Oet Dorp & Marke 1996-2

Klootschieten in de twintiger en dertiger jaren.

Thea Evers

Door een schenking kwam de Historische Kring in bet bezit van het boek over de geschiedenis van bet klootschieten getiteld: "Die Klootschiesser- und Bosslerbewegung in Wort und Bild; von Georg Coldewey, Nordenharn." uit 1938.
In dit unieke boekwerk staat ook een uitvoerige bijdrage van de bekende Losserse klootschieterspropagandist en klotenmaker Joh . P. Poorthuis, die ons al weer enkele jaren geleden ontvallen is.
Hij vertelt hierin over de geschiedenis van het klootschieten in Nederland, hoe en waar in Twente dit spel werd beoefend, over wedstrijden uit vroegere jaren, de wedstrijden om de zilveren bal in Arnhem en de georganiseerde wedstrijden van 1928 - 1937. Hij besluit zijn aandeel in dit hoek met een hoofdstuk getiteld: "Het klootschieten van de vrolijke zijde bezien".
Het volgende artikel is een onverkorte weergave van enkele hoofdstukken uit dit Duitse boek, geschreven dus door Joh. Poorthuis. Zijn bijdrage is geschreven in het Nederlands en vertaald in het Duits.

De wedstrijden om den "zilveren bal" te Arnhem en de georganiseerde wedstrijden der laatste 10 jaren. 
In September van het jaar 1919 werd te Arnhem een groot folklorefeest georganiseerd van de folklore in geheel Nederland, waarbij vanzelfsprekend bet Twentsche klootschieten ook niet mocht ontbreken en aldaar dan ook wel als de voornaamste attractie werd beschouwd. Hieraan werd deelgenomen door 14 buurtschappen uit geheel Twente met een totaal aantal van 400 personen, allen gekleed in typisch Twentsche kleederdracht, waarvan 140 schieters. Om al deze menschen onderdak te verschaffen werden zij ondergebracht in een tentenkamp. De deelnemers werden verdeeld in twee groepen, n.l. Noord- Twente tegen Zuid- Twente, terwijl er gestreden werd om den "zilveren bal". Noord- Twente was hierbij de gelukkige en won den strijd met 1 schotlengte voorsprong. Deze demonstratie gaf feitelijk den eersten stoot tot het houden van georganiseerde wedstrijden in Twente, aanvankelijk onder leiding van een hiervoor benoemde commissie, gevormd uit de verschillende buurtschappen.

In 1924 vond te Hengelo de eerste wedstrijd plaats. Als kampioen trad hieruit te voorschijn de schieter J. Heerink, uit Beuningen, die hiermede het koningschap van Twente verwierf. Het volgende kampioenschap en tevens den koningstitel van Twente, behaalde in 1926 te Almelo de schieter Job. Boerrigter uit Losser. Nadien werd in 1928 een aanvang gemaakt met het houden van jaarlijksche kampioenswedstrijden op de aloude bekende Haarlerheide bij Ootmarsum.
Als kampioenen zegevierden achtereenvolgens in :
1928 G. Munnink, te Noord- Berghuizen.
1929 F. Oude Griep, te Noord- Deumingen.
1930 H. Groothuis op Teuse, te Reutum.
1931 G. Munnink, te Noord- Berghuizen.
1932 Idem, te Noord - Berghuizen.
1933 J. ter Linde, te Losser.
1934 A. Snoeink, te Lattrop.
1935 Idem, te Lattrop.
1936 H.J. Bagchus, te Losser
1937 H. Niemeyer, te Noord- Deurningen.

Vonden de eerste kampioenswedstrijden plaatst onder leiding van de reeds eerder genoemde commissie, zoo werd hieruit in 1931 de Twentsche Klootschietersbond geboren onder voorzitterschap van den heer H. Heisterkamp te Ootmarsum. In 1936 werd deze bond op geheel andere leest geschoeid en nam het voorzitterschap op zich de heer J .B. Zwaferink te Losser, die thans (1938) nog als zoodanig fungeert. Onder leiding van het toen gekozen bondsbestuur kwam ook de derde interland klootschieters wedstrijd tot stand tusschen:
Jever (Did) en Twente (Nld) op 3 en 4 Juli 1937 te Jever gehouden.

ODEM1996 2 01
De ,wiezers" van “Dorp Losser" in actie tijdens den eersten interlandwedstrijd te Jever.

