Oet Dorp & Marke 1996-2

Uit de geschiedenis van de Hervormde gemeente

Georg van Slageren

Het overlijden op 19 maart 1934 van Hendrikus Johannes Bonke was voor ds. V .E. Schaefer (predikant in Losser van 1905 tot 1942) aanleiding voor een onderzoek naar het geslacht Bonke.
Op het artikel, dat hij als resultaat daarvan in Ons Blaadje publiceerde, kwam later een aanvulling van de hand van A. Haga, toenmalig Rijksarchivaris te Zwolle. Het hierna volgende is een bewerking van deze beide artikelen, aangevuld met de resultaten van eigen onderzoek in ons archief.
Een genealogisch overzicht van de familie Bonke verscheen eerder in "Oet dorp en marke Losser", jaargang 1993/2

Het organisten - geslacht Bonke
De Bonkes in Ootmarsum en Denekamp
Het geslacht Bonke ontleent zijn naam - zoals zoveel families in Twente - aan een boerderij en wel aan het erve Bonckinck later ook wel Bonke genoemd, dat in Lattrop ligt. Het erf wordt al genoemd in het in 1601 opgemaakte register van landerijen in Twente. Later werden op dit erf meermalen de markevergaderingen van Lattrop gehouden.

Als oudste van dit geslacht vond Haga:
Harmen Bonckinck, later ook wel Bonke genoemd, die op 12 december 1700 in Ootmarsum trouwde met Stine Boomhuys. Uit dit huwelijk werd geboren:

Harmen Bonke, gedoopt te Ootmarsum op 1 april 1707. Hij werd door de Marke Lattrop op 12 oktober 1725 ( dus op 18 jarige leeftijd) aangesteld als schoolmeester, terwijl hij later ook de functie van boerrichter in de Marke bekleedde. Harmen Bonke trouwde op 1 juni 1733 met Janna Scholten. Uit dit huwelijk werd geboren:

Harmen Bonke, gedoopt te Ootmarsum op 7 maart 1734 . Hij trouwde omstreeks 1758 in Denekamp met Derkje Broese. Zij was een dochter van de schoolmeester en organist van Denekamp. Harmen Bonke volgde zijn schoonvader na diens dood op als schoolmeester en organist, nadat hij door de goedsheren van de Marke Denekamp op 24 mei 1758 als zodanig was benoemd. Tegen deze benoeming verzette zich echter de kerkeraad van Denekamp, die beweerde alleen gerechtigd te zijn om de schoolmeester aan te stellen. Beide partijen wendden zich daarop met een lijvig verzoekschrift tot de Provinciale Staten, die op 24 oktober 1759 beslisten, dat de goedsheren en de kerkeraad voortaan ieder voor de helft gerechtigd zouden zijn om de schoolmeester te benoemen. De benoeming van Harmen Bonke bleef echter gehandhaafd.

De Bonkes als organist (en nog veel meer) in Losser

1. 1782 - 1845
Uit het huwelijk van Harmen Bonke en Derkje Broese werd geboren:

Hermannus Bonke Hermannus werd gedoopt te Denekamp op 25 maart 1763. Hij werd in 1782 in Losser benoemd als schoolmeester, koster en organist. Hij vervulde de eerste dienst op 2 februari 1782, zo schrijft ds. J.H. Hulsken (predikant in Losser van 1807 tot 1841) in zijn aantekening in het doopboek(!) en bleef organist tot zijn dood op 14 januari 1845, dus gedurende bijna 63 (!) jaar.

Hermannus trouwde op 17 september 1784 met Helena Stroink, geboren te Oldenzaal op 9 maart 1736. Zijn vrouw was op dat moment dus al 48 terwijl hijzelf nog maar 21 was. In onze ogen een merkwaardig leeftijdsverschil. Het huwelijk bleef kinderloos. Helena Stroink overleed op 2 mei 1814.

