Oet Dorp & Marke

1992

Voorwoord

Begin 1969 werd de Historische Kring Losser opgericht en het aantal leden bedroeg 12 personen, maar naarmate dit bestand gestaag groeide, bleek des te meer behoefte te bestaan aan onderling contact en gedachtewisseling over datgene wat een ieder van ons boeit: de historie van ons DORP en onze MARKE LOSSER.

Daarbij kwam naar voren, dat het regelmatig uitgeven van boeken en de maandelijkse activiteiten niet volledig soelaas boden en na ampele overwegingen heeft dit bestuur doen besluiten een kwartaalblad in het leven te roepen.

"OET DORP EN MARKE LOSSER" zoals de naam van ons orgaan luidt en waarvan het eerste exemplaar thans voor U ligt, voorziet naar wij hopen in deze behoefte door het publiceren van artikelen over historische onderwerpen ons gebied aangaande, bijdragen in het Twents en het aandacht schenken aan actuele zaken met historische achtergronden.

Tevens biedt het blad de mogelijkheid aan onze leden en overige geïnteresseerden om hun bijdrage te leveren. Vooral vele ouderen weten vaak nog zoveel "van vrogger" en met name ook hen wordt in dit blad de gelegenheid geboden anderen daarvan deelachtig te maken. Zo ook streeft het bestuur ernaar al datgene wat niet in boekvorm verschijnen kan of zal, toch op deze manier aan het licht te brengen, waarvan het jammer zou zijn als ze in het verborgene zouden blijven.

Onder de bekwame leiding van het redactieteam, bestaande uit de heren L. Augustijn, H. Bourgonje, G. Bruinink en J. Poorthuis, ligt na veel voorbereidend werk nu het eerste exemplaar op tafel.
Ik hoop van harte, dat deze driemaandelijkse uitgave bij al onze lezers goed ontvangen wordt en dat zij zelf ook deel nemen aan het voortbestaan van dit blad door het aanleveren van resultaten van onderzoek, het weergeven van documentatie uit archiefonderzoek, en hun eigen bevindingen OET DORP EN MARKE LOSSER! Overdinkel, 14 september 1992.

HISTORISCHE KRING LOSSER

H. Z. Scherphof-Bekker

Voorzitter.

Genealogie

Ieder kwartaal verschijnt er een stamreeks of kwartierstaat in dit boekje. Als U zelf een stamboom heeft uitgezocht of thuis heeft dan willen wij die voor U in dit boekje plaatsen.
U kunt de gegevens inleveren bij L. Augustijn Dingeldeinstraat 1 Losser.

Gebruikte tekens;
ged; gedoopt in Kerk.
geb; geboren aangegeven burgelijke stand.
overl; overlijden aangegeven burgelijke stand.
begr; begraven van uit Kerk.
gehuwd; (geh) kerkelijk of burgelijk Huwelijk.

Lippinkhof

1*
Lippinkhof Geerlig Berendsen
ged: ? te Losser.
begr: 1734 Losser.
Geh: 31-12-1707 te Losser met Fenne Berendsen Lentfert ged: ?
begr: 1736 Losser.

Kinderen;

  1. Berendina ged; 11-0S-1709 Losser.
  2. Aelken ged; 01-02-1711 Losser.
  3. Berend ged; 06-11-1712 Losser.
  4. Engel ged; 11-06-1715 Losser begr; 1805 Losser.
  5. Hilleken ged; 13-02-1718 Losser.

2*
Lippinkhof Berend Geerliqsen
ged; 06-11-1712, gehuwd te Losser 31-01-1734 met Geertruid ter Bent.

Kinderen;

  1. Geerlig ged; 06-07-1734 Losser begr; 08-06-1734 Losser.
  2. Geerlig ged; 15-04-1736 Losser begr; 19-04-1786 Losser.
  3. Fenne Gesina ged; 01-09-1737 Losser.
  4. Berendina ged; 31-01-1740 Losser.
  5. Janna Aleida ged; 09-09-1742 Losser.
  6. Helena ged; 17-01-1745 Losser.
  7. Fenne ged; 20-03-1746 Losser.
  8. Gerhardus ged; 07-01-1748 Losser.