Voordien waren er reeds twee interland wedstrijden gehouden, welke door de klootschietersvereniging "Dorp Losser" op touw waren gezet. Hoe deze belangrijke wedstrijden tot stand kwamen zal U uit het volgende blijken.
Waar men in Twente algemeen van mening was dat het klootschietersspel alleen bloeide in het Twenteland, verscheen er op zekeren dag een artikel in een der weekbladen over het klootschieten in Oost-Friesland. Hierin vond schrijver dezes (Joh. Poorthuis) aanleiding te trachten in contact te komen met de klootschieters van het aloude Friezenland. Werd in het algemeen eerst door hem geïnformeerd waar wel het centrum der beoefening van dit spel mocht liggen, zoo ontving hij na een schrijven gericht aan de redactie van het "Jeversche Wochenblatt" antwoord terug van den "Vorsitzender des Kreises VI des Friesischen Klootschiessersverbandes" Herrn Eilt Hartmanns uit Jever, met de uitnoodiging nader met elkaar in overleg te treden. Hierop ging ondergetekende met zijn broer een bezoek aan Jever brengen, waar zij met alle gulle hartelijkheid, de Oost – Friezen kenmerkend, verwelkomd werden. Uit de verkregen inlichtingen bleek hun alras dat het klootschieten in de kuststreek tuschen de Ems en de Weser op zeer hoog peil stond.
Nadat overeen gekomen was om een wedstrijd tegen elkaar te houden op 1 en 2 September 1934 werd de terugtocht aanvaard. Er was afgesproken dat de eerste ontmoeting gehouden zou worden te Jever, tusschen "Dorp Losser" en "Jeverland" en dat aan beide zijden door 10 man geschoten zou worden. Dit eerste treffen, het welke in een nederlaag voor de Losserschen eindigde, uitte zich in een echte wederzijdsche hartelijkheid, die een ware verbroedering tusschen deze klootschietende vertegenwoordigers van Duitsland en Nederland tot gevolg had.
Dat aan beide zijden de geestdrift hierover groot was, bleek uit de hierna gevonden briefwisseling. waar in de heer Heinke Tarjks, voorzitter van de Friesischen Klootschiessersverbandesde ontboezeming uitte, dat, wat de diplomaten der verschillende landen niet tot stand konden brengen door het Klootschieten minnende deel der bevolking van beide landen volbracht was. 
De daarop volgende 2 wedstrijden waarvan de eerste op 6 en 7 juli 1935 te Losser gehouden, de Twentenaren in de gelegenheid stelde hun Oost Friesche gasten op Twentschen bodem hartelijk welkom te heten en de tweede op 3 en 4 Juli in Jever plaats vond, hadden aan hartelijke vriendschap niets ingeboet.
Veeleer was deze nog intenser en hechter geworden. Het is de innige wensch van iederen Twentenaar, dat in de toekomst de vriendschapsband nog aangehaald en menig wedstrijd in de beste overeenstemming gespeeld mag worden. Met trots kunnen de Oost - Friesche en Twentsche klootschieters vrienden dan ook beweren dat zij het volgende kernachtige gedichtje van den heer J .J. van Deinse in den waren zin des woords hebben nagestreefd.

ODEM1996 2 02

Het klootschieten van den vroolijken kant bezien.
Zooals reeds vroeger opgemerkt, wordt er bij klootschietwedstrijden tusschen twee buurtschappen altijd een bepaalde som gelds, waarom gestreden zal worden, als inzet geeischt,waardoor de aantrekkelijkheid van den strijd aanmerkelijk verhoogd wordt, hoewel, dit moet ter dege opgemerkt worden, de eer om als overwinnaar uit het strijdperk te komen het voornaamste doel is.
Het gewonnen geld wordt vooral in de buurtschappen opgespaard, waarvan op Vastenavond feest wordt gevierd. Alle bewoners der buurtschap zijn dan van de partij.
Dat het er lustig toegaat op zoo 'n "vasslaow'nd maölk'n "zal wel blijken uit het laatste hoofdstuk van deze bijdrage dat in Twents dialect dit beschrijft.
In de dorpen daarentegen wordt de overwinning meestal dadelijk na afloop van een wedstrijd in een stamcafé beklonken, waar enige uren in gezellig samenzijn wordt doorgebracht.
In den Gelderschen Achterhoek was het vroeger gebruikelijk dat na afloop van den wedstrijd, de overwinnaars met muziek voorop zingend huiswaarts trokken, waarbij met het volgende liedje de tegenpartij aan de kaak werd gesteld.

Veer schötte en ne bollen'
Gen' ende kan 't neet hollen;
Veer schötte en ne trad,
Gen' ende völt op 't gat.
o wat 'n eer, o wat 'n eer ..
Onzen ende hef zien kleutjen weer;
ö wat 'n spiet, o wat 'n spiet!
Gen' ende is zien kleutjen kwiet.

