Oet Dorp & Marke 1996-4

Uit de geschiedenis van de Hervormde Gemeente

Zoals ik in mijn vorige bijdrage voor "Oet dorp en marke Losser" schreef, waren er van 1638 tot 1863 dus gedurende twee en een kwart eeuw, drie koppels "vader en zoon" die praktisch onafgebroken de predikantsplaats bij de Hervormde gemeente Losser bezetten. Steeds is het de oudere geweest die de belangrijkste rol heeft gespeeld. Het eerste van die koppels werd gevormd door vader Theodorus en zoon Henricus Froen. Overigens wordt de naam ook wel geschreven : Vroen, Fran, Frohn, Froon. Ik schrijf de thans in Losser gebruikelijke naam Froen, die ook voorkomt op de brandklok in de Martinustoren.

Georg van Slageren

Dominee Froen
Theodorus Froen was afkomstig van Steinfurt. Hij studeerde in Steinfurt en in Groningen. Nadat hij zijn studies met goed gevolg afgesloten had keerde hij in 1635 terug naar Steinfurt om er praeceptor van de vijfde klas van het Arnoldinum te worden. In september 1637, hij was toen inmiddels rector van de Latijnse school in Oldenzaal geworden, verzocht hij de Deventer classis het preparatoir examen te mogen doen. Op 22 oktober 1638 werd hij door de classis aangesteld als predikant van Losser. Theodorus Froen was daarmee al de vijfde predikant van onze gemeente sinds de Reformatie in het jaar 1598 in Losser haar intrede deed. Met Froen brak echter een periode van stabilisatie aan.

Theodorus Froen trouwde in 1639 met Marijken Vos uit Bathmen. Er werden (tenminste) twee zonen geboren:
- Derk; koster en schoolmeester te Losser.
- Henricus; opvolger van zijn vader als predikant.

Als predikant maakte Theodorus Freen beide Munsterse invallen (1665 en 1672) mee. Vooral de eerste trof Losser zwaar. Troepen van Bisschop Chistoph Bernard van Galen staken in 1665 zowel de kerk als 40 a 50 woonhuizen in brand.

Over deze gebeurtenis en over de persoon Dominee Froen laat ik nu eerst ds. V.E. Schaefer aan het woord ("Ons Blaadje" van 27 mei 1938).

"Van 1638 tot 1676 dus gedurende 38 jaren heeft hier gestaan ds. Theodorus Froon, uit Steinfort overgekomen. Uit alles krijgen we de indruk dat dit geslacht Froon een kloek en volhardend geslacht is geweest. Ds. Theod. Froon heeft den inval meegemaakt van Bernard van Galen, bisschop van Munster. In een oud handschrift, door ds. Hulsken Sr. in het huis van Herm. Lippinkhof gevonden ·was het volgende opgetekend: "Anno 1665 in den nacht van goedensdag op donderdag na Losser kermisse is die Vorst of Bisschop van Munster (Komende van Brandlecht) in Losser gevallen und tusschen 40 und 50 huizer verbrand und die kerke und toren verbrand, die klokken gesmolten, de Twenthe und Drenthe biss tot Wijnschotten in Groningerland offgeruvet ( geroofd) und geplundert, namen Oldenzel, Ootmarsum und alle kleine stedekens in und musten zwaare kontribuytien geven. De marke of kerspel Losser moste geven alle weken van de maent Desember 1665 tot den April 1666 40 rijksdallers 35 stuv. twintig mudde und 7 spint haver, 2426 pond hoy alle weken buten koekenstuer (keukenbelasting) und schadengeld. De kerke was full gebracht van kisten und kasten, kettel und patten, linnen und wollen, beddinghe, uthgeplundert und verbrand, alle beesten und peerden weggevueret, behalve de in de graefschap Bentheim gevluchtet."

Voor die tijden was dit wel een ontzaglijke ramp. Daarom worden wij stil, wanneer datzelfde handschrift doorgaat, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was:

"Anno 1666 den 20 September is onse Losser Clocke de eerste weder gegoten up donderdag."