3*
Geerlig (Gerrit) Lippinkhof
ged; 15-04-1736 Losser. begr;19-04-1784 Losser beroep Landbouwer.
Gehuwd op 24-05-1761 Losser met Gezina Beernink ged; 22-05-1740 Losser begr; 09-07-1776

Kinderen;

  1. Gezina ged; 31-01-1762 Losser.
  2. Aleida ged; 31-07-1763 Losser overl; 1767 Losser.
  3. Aleida ged; 20-11-1768 Losser.
  4. Geesken ged; Losser overl; 27-09-1773 Losser.
  5. Hermannus ged; 09-04-1775 Losser overl; 03-02-1843 Losser.
  6. Aaltje ged; Losser.

4*
Hermannus Lippinkhof
ged; 09-04-177S Losser overl; 03-02-1843 Losser beroep Landbouwer Wever.
Gehuwd 26-06-1806 Losser met Janna ter Horst ged; 22-08-1779 Lonneker overl; 29-01-1853 Losser.

Kinderen;

  1. Gerrit ged; 12-06-1807 Losser.
  2. Janna ged; 06-11-1808 overl; 16-08-1834 Losser.
  3. Gerrit geb; 19-02-1813 overl; 15-05-1891 Losser.
  4. Jan geb; 01-04-1816 Losser overl; 06-04-1885 Losser.
  5. Hermannus geb; Losser overl; 28-01-1823 Losser.

5*
Gerrit Lippinkhof
geb; 19-02-1813
Losser overl; 15-05-1891 Losser beroep Landbouwer en Wever.
Gehuwd 24-11-1855 Losser met Gesina Lutje Schipholt geb; 07-02-1835 Losser.

Kinderen;

  1. Hendrika Johanna geb;06-03-1857 Losser overl; 18-03-1931.
  2. Aleida geb; 18-02-1859 Losser.
  3. Hermine geb; 22-08-1861 Losser.
  4. Anna Sophia geb; 20-11-1863 overl; 14-05-1935 Enschede.
  5. Hendrik geb;17-03-1866 Losser overl;21-02-1884 Losser.
  6. Jan geb 16-09-1868 Losser overl;11-06-1948 Losser.
  7. Geertruida geb;20-10-1875 Losser.

Als U in deze stamreeks fouten ziet staan of aanvullingen heeft kunt U contact met mij opnemen;

L. Augustijn tel; 05423-86190.

Opsporing Verzocht

ODEM1992 01

Een briefkaart omstreeks 1910 achterop de kaart staat Losser. U ziet mensen in prachtige kleding. Misschien ter gelegenheid van een feest of zondag. Wie weet welke familie dit is in Losser of Overdinkel ?

Gelieve contact op te nemen met, J. Poorthuis tel: 05423-85623

Uit de oude doos

ODEM1992 02

Twee nieuwe klokken voor de Martinustoren

Op 4 juli 1989 heeft de Historische Kring Losser een brief geschreven aan het College van B&W met het verzoek de "brandklok" (gegoten 20 sept. 1666) met een gewicht van 725 kg en een middellijn van 105 cm en toon 'fis'of'ges' te vervangen door een replica. Het College heeft voorgesteld de Gemeente Raad te adviseren om de brandklok te vervangen en diverse offertes aan te vragen.

Het verzoek aan de Koninklijke Klokkengieterij PETIT & FRITSEN BV -ANNO 1660,die uiteindelijk de gemeentelijke opdracht heeft gekregen,luidt als volgt;

  1. Demonteren en afvoeren van de gescheurde klok en transporteren naar de werkplaats te Aarle-Rixtel;
  2. Het vervaardigen en gieten van een bronzen luidklok met kroon, diameter 1050 cm, gewicht 725 kg, identiek aan de gescheurde klok en voorzien van een luidende teksten en afbeeldingen;
  3. Het vervaardigen en leveren van een nieuwe smeedijzeren klepel;
  4. Transport naar Losser en bedrijfsvaardige montage van de nieuwe brandklok met toebehoren in de Martinustoren;
  5. Het aanbrengen en opgieten op de klok van het aangegeven logo.

