Het Aardrijkskundig woordenboek van Van der Aa

De toen nog jonge gemeente Losser staat vermeld in het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839.

Abraham Jacob van der Aa (geb. te Amsterdam 1792, overl. te Gorinchem 1857), was o.a. boekhandelaar te Leuven, onderwijzer te Brussel en verbonden aan de militaire gouverneur van Breda. Hij heeft diverse werken op zijn naam staan, maar is vooral bekend gebleven door zijn twee grote woordenboeken: het Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, 1836-1851 en het Biographisch woordenboek der Nederlanden, 1852-1878.
Uit het eerste woordenboek komt dus de volgende beschrijving: 

"LOSSER, gemeente in Twenthe, provincie Overijssel, arrondissement Almelo, kanton Oldenzaal (l k. d., 8 m.k.,3 s.d.); palende Noord aan Denekamp, Oost aan het Koninkrijk Hannover, Zuid aan de Pruissische provincie Rijnland, West aan Lonneker en Weerselo.
Deze gemeente bestaat uit het dorp Losser, de marken Losser, de Poppen, Punte, Lutte, Beuningen en Berghuizen. 

Voor het jaar 1811 behoorde de geheele gemeente tot het landregterschap Oldenzaal, in dat jaar werd het dorp en de marke Losser tot een mairie (gemeente) gemaakt, waarbij, nadat zij in 1814 eene gemeente geworden was, in het jaar 1817 de marken Lutte, Beuningen en Berghuizen gevoegd werden. De gemeente Losser beslaat, volgens het kadaster, eene oppervlakte van 11,265 bunder.
Men telt er 752 huizen, bewoond door 782 huisgezinnen, uitmakende eene bevolking van ongeveer 4700 inwoners, die meest hun bestaan vinden in den landbouw en weverij.

Ook heeft men er de volgende fabrijken: drie calicotsweverijen (katoen), welke echter thans zeer weinig werken. In het jaar 1840, was het getal calicotswevers 620, thans zijn er geen derde gedeelte meer werkende. Overigens worden er bombazijn ( een sterke katoenen stof voor arbeiders-kleding), marseilles (een gestreept weefsel uit katoen of halflinnen in lengte-keperverbinding), pilows (gekeperde grove bruine stof, halflinnen, halfkatoen, o.a. voor werkbroeken) enz. voor fabrijkanten uit Enschede en Oldenzaal geweven: ook zijn er: eene azijnfabriek en een korenmolen. Vroeger bloeiden er de katoenspinnerijen, welke thans geheel hebben opgehouden.  

De Hervormden, van welke men er 270 telt, maken gedeeltelijk de gemeente van Losser uit, en behooren gedeeltelijk tot de gemeente van Denekamp, gedeeltelijk tot die van Oldenzaal.
De R.K., van welke men er ongeveer 4400 aantreft, maken gedeeltelijk de statie (parochie) van Losser en Lutte uit, en behooren gedeeltelijk tot de statie van Denekamp, gedeeltelijk tot de statie van Oldenzaal. 

Men heeft in deze gemeente twee scholen, als: eene te Losser en eene te Lutte, welke gemiddeld door een getal van 600 leerlingen bezocht worden. 

Het dorp Losser ligt 6 1/2 uur OostZuidOost van Almelo, 2 uur ZuidOost van Oldenzaal aan de Dinkel.
Men telt er in de kom van het dorp 101 huizen en 640 inwoners en met de kerkelijk daartoe behoorende marke Losser 250 huizen en 1600 inwoners. 