Is het niet geweldig? Vijf maanden na het vertrek der benden van Bernard van Galen - terwijl de menschen zooveel huizen hadden op te bouwen en zooveel schade hadden geleden, is blijkbaar de kerk en de toren weer hersteld en wil men weer een klok in de toren hebben! Het is wel een geslacht geweest van aanpakken en doorzetten. Want wij lezen verder in het handschrift:

"Anno 1667 den 31 August is de andere und groteste clocke up Saterdag in den toren gewonden welker eerste gotte den meister mislukkede; doch is na dezelfde vorme gegoothen en up Sundag den I September de eerste reize up den toren, met gelueth. Den 5 September up donderdag sloeg de clocke ĖĖne met het nije uurwerk de eerste reize. Op den 10 Sundag na Trinitatis ( elfden zondag na Pinksteren) op Sunt Michelydag is de eerste predige gedaan op den nije predichstoel. Voort daarna is de kleinste clocke gegoten."

Wij meenen, dat wij het tegenwoordig heel wat vlugger afkunnen dan vroeger; maar zulke simpele feiten maken ons toch wel stil en bewonderen wij de voortvarendheid en doortastendheid van het voorgesla cht in moeilljke en gevaarvolle tijden ". Het herstel van kerk en klokken ging de financiele draagkracht van de kleine en arme Hervormde gemeente Losser overigens verre te boven en daarom werd in de gehele provincie Overijssel en in de graafschap Bentheim een collecte gehouden. Het is erg jammer dat het archief van de Hervormde gemeente op dit punt niet volledig is. Zoals ik in "Oet dorp en marke Losser" 1994/1 schreef is de verantwoording van de opbrengst van de collecte verdwenen. Uit de stukken van de in het begin van de 19e eeuw gevoerde processen om de kerkegoederen blijkt dat die verantwoording er toen nog wel was. Het was een in een bruin lederen band gebonden boekje. Mocht u dit boekje op zolder hebben liggen dan weet u wie u er een plezier mee kunt doen .. .. ! Ook de rekeningen van de herbouw van de kerk zijn verdwenen. Hoe men in Losser en bijvoorbeeld in Groningen (na het bombardement tijdens de tweede inval in 1672) over Bisschop van Galen dacht blijkt uit de bijnamen die hij verwierf ("Bommen Berend", "Berendke de koedief"), maar ook uit onderstaande spotprent. Draait men de afbeelding om dan ziet men een varkenskop.

1996 4 011996 4 02

Dat je precies dezelfde gebeurtenis ook met heel andere ogen kunt zien, blijkt uit Losser voorheen en thans", deel II (Losser 1981; nog verkrijgbaar bij de Historische Kring!). Op blz. 57 e.v. bespreekt C.J.A. van Helvoort daar de moeilijke positie van de katholieken na de in voering van de Reformatie in Twente. Hij schrijft:

Maar het was vooral de bisschop van Munster, Graaf Bernard van Galen waaraan onze Twentse katholieken zulk een grote steun hadden. In 1656 diende hij aan velen het vormsel toe. In 1660 bracht hij aan de Paus verslag uit, waarin hij over onze grensstreek zegt, dat zijn zegenrijk werkt, dat vele a.fvalligen zich bekeren en vele wankelen niet tot de afval komen, dat duizen- den uit de Nederlanden in de grensstaties de godsdienstoefeningen bijwonen en er de processies volgen. In 1665 valt deze prinsbisschop, die tevens wereldlijk heerser van de Munsterlanden is, de Achterhoek alhier binnen, naar men zegt om zijn oude rechten op Borculo en Lichtenvoorde te doen gelden. Hij heeft hierbij ook oog gehad voor de slechte godsdiensttoestanden in Twente, dat hij meent dat door de Paus aan zijn goede zorgen is toevertrouwd, nu het aartsbisdom Utrecht is opgeheven en de door Philips II aangestelde bisschoppen door de Paus niet zijn erkend.

