Mijne Reisportefeuille van Harm Boom

Een van de bekendste en meest geciteerde beschrijvingen stamt uit 1846, van de hand van de journalist en schoolopziener Harm Boom uit zijn verslag "Mijne Reisportefeuille".

Harm Boom (geb. 1810 te Gramsbergen) was in het jaar 1846 redacteur van de Overijsselsche en Zwolsche Courant. Na een loopbaan in de journalistiek keerde hij in 1860 terug bij zijn oude liefde: het onderwijs. Hij werd schoolopziener in de provincie Drenthe en zou dit 20 jaar blijven.
Meer over Harm Boom is te vinden in "Jaarboek Twente" 1984.

We pakken zijn verslag op als hij op weg is van Oldenzaal naar Losser, samen met een reisgenoot, een Twentenaar:

" ... zweeg hij (de reisgenoot) een oogenblik, en hiervan maakten wij gebruik, om hem te vragen of te Oldenzaal nog al vermogende burgers woonden?
Hierop antwoordde hij zeer beslissend: ja, maar toen we wilden weten of de meeste kapitalen aldaar door 't fabrijkwezen waren gewonnen, wees hij ons een klein herbergje te Losser- want hier waren we reeds! - alwaar in een klein huisje gebrande wateren te koop en eene extra dikke vrouw te zien was.

We lieten 't paard op stal zetten, traden binnen, en zagen de weduwe Blokhof, die onlangs ziek was geweest, en daardoor een weinigje vermagerde, aan de koffijtafel zitten. Zij bevond zich nu vrij wel en leefde zeer tevreden, woog nog 278 oude ponden en was in druk gesprek met een man, die een gedrukten staat invulde en daarom een ambtenaar scheen en heel mager was.
De weduwe Blokhof lachte welwillend tegen hem, maar de vermoedelijke ambtenaar zag spits, nijdig en jaloersch - en te onregte, want men verbeelde zich een 278 pondigen liniecommies!

Na ons even verfrischt te hebben, wandelden wij naar den esch, alwaar boringen waren bewerkstelligd, tot onderzoek, in hoeverre Dr. Staring's vermoeden dat hier Bentheimer steen zou zitten, waarheid was. De "Overijsselsche Vereeniging tot Ontwikkeling van Provinciale Welvaart", die zich deze taak had aangetrokken, ontving eene rijkssubsidie van f 600 tot tegemoetkoming in de kosten der opgravingen en boring, en benoemde voor de regeling dier werkzaamheden eene commissie, bestaande uit de Heeren C.W. Eekhout Jr. te Oldenzaal (de burgemeester), C. ter Kuile te Enschede en Dr. Staring.

Op eene diepte van 10 voet, stuitte men reeds op eene laag verbrijzelde steen. Die ontdekking bevestigt de veronderstelling der geologen, dat deze heuvelen ontstaan zijn door onderaardsche opheffing. Als in de diepte van de aardkorst eene steenlaag zit, die door de geweldige kracht naar hoven gedrukt werd, moet verbrijzeling der bovenste laag daarvan wel het gevolg zijn geweest.
In dat bovenste gruis vond men versteeningen, die in 't museum te Zwolle worden bewaard, en een groote ammoniet verraadt, dat de Lossersche esch tot dezelfde formatie behoort, als die te Bentheim en Gildehaus.
Op 28 voet diepte bereikte men eindelijk de vaste steenlaag, waarvan ook een stuk in 't Zwolsch kabinet is te zien, en nu erkende men de identiteit van deze groeve met die bij Gildehaus.
Dr. Staring's geologische voorspelling had dus niet gefaald.
Daarom zeide Mr. B.W.A.E. Baron Sloet tot Oldhuis op den 8 Januarij dezes jaars naar waarheid: "Zij is schoon, de taal der wetenschap!"

Te veel water en te weinig geld, deden de spade rusten en de boor verlammen, en 't blijft nu de ondernemenden geest der kapitalisten in Nederland aanbevolen, om de ontdekte en gedeeltelijk ontbloote groeve te ontginnen. 
't Aankoopen van den esch zal echter niet gemakkelijk gaan, want men verhaalt, dat, terwijl de Heeren der "Overijsselsche Vereeniging" te Losser, in de schoone taal der wetenschap over de aan te vangen ontginningen spraken, de boeren in een vertrek er naast, bezig waren, om op speculatie te koopen en te verkoopen. 

De R.C. kerk te Losser werd vernieuwd, en beloofde er goed uit te zien.; zij heeft een slecht orgel dat door een bekwaam organist wordt bespeeld. In Twenthe zijn zelden kunstenaars en instrument voor elkaar berekend. 

De nette Hervormde kerk met het jaartal 1810, ligt romantisch in jeugdig geboomte, waaruit een lief snoeperig torentje kijkt. Haar orgel is net, maar de kleur der banken ook hier weer te donker.
De Heer J .H. Hulsken, emeritus predikant dezer gemeente en aldaar nog woonachtig, heeft zich een naam gemaakt, door zijne grondige kennis van alles wat orgels en orgelmuzijk betreft. 

Losser heeft eene zeer goede school, die in den zomer door 200 en des winters door 280 kinderen wordt bezocht.

De inwoners bestaan van den landbouw, en calicots- bombazijn- marseille- pilouw-weverijen, enz., terwijl de katoenspinnerijen ophielden te werken. 

We maakten eenige haast om Losser vaarwel te zeggen, ten einde nog even Lonneker te zien en voor de schemering Enschede te bereiken.

(Wordt vervolgd)

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.