De R.K. die ongeveer 1400 in getal zijn, onder welke 1050 Communicanten, maken eene statie uit, welke tot het aartspriesterschap (de aartspriester was de plaatsvervanger van de bisschop in een dekenaat, na 1853 deken geheten) van Twenthe behoort en door eenen Pastoor en eenen Kapellaan bediend wordt.
De kerk, aan O.L.V. Geboorte toegewijd, is in het jaar 1777 gebouwd, voor dien tijd gingen de R.K. ingezetenen, ter kerke naar het klooster Glane.
(Deze vermelding is nogal verwarrend, want ook daarvoor was er al een kerk. Vermoedelijk slaat dit jaartal op de bouw van de z.g. Schuurkerk).
Deze kerk (O.L.V. Geboorte) is in het jaar 1845 vergroot.

De Hervormden, van welke men er 210 aantreft, maken, met die van de marke Lutte, eene gemeente uit, welke tot de klassis (onderdeel van een provincie in de organisatie van het kerkbestuur bij de Protestantse kerken) van Deventer, kring (een klassis is verdeeld in kringen en een kring in gemeenten) van Enschede, behoort en 220 zielen en daaronder 120 Ledematen telt.

De eerste, die in deze gemeente het leerambt heeft waargenomen, is geweest Gerhardus Stokman, die in het jaar 1637 herwaarts kwam en in het jaar 1638 naar Enschede vertrok.
Het beroep geschiedt door den kerkeraad.

2017 2 01De kerk (R.K.) is ene dochter van de Moederkerk van Oldenzaal, zoodat het kapittel (geestelijken van een dom- of kapittelkerk) der laatste kerk de pastorij van Losser begaf.
In de kerk van Losser was ene vikarij van de H.H. Anna en Martinus, die door den Deken van Oldenzaal begeven werd.

Deze kerk, welke in den oorlog van het jaar 1672 afgebrand is, doch later weder opgebouwd, heeft een klein torentje en is van een orgel voorzien. (De samenstellers zijn hier duidelijk abuis: zij geven een beschrijving van de N.H. kerk terwijl ze de oude kerk bedoelen). Men heeft haar op Koninklijk besluit, den 4 Januarij 1810 aan de Rooms Katholijken moeten afstaan, en de Hervormde gemeente zich daarna langen tijd met eene kamer in een particulier huis (de huidige Teylersapotheek), beholpen, tot dat zij met behulp van vele geloofsgenooten zich in 1822 (dit moet zijn: 1810) eindelijk weder verheugen mogt over het bezit van een nieuwe kerk en toren met klokken en uurwerk voorzien. (Het jaartal 1822 wordt later ook overgenomen in de "Gids voor Enschede en omstreken" uit 1889).

In het jaar 1352 verbond Johan van Arkel, de zeven en veertigste bisschop van Utrecht den hof te Warwik en den Hof te Losser aan Graaf Hendrik Solmisse.

Het expeditiekantoor, dat hier bij Zijne Majesteits besluit van 12 December 1824, was opengesteld voor den in- en uitvoer van goederen te lande, is bij besluit van 9 September 1836, ingetrokken.

Den 21 September 1665, werd Losser in brand gestoken door den Bisschop van Munster, die zeer onverwacht met eene groote krijgsmagt in Twenthe was gevallen.

In het jaar 1794, daags voor Kersdag, trok eene troep krijgsvolk door Losser, die vele wagens met zieke en gekwetste Hannoveranen bij zich had, welke uit het leger in Braband kwamen. De ingezetenen waren gelast deze menschen warme drank, als warm bier, melk, koffij enz. te brengen.

Maandag na Nieuwejaar van het jaar 1795, kwamen vele Hessische Huzaren in dit dorp, welke aldaar veertien dagen verbleven.

Kort daarop trok er eene menigte Fransch krijgsvolk, onder den Generaal van Damme, door om het kasteel van Bentheim in te nemen, hetwelk hem ook den 13 Maart 1795 gelukte. Zij maakte de Hervormde kerk (dus de oude kerk op de markt) tot een magazijn van hooi en stroo.
Na het innemen van dit kasteel, werd hier een piket van 8 of 9 man Fransch paardenvolk geplaatst, hetwelk er tot den 24 Junij 1795 bleef.

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.