Bij de inname van Losser op 24 September 1665 springen zijn soldaten uit de band. Zij stichten brand in toren en kerk en plunderen daar wat door particulieren ter beveiliging van hun bezit er is bijeen gebracht. Een aantal huizen wordt voorts nog door brand vernield. Het is niet op bevel, zelfs niet met instemming van de veldheer geschied, maar voor de calvinistische reclame is het te mooi om niet tot een drama te worden opgeschroefd. Men moet zoiets op de schouders van de bisschop van Munster schuiven. Berendke de Koedief heeft een ramp over het kleine dorp gebracht en dit zal tegenover de katholieken worden uitgebuit.
De overlevering heeft er ons het volgende rijmpje van nagelaten:

"Berendke van Gaolen stak Loster in braand,
Jaag den schelm noar 't Munsterlaand."

Een oud handschrift van Hermanus Lippinkhof, die in 1743 stierf en dus niet uit eigen waarneming de voorvallen van 1665 kan weten, maar die ze toch zeker uit de eerste hand van zijn ouders zal hebben vernomen, geeft de grondslag aan van deze overlevering als we daar lezen: (zie hiervoor in de van ds. Schaefer geciteerde tekst, die hetzelfde handschrift aanhaalt)

In Mei 1666 wordt de vrede van Kleef gesloten en Twente treedt weer voor de zoveelste maal onder het Staatsbewind. De vervolging der katholieken kan weer voortgaan.

De ramp van Losser moge voor de betrokkenen dan al ernstig zijn geweest, men moet zich in deze toch wel voor overdrijving hoeden en er niets anders in zien dan een gewoon oorlogsverschijnsel dier dagen. Uit het aangehaalde handschrift van Lippinkhof blijkt verder dat op 31 Augustus 1666 (het jaartal moet zijn 1667! GvS) te Losser de torenklok aam de voet van de toren is gegoten en dat alle klokken op zaterdag 1 September voor de eerste maal in de toren weer geluid hebben. Het nieuwe uurwerk was toen ook al aanwezig. Op St. Michilydag 1667 is op de nieuwe preekstoel in de kerk de eerste preek gehouden. Het verbranden van toren en kerk kan dus niet zo groot geweest zijn als men alles binnen een jaar (moet zijn twee jaar! GvS ) weer heeft hersteld, te meer als men er rekening mee moet houden, dat in dit tijdsbestek de overgang van katholiek naar protestant weer moest plaats vinden.
Bij de vergelijking van de teksten van de Hervormde dominee Schaefer en de rooms-katholieke burgemeester Van Helvoort moeten we wel bedenken dat ze beide stammen uit de jaren vóór 1940. Een tijd waarin katholieken en protestanten heel anders over elkaar dachten en met elkaar omgingen dan in de tegenwoordige tijd. Ik ben van de verhouding tussen protestanten en katholieken in Losser (door de eeuwen heen!) al vele "aardige" voorbeelden tegengekomen en hoop daarover ook nog eens wat te schrijven. Dat zal dan zeker gebeuren vanuit de achtergrond van de huidige verhoudingen.
Aan ds. Theodorus Froen herinneren ons dus allereerst de klokken in de Martinustoren en verder de preekstoel, waarop hij in 1667 (in de oude Kerk) het eerste heeft gepreekt en die nu in de kerk aan het Raadhuisplein staat.

Op de zgn. brandklok, die oorspronkelijk in 1666 gegoten is, staat zelfs zijn naam te lezen: "TheoDorVs froen Minister Jes V Christl est in Losser 1666 " (Theodorus Froen is dienaar van Jezus Christus in Losser 1666).

Aan dominee Froen herinnert ook het kerkzegel van de Hervormde Gemeente Losser dat voorkomt op de grote klok in de Martinustoren en dat wellicht door de oude predikant zelf is ontworpen. Op die grote klok staat: "Jan Fremy me fecit", dat is: Jan Fremy (een bekende klokkengieter) heeft mij gemaakt en daaronder Ao 1676.

1996 4 03

Dit jaartal is volgens sommigen een vergissing: de klok is immers volgens het eerder aangehaalde handschrift op 31 augustus 1667 gegoten. Een opvatting die door Jan Poorthuis - en wie zou bet beter weten dan hij - wordt bevestigd in Oet dorp en marke Losser, jaargang 1992 no 1.