De offerte van Petit & Fritsen bedroeg f 26.570,- excl. B.T.W. Naar aanleiding van de offerte komen direct diverse vragen naar voren, o.a.: hoe is de scheur ontstaan in de Klok?
Daarvoor moet U het volgende weten: volgens deskundigen waren torens in de middeleeuwen geheel open,zonder vloeren en galmborden. Dat is ongetwijfeld ook in Losser zo geweest. Door de eeuwen heen, om gemakkelijker gebruik van de toren te kunnen maken, werden vloeren aangebracht en om de vogels buiten te kunnen houden, galmborden.
Het niet onderkende gevolg is geweest , dat geluid en trillingen niet snel genoeg een weg naar buiten konden vinden, tengevolge waarvan 2 klokken door hun eigen trillingen zijn gesprongen.
In 1961 heeft men daarom de houten galmborden in de galmgaten weer verwijderd, na een machtiging van Monumentenzorg te hebben ontvangen; bovendien heeft men op de twee zolderverdiepingen de planken een eind uit elkaar gelegd, zodat het geluid beter weg kan (rooster zolders). Deze maatregelen kwamen helaas te laat; Het kwaad was al geschied, evenals in Denekamp.

Om de schade te herstellen is de brandklok gelast door de Fa. Eisbouts uit Asten en de klok kwam op 15 juli 1970, na 4 maanden weg geweest te zijn, weer in Losser terug. De gebruikte lastechniek was Deens. Aangezien er bij laswerkzaamheden spanningen in het materiaal ontstaan, scheurde de klok omstreeks 1980 voor de tweede keer en in 1981 viel er een stuk brons uit de klok.

Daarop is er in 1983, door de Fa. Metaloch het geheel met een z.g. koudetechniek aan elkaar geniet. Dit bleek geen succes. het gevolg van al deze reparaties was, dat het geluid steeds slechter werd, te vergelijken met een slaan van een smidshamer op een aambeeld.

Het weekblad "Van Eigen Erf" publiceerde in 1939 een artikel "Nieuw en Oud Losser" , waarin een gedetailleerde tekening voorkwam van het oude kerkzegel van de R.K. kerk, zoals dit in 1939 nog op de brandklok was afgebeeld, voorstellende Maria met Kind. Helaas was dit zegel enkele jaren na het verschijnen van "Van Eigen Erf" er uit gevijld. Waarom het
katholieke zegel in 1666 opnieuw in de brandklok is aangebracht is moeilijk te zeggen; de kerk was toen der tijd immers bij de protestanten in gebruik. Wellicht heeft het iets te maken met de aanwezigheid van Bernard von Galen in deze streken. De troepen van de Vorst-Bisschop hadden immers op 23 September 1665 Losser in brand gezet. Nog tijdens die bezettingsperiode zijn de klokken opnieuw gegoten en de nadrukkelijke aanwezigheid van Munsterse troepen kan er toe bijgedragen hebben, dat het oorspronkelijke katholieke zegel opnieuw werd aangebracht. Op 13 maart 1990 heeft men de brandklok uit de Oude Toren gehaald.
Hiertoe heeft men de vloeren verwijderd en de klok op de begane grond door een gat in de buitenmuur naar buiten geschoven.

De brandklok is hergoten in april 1991. De gemeente Losser had voor de operatie f 35.000,-uitgetrokken, inclusief het op toonhoogte aanpassen bij de andere twee klokken.

De "Grote"Klok is gegoten in het jaar 1667 en niet zoals op de klok staat 1676. De klokkengieter Jan Fremy, een beroemd klokkengieters geslacht uit de Elzas, heeft zich met de cijfers vergist. Op 31 augustus 1667 is de klok gegoten, een eerdere poging was mislukt. Op deze klok staat het zegel van de hervormde gemeente Losser een gebloemd kruis met een gevleugeld engelenhoofd in het midden. Op zondag 1 september van dat jaar is er voor het eerst mee geluid en op 5 september sloeg de hamer van het nieuwe uurwerk in de toren voor het eerst de hele en halve uren. De twee klokken uit 1666 en 1667 zijn gegoten op de "Klepperskamp", ten westen van het huis dat vroeger bewoond werd door de fam. Molendijk, achter de vereniging "Ons Gebouw".
Er moeten nog oudere klokken geweest zijn in Losser, getuige de verkoop van een stuk grond op 5 november 1502, genoemd "Das Klokkenstukke", gelegen bij Copeshovenrode (=kopshofrot), groot een scheppel tarwe. Op dit perceel is later het kantoor van Notaris Van Hazendonk gebouwd.; bij de graafwerkzaamheden kwamen duidelijk twee grote brandplekken te voorschijn, waar de klokken van voor 1502 gegoten zijn. Bij controle door de Fa. Petit en Fritsen bleek deze Grote klok in zeer goede staat te verkeren, in tegenstelling tot de "kleine" of "kinderklok" ,die er echt slecht aan toe was.