De overwonnenen liepen met lange gezichten achter dezen stoet aan. De overwinnaars hadden intussschen maatregelen genomen de overwinning zoo luisterrijk mogelijk te vieren, en alle aanhanger hunner partij met hun dames werden uitgenoodigd om ’s avonds onder muziek en dans in hun stamcafés het z.g. "kleutjesbier" te komen nuttigen.
Wel aardig is het nog te vermelden met hoeveel geestdrift de tot stand gekomen interlandwedstrijd tusschen Twente en Jeverland bezongen werd, wat men uit het volgende versje kan hooren:

Veur 'n heeln tied, wal haost 'n jaor
Toe lessen 't wie in de kraant ’t
Klaotschzaeten wodden ok nag daon
Erg'ns baow'n in 't Fraesenlaand
Voort kwammen ze oet daarp too bie mekaar
De wodden 'n veurstel daon
Zoo gaaw as 't mer heel efkes kan
Met almaol der hen te gaon

Hierna werd het refrein gezongen dat luidde:

Wie gaot naor Jever, wie gaot naor Jever
Her heele Loster sprek daorvan.
Wie gaot naor Jever, wie gaot naor Jever
Daor laot wie zeuj'n wat 't daarp nog kan
Al smiet ze daor met soerkaolstaen
Dan nag gaet 't daarp nig van de baen
Wie smiet in Jever, nig um jenever;
In Jever gaet um de wil alleen!

Dat dit eerste treffen tusschen de beide landen een ware verbroedering tengevolge heeft gehad, blijkt wei uit de volgende regelen, welke de gasten uit Jeverland bij hun tegenbezoek in het daaropvolgende Jaar werd toegezongen.

Dat laand van Jever
Wat zao wied in 't Noord'n lig 't
Mooie stedken, dat verget wie nig ligt!
Aw denkt an dee tied, dee is al lang veurbie
Dan slöt oons 't hä zao waarm
Van riek en aarm Veur diej!

Tenslotte zij nog opgemerkt dat niet alleen na afloop van een wedstrijd de bloemetjes werden buitengezet, ook bij het uitnodigen tot een wedstrijd in de buurtschappen het z.g. "klaotbrengen" werd hieraan een feestelijk tintje gegeven, doordat de "klaotbrengers" gastvrij onthaald werden op "koffie met 12 beschuut en wat van 'n schinken" en de vrouwelijke bewoners met zekeren trots dan de stoere strijders voor de eer van "den klaot" bedienden!
Wordt er in een buurtschap of dorp bij een der voorvechters van het klootschieten een zoon geboren, dan wordt er onder zijn buurtgenoten een geld inzameling gehouden. De opbrengst wordt besteed om er een "krentenwegg'n" voor te laten bakken, welke vaak zulke geweldige afmetingen heeft dat deze op een ladder per wagen vervoerd, dan wel door enkele personen gedragen wordt. Onder lustig trekharmonicamuziek wordt zoo'n "wegg'n" dan in optocht naar de woonstede van de gelukkige ouders gebracht en de "veuropschaeter" spreekt dan in zijn toespraak den wensch uit dat dejonggeborene tot "nen duftigen klaotschater mag opgreuj'n" .
Dat het onthaal door de gelukkige ouders wat hierop volgt niets te wenschen overlaat, laat zich gemakkelijk begrijpen uit de vrolijke muziek en zang welke weldra opklinken uit de feestelijke woning. Vermeldenswaard is dat bij de geboorte van een dochter dit gebruik niet plaats vindt.

Tot slot van mijn bijdrage vindt U hieronder een gedicht van den heer J.G. Lammers hetwelk zeer toepasselijk is op het voorgaande.
Ik hoop dat mijne uiteenzetting, zij het beknopt, U een duidelijk beeld heeft gegeven van het klootschietn in Nederland en tevens hiermede aan den wensch van den schrijver (van het Duitse boek) aan mijn vermogen te hebben voldaan.

Waar Friezen en Saksen als in strijd
Met hetzelfde vuur bezield,
Hun beste krachten, hun eer en naam
Aan het klootschieten hebben gewijd,
Waar van uit oeroude tijden de sagen
Van onze roemrijke en athletische voorvaderen,
Door de nakomelingen der beide stammen
Met eerbied van hun geweldige prestaties gewagen!
Daar ligt een aansporing in verborgen,
Om met denzelfden moed en voortvarendheid
In onze en in de toekomstige jaren
Het geliefde en gezonde spel te blijven borgen,
Dat de eer door onze voorvaderen behaald
Het toekomstige geslacht ten voorbeeld strekke
Om eendrachtig de wereld te toonen,
Hoe ons oudste spel het hart en spieren staalt!

In het volgende nummer van "Oet Dorp en Marke" komt de Nederlandse bijdrage geheel in het Twents dialect uit het boek "Die Klootschiesser- und Bosslerbewegung in wort und bild. (Red.)

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.