Op deze klok bevindt zich aan de andere zijde het zegel van de Hervormde Gemeente. Van dit zegel heeft mej. J.E. Evelein te 's-Gravenhage, een nicht van ds. Schaefer, omstreeks 1930 een tekening gemaakt en het omgewerkt tot een stempel waarvan u hiernaast een afbeelding ziet.

Dominee Schaefer schrijft over dit zegel in 1935 in Ons Blaadje het volgende: "Het zegel vertoont de vorm van een kruis, met in het midden een engelenhoofd. Dat engelenhoofd zegt, dat de klok het Evangelie, de blijde boodschap van het Kruis moet uitroepen (Engel is in het Grieks boodschapper). De boodschap van het Kruis of liever van de Gekruisigde, die de enige Losser of Verlosser der wereld is.
Rondom op de vier armen staan vier engelenfiguren, die waarschijnlijk de vier Evangelisten aanduiden, die dezelfde boodschap van het Kruis of de Gekruisigde brengen en deze met schalmeien, het instrument, dat de vrede uitroept, verkondigen. De vier engelen zijn omrankt met wijnranken en korenhalmen; dit zijn de zinnebeelden van Brood en Wijn of van het Heilig Avondmaal. Wanneer wij zo dat oude zegel bezien van de Enige Losser der Wereld dan treft ons niet alleen de mooie uitwerking der gedachte maar bovenal de diepe, echte vrome zin, die in dat zegel is gelegd.
Van die vrome zin getuigen ook de verdere opschriften op de klok aan dezelfde zijde, waar staat: Mortuus et vivus sum maneoque tuus: Esto memor vitae moriens bene sic morieris dat is: "In leven en sterven ben en blijf ik de Uwe: Wees stervende gedachtig het eeuwige leven, zo zult gij in vrede sterven".
Laat ons het oude zegel niet aileen als een mooi overblijfsel uit oude dagen beschouwen, maar laat ons trachten ook in diezelfde vroomheid te staan en te leven en te sterven", zo besluit ds. Schaefer zijn artikel.

Theodorus Froen is overleden in Losser op 7 september 1679. Zijn zoon Henricus Froen werd ongetwijfeld in Losser geboren, maar diens geboorte- of doopdatum heb ik niet kunnen achterhalen omdat het oudste doopboek "pas" van 1685 (de tijd dat Henricus zelf al predikant in Losser was) dateert. Wel is bekend dat Henricus studeerde in Deventer en in Groningen. Deze studie werd in het begin mede mogelijk gemaakt door de inkomsten die hij genoot uit de Vicarie(goederen). Aan deze inkomsten kwam, volgens een in het archief bewaard gebleven brief uit 1668 een einde toen de kerkmeesters van Oldenzaal (!) aan vader Theodorus berichtten dat zij de vicarie nu hadden geconfereerd (begeven) aan zoon Hermannus van hun predikant Gerlacus Gerlaci.
Deze Hermannus ving zijn studie aan de Illustre School te Deventer aan op 17 augustus 1668.

Omdat de oude Froen het werk als predikant "wegen de swackheidt sijnes lichaems" nog slechts moeizaam kon verrichten, benoemde de gemeente van Losser Henricus op 30 maart 1676 als adjunct. De classis stemde hiermee op 4 april in en na een peremptoir examen op 17 mei kon Henricus in juni 1676 door ds. Condewijn uit Hengelo worden bevestigd.
Voorlopig moest Henricus het nog met een zeer bescheiden traktement zien te rooien. Na het overlijden van zijn vader in 1679 genoot hij het volledige traktement.
Misschien dat hij door die twee feiten in staat was een huis te bouwen?

Vermoed wordt namelijk dat in zijn opdracht het zgn. Froenshuis gebouwd werd. In deze woning, gelegen tussen het Aleida Leurinkhuis en het Teylershuis, is nu het makelaarskantoor van de Hakenberggroep gehuisvest.

Henricus Froen overleed op 5 maart 1696. Hij liet Aaltje Kerkhoff als weduwe achter.

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.