De "kinderklok" is gegoten in najaar 1667 en heeft ongestoord in de toren gehangen tot 1943; toen werd ze op last van de Duitse bezetter uit de toren gehaald en samen met de beide andere klokken op transport gesteld voor de Duitse wapenindustrie. Omdat het om zeer oude klokken ging werden deze met de letter " P" beschilderd, van "Prufung"; alleen in noodgeval zouden ze worden omgesmolten; klokken van jongere datum gingen voor. Als de oorlog nog iets langer had geduurd, waren ook de Losserse klokken zeker versmolten voor de wapenindustrie.

ODEM1992 03
In het oorlogsjaar 1942 werd door Dr. Seijss Inquart de metaalverordening ingesteld. Ook de Losserse klokken werden hiervan de dupe. Ze werden uit de toren gehaald en via Zwolle naar Hamburg vervoerd. Foto maart 1943 van links naar rechts; Dhr. Ramakers, Dhr. Holtkamp en Dhr.Ten Venne (Lange Hein).

De klokken van Losser zijn in 1946 in de buurt van de haven van Hamburg terug gevonden. Van daaruit zijn alle Nederlandse klokken vervoerd naar de klokkengieterij van Gebr. van Bergen te Heiligerlee bij Groningen. Van daar heeft men de drie klokken op de platte wagen van brandstoffen handelaar ter Heersche opgehaald. Aan de grens van de gemeente werden de klokken door ruiters te paard en drommen mensen feestelijk ingehaald.
Met de nationale driekleur voorop ging het naar Losser! Op 26 februari 1946 wordt er gevierd met muziek en klokgebeier (grote klok en brandklok).

De kinderklok bleek bij aankomst een tweede scheur te vertonen; de eerste scheur was al sinds mensenheugenis aanwezig.

De plaatselijke smeden Johan Blokhuis en Johan Poorthuis hebben datzelfde jaar nog met zeer veel moeite de klok gelast en op zaterdagmiddag 21 september 1946 werden de klokken officieel in gebruik genomen. Toen bleek al, dat de kinderklok nog niet veilig was; de toon was niet geheel zuiver. Het gemeentebestuur besloot de spijs van de oude kinderklok te gebruiken voor het laten vervaardigen van een nieuwe. Dit leidde tot boze reacties in de pers van Monumentenzorg maakte de gemeente er op attent, dat de oor-spronkelijke klok vermeld stond op de voorlopige monumentenlijst van Geschiedenis en Kunst (augustus 1952).

Toen de Fa. Petit en Fritsen poolshoogte kwam nemen in Losser om een verantwoorde offerte te kunnen voorleggen aan het gemeentebestuur in verband met het gieten van een nieuwe brandklok werden tevens de beide andere klokken ter plaatse deskundig onderzocht. Resultaat: de grote klok bevindt zich in prima staat; de kinderklok is er heel slecht aan toe. Na rijp beraad heeft het gemeentebestuur toen besloten niet alleen een nieuwe brandklok te laten gieten, maar ook over te gaan tot vervaardiging van een nieuwe kinderklok, naar copie van het oude voorbeeld (kosten kinderklok f 21.000,=)

Op 21 juni 1991 werd het gieten bijgewoond door verschillende leden van de H.K.L. wijlen de klokkenist de Hr. H. Poorthuis, ambtenaren van de gemeente Losser en enkele belangstellenden.
Tijdens het gieten van de klok sprak Mevr. Scherphof namens de H.K.L. zij herinnerde er aan, dat wij aanwezig waren bij een historisch moment. In het jaar 1667 stonden de gewaarde boermannen van de Marke Losser ook bij het gieten van de Kinderklok toen in Losser en onder andere omstandigheden; het geld was toen schaars en moest direct door de mensen zelf worden opgebracht. Nu heeft de gemeente de kosten voor haar rekening genomen; we zijn de gemeente dankbaar voor haar beleid en de Fa. Petit en Fritsen voor de mogelijkheid hierbij aanwezig te mogen zijn, zo besloot Mevr. Scherphof.

De twee nieuwe klokken zijn op 9 juli 1991 op de plaats gehangen, waar ook hun voorgangers 300 jaar lang hun taak hebben volbracht. Op dinsdag 16 juli 1991 zijn de klokken weer officieel in gebruik gesteld door Burgemeester Smit. Misschien weer voor een periode van 300 jaar.

