthof.

"En wat er verder nog te voorschijn zal worden gebracht" staat er dan in de officiele opsommingslijsten" en dat kan dan zijn: een tinnen potje (f 0,40), een peperbus (f 0,40), een tregter (f 0,70), een inktkoker (f 0,95) en die wordt gekocht door Gerhardus Roberink, die kennelijk de kunst verstond de 'veder' te hanteren.
Een tabakspot, een soeplepel, een tabakskistje, een strijkijzer, en de voorraad tinnen borden worden twee aan twee bij elkaar gezet en zo worden ze verkocht, in 8 kavels, die f 1,10 of f 1,20 opbrengen. Wilt u wat namen? Kopers: Jan Nijland, Gradus Breeveld, Gerrit Jan Veldhuis, Leendert Nijenhuis, Meijer Cohen. En het strijkijzer ging voor f 2,50 naar Hermannus Bonke, de organist en schoolmeester. Twee tinnen schotels worden gekocht door Jan Luizink, f 1,10 en Lambert Dengeman f 1,90 en Gerhardus Roberink koopt een tinnen kan voor f 2,80.

De tinnen lepels gaan per 6-tal de deur uit en voor een Blokkerprijsje: f 0,25 per zes wel te verstaan! 4 Setjes van 6. Kopers: Leendert Morsink, Gradus Wigger, Jan Binkhorst en ter Lende. Drie keer 6 vorken: f 0,55 (Christiaan Nitert), f 0,25 (Gerrit Wiehink) f 0,30 (Gradus Wigger).
Twintig messen: 3 x 6 en 1 x 2, gekocht door allemaal bekende namen.

No. 416 t/m 422: 7 kavels dus, totaal 24 borden, gemiddelde opbrengst per bord: zeven en een halve cent. Aansluitend kommen en schotels.
En we kunnen er bij gaan zitten, de stoelen komen voor de dag. In de kavels 433 tim 447 zijn 26 stoelen op de vloer gezet en de gemiddelde prijs is f 1,00 per stoel. Je kunt er niet voor blijven staan.
No. 450 - 455, schilderijen, 7 stuks, totale opbrengst f 8,35 en ook al staat Rembrandt er waarschijnlijk vol afgrijzen naar te kijken, Jannes Reinink. jawel, de capellaan die ook de staande klok heeft gekocht, koopt de hele handel. Waarschijnlijk ziet de kapelaan zijn pastoorsbenoeming in het verschiet en koestert hij het brave voornemen zijn toekomstige pastorie op te tuigen voor niet al te veel geld.

"En wat verder tevoorschijn zal worden gebracht": een spiegel (f 4,00), een spiegeltafeltje (f 2,60), een lessenaartje (f 1,30), een spindvat, een bijl, een zeef, een houten balk, twee matten, gekocht door pastoor Van Coeverden uit de Lutte voor f 0,20, een caraf, een theeblad, een bocaal, een geweer en daar gaat Jan Lutkehuis mee stropen voor f 6,20, een theeservies (f 3,50), een theepot, een koffijkan, een mandje met pijpen, een vogel met de kooi (f 2,50- Borgerd Hetteman), drie muizenvallen, een tonnetje, een bank, een mand, een porseleinen pot, een suikerschaar, een suikerpot en in de kavelnummers 476 tim 491 worden 34 wijnglazen te koop aangeboden voor gemiddeld zeven en een halve cent per glas.

Om nog eens wat namen de revue te laten passeren: Gerrit Bloemen, Bernardus Brunink, Jan Duvelshof, Jan Keilvers, Gerrit Schildkamp, Gerrit Vlake, Lambert Dengeman, Christiaan Nitert, Bernardus Vrieler, David Zilversmit, Harm Suthof, Hendrikus Smit. U ziet het: het zou Losser kunnen zijn!
En u houdt het niet voor mogelijk, de kavels 510 t/m 529 zijn goed voor 44 schilderijen. De gemiddelde opbrengst per kunstwerk is f 0,37. En Geerlig Lemmink heeft gegarandeerd last van ratten en ziet nu zijn kans schoon. Hij koopt er 7 tegelijk voor de somma van een gulden dertig centen.
Nog wat namen: Aleida Boerrigter, Berend Luizink, Antoon Ulland, Hendrik Ekelhof, Lubbert Lukes, Bernardus Weinach, Hendrik Snippers. Het verhaal wordt eentonig: er gaan nog weer eens 27 borden de pastorie uit en welgeteld "36 paar theegoed", zo wordt het in de kavellijst omschreven. Waarschijnlijk worden er theedoeken mee bedoeld en het zijn er dan wel 72. Verdeeld over 6 kavels brengen ze f 6, 15 per kavel van 12 stuks op. en daar kun je dus echt niet om verlegen zitten.
Het laatste veilingstuk is een 'engelsche lamp' en die gaat voor drie gulden en veertig centen naar Hermannus Bonke.

En nu maar hopen dat ik u niet al te zeer verveeld heb met de testamentaire verkoop. Zelf vond ik het eigenlijk best interessant, zowel om de genoteerde prijzen, alswel om de vele bekende namen die je tegenkomt en die nu in 1996 nog steeds om ons heen zijn.
En wat er allemaal voor de dag komt als je huis alleen achter blijft en niet meer voor zichzelf kan zorgen!

En de verkoop wordt aldus afgesloten: "Tezamen een duizend een honderd en zeven guldens en tien centen, waaronder eene borgtogt van negen en dertig guldens en vijf en tachtig centen.
Aldus gedaan ten dage, maand en jaar als boven en door den verkooper, de getuigen, zijnde Hermannus ter Laak, nachtwaker en Gerrit Niekrake, kleermaker, beide woonachtig te Oldenzaal en de notaris voornoemd, na gedane voorlezing geteekend B. Mulder H. ter Laak G. Niekraak Th.L.W. Stork, Notaris. En zo heeft het recht zijn loop gehad.

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.