Oet Dorp & Marke 1995-1

Pasen 1945

Door J.G. Hobbelink

Augustus 1944.

 

Ik was uitgenodigd op het priesterfeest van mijn achterneef Pater Oostrik in Saasveld. Daar ontmoette ik een neef van hem, een zekere Hesselink, die bakker was in Gronau. Toen we afscheid namen beloofde ik hem: "Zodra we bevrijd zijn kom ik je in Gronau opzoeken".

ODM 1995 1 02

Pastoor Schaafs zittend na zijn terugkeer uit het concentratiekamp Dachau. 4e van links kapelaan Hobbelink.

Pasen 1945.

Wij wilden ter ere van het Paasfeest graag een Hoogmis met drie Heren hebben, maar Anna Rorink, de huishoudster zei: "Ik blijf in deze tijd niet alleen in de pastorie".
Er werd toen afgesproken, dat de koster in de sacristie zou blijven. Als er iets zou gebeuren zou Anna hem waarschuwen en dan zou de koster mij uit de kerk halen.
Toen op het einde van de Mis het "Ite Missa est - Alleluja, Alleluja" werd gezongen, kwam de koster het altaar open boog voor mij. Ik boog terug en ging met hem mee naar de sacristie. Er was telefoon.
Ik nam het gesprek aan en hoorde de op zich verheugende mededeling, dat de Tommey tot in Enschede bij de haven was doorgedrongen en of ik dit aan Mej. Lemmink, de dochter van het hoofd van de school, die koerierster was bij de ondergrondse, wilde doorgeven.

's Middags aan tafel stelde ik voor: "Ik ga vanavond naar Glane. Als daar onverhoopt gevochten wordt en er gewonden zijn, dan kan er niemand van ons meer naar toe gaan, dan is het levensgevaarlijk. Als ik er vanavond naar toe ga, ben ik bereikbaar en in de buurt". Tegen de avond ging ik naar Glane.
Ik waarschuwde hier en daar in het dorpje, dat ik de hele nacht bereikbaar zou zijn bij Boerrigter. Daar zouden ze me kunnen halen als het nodig was. In de avond en nacht zagen we af en toe groepjes vluchtende Duitsers.

De oprukkende Engelsen verlichtten het gevechtsterrein met flood-light dat tegen de wolken scheen en weerkaatste; het was een spookachtig gezicht. De Engelsen kwamen van Enschede, steeds meer richting Gronau. In Glane gebeurde gelukkig niets.

Na twaalf uur was er bij Boerrigter iemand jarig. In de kelder stond nog een fles ingeweckte kersen, waarop getrakteerd werd. Ik wilde echter nuchter blijven, want ik wilde als de omstandigheden het toelieten, op Tweede Paasdag de H. Mis lezen. De nacht verliep zonder dat er iets gebeurde.
De volgende morgen hoorden we, dat de Engelse tanks al in Gronau stonden. De Duitse douane was verdwenen en je kon zomaar de grens overlopen, die 5 jaar lang hermetisch afgesloten was geweest.

Bij het café vlak over de grens (Barink geloof ik) stond de caféhouder en hij vroeg steeds maar weer: ,Was machen wir? Was machen wir?" Ik zei tegen hem: ,Wij in Nederland steken de Nederlandse vlag uit. U kunt maar het beste de witte vlag uitsteken". Vijf minuten later hingen twee witte lakens aan de bomen voor het café.
Ik vroeg aan de mannen die bij me stonden: ,Zou ik nog ergens de H. Mis kunnen lezen?" ,0 ja", zeiden ze, ,hier vlak bij is een klooster, waar zusters zijn".

ODM 1995 1 03

De klokkenroof uit de Oude Toren ze zouden worden omgesmolten voor de Duitse oorlogsindustrie. Gelukkig bleven ze gespaard. (foto Oudheidskamer Twente)

Het was een tehuis, waar meisjes uit het Oosten van Duitsland, die door de fabrikanten naar Gronau waren gehaald om in de textiel te werken, waren ondergebracht. Ze kregen in hun vrije tijd een uitstekende opleiding: koken, naaien, huishouding.
Verschillende jongens uit Losser en Gronau zijn met deze meisjes getrouwd en hebben er een uitstekende vrouw aan gekregen. Alleen hadden ze niet veel te zeggen, want in Duitsland was de vrouw thuis de baas.
Twee jongens, Scheffer en Beemink - hun voornamen ben ik kwijt -die misdienaar waren in bet klooster op de Glane, wilden wel met mij mee en ze wisten de weg. Toen we bij het tehuis kwamen, dat Lazaret was geweest, stond daar een soldaat in bruin uniform. Op zijn mouw stond: "Lancashire". Ik zei tegen hem: "i’am Dutchman", waarop hij knikte en vroeg of wij nog Duitse soldaten hadden gezien? Maar ik kon hem gerust stellen; die waren in geen velden of wegen meer te bekennen.Op dat ogenblik kwamen een Duitse en een Engelse officier de deur uit. De Duitser vroeg heel onvriendelijk: "Was wollen Sie?" Mijn antwoord was: "Ich möchte blosz die Messe lesen". "Gut" zei hij.

De zusters waren erg blij, dat ik er was, want hun eigen priester was niet gekomen. Toen ik met de H. Mis begon, zetten ze een Alleluja lied in, ik geloof van wel meer dan veertig verzen, want toen ik klaar was met de H. Mis, was hun lied nog niet uit.
Daarna kregen we een heel overvloedig ontbijt, zoals we al heel lang niet meer gewend waren, uit de voorraad die in het Lazaret was achter gebleven.
Toen schoot me te binnen: ,Laat ik nu mijn belofte van augustus 1944 eens gaan inlossen en bakker Hesselink eens gaan bezoeken''. Die stond wei heel erg verbaasd te kijken, dat ik er toen al was en zei ; "u hebt Uw belofte wel gehouden" en hij had zelfs nog heerlijke taartjes om de bevrijding te vieren. In Holland kenden we die al een jaar of vier niet meer!

We zijn nog even de Engelse tanks gaan bekijken en daarna marcheerden we weer naar Holland terug, alsof we niet alleen Gronau, maar heel Duitsland hadden veroverd.

Het was voorbij .... de oorlog was voorbij!

J.G. Hobbelink - de Aanleg 2- 7595 AP WEERSELO.
(1941- 1946 kapelaan te Losser)

 

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.