Het reisdagboek van Van Hogendorp en Van Lennep

In 1823 maakten twee Leidse studenten, Jacob van Lennep (de latere schrijver) en zijn vriend Dirk graaf van Hogendorp, zoon van de bekende Nederlandse staatsman Gijsbert Karel van Hogendorp, een reis te voet, per trekschuit en per diligence door de Noord-Nederlandse provincies. Zij hielden een dagboek bij dat, in 1942 volgens het nagelaten manuscript van J. van Lennep werd uitgegeven. 

Op woensdag 16 juli komen ze aan te Oldenzaal en de volgende dag trachten ze een rijtuig te huren voor de reis naar Bentheim.

Maar "helaas, er was in geheel Oldenzaal maar één fargon (reiswagen) met twee paarden, welke een ander tot ons ongeluk besproken had. Van Hogendorp kon echter niet te voet gaan (de vorige dag was zijn linker voet zo gezwollen dat hij geen schoen aan kon), en tot blijven waren wij niet genegen: ik wandelde dus rond en schommelde een mistkar op, welke ik voor twee gulden huurde. Van Hogendorp plaatste zich er in met de bagage, doch ik verkoos er naast te wandelen, daar de weg schoon en de knol het draven ontwend was. 

Onze weg liep over bergen en dalen, de schoonste gezichten opleverende: slechts eene kleine heide van een vierde uur gaans trokken wij over. Na twee en een half uur wandelens toog ik een vrij hoogen heuvel op, tegen wiens helling en op wiens top het dorp Gildenhuis, of hauss, gebouwd is, eene fraaie plaats, rijk in steengroeven en korenvelden. 

1997 2 1 eOp de hoogte staan twee molens, welke een zonderling landgezicht vertoonden. Want aan de linkerzijde zagen wij enkel koren, rotsen en gebouwen terwijl de vlakte, die zich ter rechterzijde opendeed, uit veenderijen en heidevelden bestond. Nu daalden wij den berg af en kwamen na een half uur gaans aan de stad Bentheim, welke op een zware rots gelegen, de gansche omstreek overziet. Trotsch en treffend rust het oud en heerlijk slot op den hoogsten top". 

Het doel van de twee studenten is echter het badhuis, het tegenwoordige Kurhaus, waar zij enkele dagen doorbrengen. Zij geven een kostelijke beschrijving van het doen en laten van de aanwezig badgasten, bijna allemaal Nederlanders.
Uit hun verhaal blijkt, dat er ook toen al sprake was van een speelbank: "Ook ik ging van tijd tot tijd naar de bank en verloor er behalve mijn gedane winsten, een goede honderd gulden zonder een gezicht te vertrekken"

Ze maken nog een uitstapje naar Burgsteinfurt, met het kasteel en het bijbehorende park of bagno, vroeger een beroemde bezienswaardigheid. Het totale complex is echter volgens hun beschrijving al danig in verval geraakt. Hij noemt het kasteel zelfs een "vervallen barak".

Op maandag 21 juli vertrekken de beide studenten weer uit Bentheim:

"Van Bentheim wandelden wij weer naar Gildenhaus terug en sloegen daar rechts af door 't koren: op eens bevonden wij ons aan den steilen kant der steengroeve, die door de zwaarte en stoutheid der hangende rotsklompen een treffend schouwspel oplevert. De steen is van binnen zacht en brokkelig, doch wordt door de lucht spoedig verhard. Boven op een rots van ruim honderd voeten hoogte staande voelde ik den grond wijken, terwijl Van Hogendorp mij angstig toeriep en de werklieden schreeuwden dat ik daar zeer gevaarlijk stond: dan was ik zoo wijs de klompen zand en steen alleen in den afgrond te laten tuimelen en zelve boven te blijven.

Bij de hooge molens van Gildehaus gekeerd, sloegen wij links af naar beneden en zagen ons ras in de heide. Echter viel ons de weg zeer toe als zijnde dezelve met graanvelden en boomen zeer aangenaam afgewisseld. 

Losser, het eerste Hollandsche dorp was zindelijk en fraai. Wij dronken er goede koffie en wandelden voort naar Enschede ... " 

Het dorp Losser komt in deze beschrijving dus maar zijdelings voor. De omgeving is echter ook nu nog duidelijk herkenbaar.

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.