Beschrijving van Overijssel door W.G.A.J. Röring

Ook toeristisch, maar met minder historische bijzonderheden is de beschrijving van Röring uit 1890. "Meester" W.G.A.J. Röring was hoofd van een school in Tubbergen. Van zijn hand is ook het 2-delige standaardwerk "Kerkelijk en wereldlijk Twente", 1909-1911.

Zijn "Beschrijving van Overijssel" heeft als subtitel "Wandelingen door die provincie; een leesboek voor dag- en herhalingsschool", dus duidelijk geschreven met onderwijskundige doeleinden.

"Geen plaats in Twente, misschien in Overijssel, bezit schooner omstreken dan Oldenzaal. Een gedeelte ervan zagen wij reeds, toen wij van Denekamp kwamen. Maar ook aan de zuidoost zijde der stad, in de richting van Losser, welk dorp wij nu zullen bezoeken, loopt onze weg door eene streek, rijk aan opgaand geboomte, aan heuvels met prachtige vergezichten, aan welbebouwde akkers, in 't kort aan allerlei natuurschoon. 

Den steenweg, die van Oldenzaal naar Losser voert, slaan wij echter niet op, maar liever een binnenpad, omdat het ons vooral om natuurschoon te doen is, dat hier overvloediger gevonden wordt dan langs den grooten weg. 

Even buiten Oldenzaal betreden wij het gebied der gemeente Losser en wel de vruchtbare en fraai gelegen buurt Berghuizen. Al voortwandelend bereiken wij spoedig eene hoogte, die met den Tankenberg samenhangt, en waarvan men een schoon gezicht op Oldenzaal heeft, dat daar in een dal aan onze voet ligt. Hoe heerlijk golft het goudgele graan langs de glooiingen der esschen, wat krachtig geboomte groeit langs de diepe wegen, die langs de hooge akkers slingeren; hoe bevallig verbergt zich de ouderwetsche boerenwoning in 't welig groen!

De steen, die hier in de nabijheid ligt, herinnert ons, ofschoon hij niet zo groot is, aan den "Zilversteen" dien wij op den Lemelerberg gezien hebben. Dergelijke steenen, zoogenaamde rolsteenen, komen in heuvelachtige streken veel voor. In de gemeente Lonneker, bij Enschede, lag er vroeger een, waarmede men, toen hij verbrijzeld was, een eind weg, lang 78, breed 3 M, 2 d.M. dik bevloerde. 

Aan afwisseling ontbreekt het op onzen verderen weg naar Losser niet. Hier ligt bouwland, daar heide; elders omzoomt kreupelhout ons pad, of gaan we onder de schaduw van eiken, dennen en beuken, tot we eindelijk den steenweg bereiken, die ons spoedig op de plaats onzer bestemming brengt.

Het dorp Losser is niet groot en bezit weinig merkwaardigs. Alleen de drie buitengewoon zware torenklokken worden als eene merkwaardigheid genoemd, evenals de prachtige muurschilderingen, die men in de R.K. kerk vindt, en die hierom ook werkelijk een bezoek waard is.

Losser bezit ook eenige nijverheid. Hier en daar klinkt ons uit sommige huizen in 't dorp en den omtrek het getiktak der weefgetouwen in de ooren: hier woonen wevers, die zoogenaamd bont weven voor Hengelosche, en katoen voor Enschedesche fabrikanten, terwijl andere arbeiders uit Losser hun bestaan vinden in de fabrieken van 't naburige Gronau, in Pruisen.
Landbouw is echter het hoofdbedrijf der bewoners. De teelt van kippen is nog vrij aanzienlijk en groote hoeveelheden eieren worden van hier naar elders verzonden.

Als ieder Twentsch dorp, bezit ook Losser zijn esch, eene hoogte, die ten zuiden van het dorp ligt. Ginds, aan de oostzijde van het dorp, stroomt, in bevallige kronkelingen en door weilanden ingesloten, het riviertje dat we reeds vroeger zagen: de Dinkel. Niet om zijne vruchtbaarheid of om de prachtige rogge, die er groeit, is de Lossersche esch merkwaardig, maar om den zandsteen, zogenaamden Bentheimersteen, die men hier in den bodem vindt.
Deze steen ligt niet meer dan een paar meter diep; op enkele plaatsen onmiddellijk beneden de oppervlakte. Te Bentheim en Gildehaus wordt deze steensoort uit den grond gedolven; hier echter heeft het houweel des mijnwerkers den ploeg des landmans nog niet vervangen, hoewel, nu ruim veertig jaar geleden, hiertoe wel het plan bestaan heeft.

1997 3 04Voor we de gemeente Losser verlaten, dienen we nog eerst een bezoek te brengen aan De Lutte, eene buurt, die een half uur ten oosten van Oldenzaal ligt. De weg daarheen munt niet door bijzondere schoonheid uit: heide wisselt af met houtgewas, en bouwland is er schaars. Hebben wij echter den grooten weg bereikt, die van Oldenzaal naar Bentheim door De Lutte loopt, dan wordt het landschap schooner en sluit zich prachtig aan hij Oldenzaals prachtige omstreken. Hooge esschen, waar de rogge golft, de boekweit bloeit, eiken- en beukenlanen, oude, schilderachtig gelegen boerenwoningen, prachtige vergezichten over geheel Twente, gevoegd bij een heerlijk golvend terrein, dit alles maakt De Lutte tot een der schoonste streken van Overijssel.
De vruchtbare bodem brengt hier welvaart aan den landbouwer, niet alleen thans, maar ook in vroeger tijden, toen De Lutte met zijn 80 volgewaarde erven de voornaamste marke of buurt van Twente was, waar andere marken bij onderlinge twisten de beslissing der markerichters inriepen.

Van De Lutte den fraai en weg volgende, die van hier naar Oldenzaal loopt, hebben we binnen een half uur deze stad weer bereikt".

 

 

Geraadpleegde literatuur:

  • Aa, A.J. van der. Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden; bijeengebragt onder medew. van eenige vaderlandsche geleerden; fac. herdr. van de uitg.1839-l851. Zaltbommel: 1976-'80. 14 dln.
  • Aa, A.J. van der. Geschied- en aardrijkskundige beschrijving van het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg. Gorinchen: 1841.

  • Boom, Harm. Mijne reisportefeuiJle: of, Omzwervingen in Overijssel in het najaar van 1846, ernstig en luimig verteld; herdr. Zwolle: Tijl, 1932.

  • Gids van Enschede en omgeving, behoorende bij de wandelkaart uitg. van wege de afdeeling Enschede van het Ned. Ond. genootschap, 1889 / S.Bloemendaal, dr. A.Benthem Gz. en J.J.van Deinse. Enschede: B.B.Blijdenstein, 1890.

  • Lennep, Jacob van, en D. van Hogendorp. Nederland in den goeden ouden tijd: zijnde het dagboek van hunne reis te voet, per trekschuit en per diligence van Jacob van Lennep en zijn vriend Dirk van Hogendorp door de Noord-Nederlandsche provinciën in den jaren 1823: volgens het nagelaten manuscript van J. van Lennep verz. door M.E. Kluit. Utrecht: De Haan, 1942.

  • Röring, W.G.A.J. Beschrijving van Overijssel; en. Wandelingen door die provincie; een leesboek voor dag- en herhalingsschool. Almelo: Hilarius, 1890.

  • Sliepsteen nr. 38

  • Wiegman,T. De openbare lagere- en kleuterscholen in Enschede en Lonneker, 1645-1985. 1986.

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.