Hermannus hertrouwde al heel snel, namelijk op 7 juli 1814, met Janna Immink. Janna was geboren op 24 februari 1795. Haar vader was ds. Jacobus Immink, die predikant was in Losser van 1781 tot 1806. Hermannus was op het moment van hertrouwen dus 51 en zijn bruid 19 jaar. Een nog groter leeftijdverschil dan in zijn eerste huwelijk, maar dan in omgekeerde richting. Hermannus Bonke hield kennelijk van uitersten.

De herinnering aan deze eerste Bonke die in Losser organist was, wordt levend gehouden door de zandstenen wijzerplaat in de gevel van onze kerk met daarin de inscriptie:

"ABONKEDATUM"
(Dat is Latijn voor: "Gegeven door Bonke")

Hermannus Bonke speelde ook een belangrijke rol op diverse andere terreinen in de hervormde gemeente. Zo was hij nauw betrokken bij de bouw en het verfraaien van de nieuwe kerk, nadat de oude kerk op 1 januari 1810 aan de katholieken teruggegeven moest worden. De nieuwe kerk was pas echt voltooid toen in 1822 ook het orgel weer geplaatst werd. Dat betekent ook dat Hermannus Bonke 12 jaar lang het orgel niet heeft kunnen bespelen, tenminste niet in de nieuwe kerk. Waar het orgel in al die jaren geweest is, is nog steeds een raadsel. Bleef het al die jaren ingepakt staan op de orgelbeun van de nieuwe kerk of bleef het nog dienst doen in de oude – nu katholieke - kerk ?
Ook wordt de naam van Hermannus Bonke in een adem genoemd met die van de advokaat Mr. J.W. Racer uit Oldenzaal, als het gaat om de processen die in het begin van de vorige eeuw gevoerd moesten worden over de eigendom van de kerkegoederen.

Voor zijn grote verdiensten kreeg Hermannus Bonke door de kerkeraad de eretitel "Kerkmeester" toegekend.

2. 1845 - 1861
Uit het huwelijk van Hermannus Bonke en Janna Immink werd geboren:

Hermannus Hendrikus Bonke.
Hermannus Hendrikus werd geboren op 11 juli 1815. Uit het huwelijk werden overigens nog vier andere kinderen geboren, waaronder op 13 januari 1821 een zoon Derk, die later lange tijd gemeente-ontvanger van Losser zou zijn.
Hermannus Hendrikus trouwde op 1 november 1840 met Maria, Johanna, Dorothea Mann, oud 23 jaar en dochter van ds. W .G. Mann, van 1827 tot zijn overlijden in 1846 predikant in Denekamp.

Volgens akte van 26 januari 1845 werd Hermannus Hendrikus Bonke op zijn verzoek door de kerkvoogden van Losser benoemd tot "organist, koster, voorlezer, voorzanger en ontvanger der Hervormde Gemeente" in de plaats van zijn overleden vader. Als onderwijzer was hij zijn vader al opgevolgd op 19 juli 1839. Volgens een missive van 2 februari 1852 gericht aan de burgemeester van Losser, was H.H. Bonke in het bezit van de "Acte van den 3en Rang afgegeven door de prov. Commissie van Onderwijs in Overijssel op 9 April 1834, met een volledige acte tot het geven van onderwijs in de Fransche en Hoog-Duitsche talen, mede afgegeven door dezelfde Commissie den 12 October 1837" . Dezelfde missive zegt: "Het grootste aantal kinderen dat de school te Losser bezoekt, beloopt om de 350". Of die 350 tegelijkertijd naar school gingen en of ze dan in de oude school (de oude Vereeniging) "geborgen" werden, kon ds. Schaefer niet achterhalen.

Hermannus Hendrikus Bonke overleed op 12 september 1861.

3. 1861 - 1912
Op haar verzoek wordt de weduwe van Hermannus Hendrikus Bonke, Maria Johanna Dorothea Mann bij besluit van 16 oktober 1861 door kerkvoogden benoemd tot organist, koster, voorlezer, voorzanger en kerkelijk ontvanger als opvolger van haar man. De akte van benoeming bevindt zich in ons archief maar was aan ds. Schaefer, die schrijft dat de oudste zoon zijn vader opvolgde, kennelijk niet bekend. Hoe lang moeder Bonke deze functies vervuld heeft en ook of zij ze in persoon vervuld heeft is niet duidelijk.

De benoeming kan ook bedoeld zijn om haar aan de inkomsten uit de functies te helpen. Tenslotte werd zij op vrij jonge leeftijd (44) weduwe en was de oudste zoon toen nog maar 18.

Hermannus Johannes Bonke Deze oudste zoon, de derde organist uit de familie Bonke was Hermannus Johannes. geboren op 7 oktober 1842.
Al voor 1871 is hij zijn moeder opgevolgd, want op 7 november van dat jaar besluiten kerkvoogden tot een nieuwe regeling voor de betreffende functies en de inkomsten daaruit. In dat besluit wordt Hermannus Johannes Bonke herbenoemd tot organist, koster, voorlezer en kerkelijk ontvanger.
In I869 had Hermannus Johannes al een eigen gezin gesticht. Hij trouwde op 21 november van dat jaar met Wilhelmina Stokhorst uit Gildehaus. Uit dit huwelijk werden acht kinderen geboren. Van vijf van de kinderen wordt vermeld: "jong gestorven". Een zesde overleed op de leeftijd van 16 jaar. Een niet ongewoon beeld in de vorige eeuw. In het gezin van de ouders (Bonke/Mann) treffen we eenzelfde situatie aan: van de negen kinderen stierven er eveneens vijf op jonge leeftijd.

Hermannus Johannes Bonke overleed op 18 januari 1912.

4. 1912 - 1934

In het gezin Bonke/Stokhorst bleven dus maar twee kinderen over: Hendrikus Johannes, geboren op 16 maart I 875 en zijn zuster Johanna Adriana, geboren op 13 februari 1881. Beiden bleven ongehuwd. Johanna overleed op 18 november 1942 als laatste telg van de familie in Losser. Zij legateerde een deel van haar bezit aan de diakonie van de hervormde gemeente, waartegenover de verplichting is ontstaan om het familiegraf te onderhouden.

ODEM1996 2 03
Dit graf bestaat nog steeds en is enkele maanden geleden geheel gerenoveerd. U kunt het graf vinden, als u de hervormde begraafplaats aan de Kloosterstraat oploopt, aan het middenpad direct rechts. Het is de laatste rustplaats van de ouders van Johanna (Hermannus Johannes Bonke en Wilhelmina Stokhorst), van haar broer Hendrikus Johannes en van Johanna zelf. Ook is hier begraven Marinus Didericus , een oom - broer van Hermannus Johannes- geboren op 2 mei 1849 en overleden op 2 juli 1913.

Hendrikus Johannes Bonke
Hendrikus Johannes werd zoals gezegd geboren op 16 maart 1875 en overleed in "Ziekenzorg" te Enschede op 19 maart 1934. Officieel werd de laatste van het viertal Bonke organisten pas benoemd in 1912, maar al lang voor het overlijden van zijn vader in 1912 nam hij de functie van organist waar. Dominee Schaefer, die in 1905 in Losser kwam, hoorde de vader nog geregeld als voorlezer fungeren, maar slechts een enkele keer spelen.

Op het orgelspel van de beide laatste Bonkes had ds. J .H. Hulsken zijn stempel gedrukt, want diens zetting van de Psalmen en Gezangen werd door hen geregeld gebruikt. Ook deelden zij de opvatting van ds. Hulsken, dat het orgel is "ter begeleiding van de gemeentezang en dat de organist zich moet onthouden van lange voor-, tussen- en naspelen". Er was in hun stijl iets sobers en strengs, aldus ds. Schaefer, die zijn artikel besluit met de opmerking dat onze gemeente aan de familie Bonke veel verschuldigd is. Vooral de eerste Bonke (Hermannus) was ons in moeilijke dagen van grote dienst.

ODEM1996 2 04

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.