ODEM1992 04
Het gieten van de kinderklok door Hr. Gijs Spiering op 21 juni 1991 bij Koninklijke klokkengieterij Petit & Fritsen B.V.Aerle-Rixel, gewicht nieuwe klok 384,5 kg doorsnede 88,1 em toonhoogte gies 1.

De oude brandklok en kinderklok zullen ter zijner tijd in de hal van het gemeentehuis op een marmeren sokkel worden opgesteld.

Boven in de toren, op de klokkenzolder, is een bronzen plaat bevestigd met de tekst:"In het jaar des Heren 1991 werden door de Koninklijke Klokken-gieterij Petit & Fritsen
uit Aerle-Rixtel de brandklok en de kinderklok hergoten".

J. Poorthuis.

St Maartenstraat

ODEM1992 05

Een plaatje van de St Maartenstraat met links het pand van de familie Holst Jans. Die hier een winkel dreef in kruidenierswaren, drogisterijartikelen, verf en glas.
Op de toonbank stond altijd een glazen stopfles, met daarin doppinda's.
Hij haalde daaruit een handvol pinda's, maar er bleef er maar een over om weg te geven. Dit tot grote teleurstelling van zijn jonge klanten. (doppinda's = apenoten)

Achter Holst woonde Koperslager Veldhoen, daarnaast Karel Holtkamp (manufacturen) en uitspanning Gerard Lemming, in het midden achter het huis van "Langen Hein ' , (ter Venne) die een klein landbouwbedrijf had en huisslachter was. Aan de rechterkant in de afdakswoningen had Karel Holtkamp zijn werkplaats.

Op de plaats waar vroeger holst zat, is nu de A.B.N./A.M.R.O. Bank in het midden Freriks juwelier vervolgens Wilke en schoenwinkel Holtkamp en het hotel Het Raadhuis.
In het huis van "Langen Hein" (Heininkshoes) thans Maatschappelijk werk Losser. lets rechts ziet U Koehorst Schasfoort lingerie.

Tegenwoordig is dit allemaal woonerf, waar men niet langer dan een half uur geparkeerd mag staan.

ODEM1992 06

Een stenen hamer uit de ijstijd te losser

Omstreeks 1910 vond de grootvader van de heer J. Poorthuis een merkwaardige steen in een verstoord heideveld op het Hannekerveld of de Oelemars bij Losser. De vondst betreft een vrij platte, ovale, afgeronde natuurlijke rolsteen van roodachtige kwartsistische zandsteen. De steen is 10 cm lang, 6 cm breed en 4 cm dik. Op een van de brede zijden is duidelijk een rond, ingeklopt (niet ingeboord) kuiltje te zien van 27 mm doorsnede en 3 mm diep.
Verder vertoont de omtrek van de steen op twee plaatsen butsen (= slagsporen), wat wijst op een vroeger gebruik van de steen.

ODEM1992 07
Schaal 1 : 2 Rolsteenhamer uit de midden steentijd gevonden te Losser.

De vondst behoort tot een van de twee categorieën van rolsteenhamers uit de Midden Steentijd. Bij de eerste categorie rolsteenhamers bestaat de enige menselijke bewerking van de natuurlijke rolsteen uit een of twee tegenover elkaar gelegen ingeklopte kuiltjes. Bij de tweede categorie zijn de twee kuiltjes tot in het midden van de steen doorgeslagen en vervolgens bijgeschuurd, waardoor een zandlopervormige doorboring is ontstaan. De doorboring is dus "wijd" aan de buitenzijden van de steen en duidelijk smaller bij het midden van de steen.

Beide typen rolsteenhamers komen ongeveer even vaak voor en vertonen bijna steeds goed zichtbare butsporen (niet op verweerde exemplaren). De niet-doorboorde rolsteenhamers zijn om deze redenen dus geen halffabricaten van de weldoorboorde hamers, wat vroeger nog wel eens gedacht werd. De doorboringen en de kuiltjes van de rolsteenhamers zijn gewoonlijk in het midden van de stenen aangebracht. De vondst uit Losser bezit echter een buiten het midden gelegen kuiltje. Alleen uit Steenwijk is ons daarvoor een parallel bekend.

De butsen op de omtrek van de beide typen rolsteenhamers zijn waarschijnlijk ontstaan door het verbrijzelen van bijvoorbeeld noten of het verpulveren van plantaardig of dierlijk materiaal of aambeeldstenen. De butsen ontstonden in dat geval dus onbedoeld door het contact van de rolsteenhamer met het stenen aambeeld.

Klopstenen zijn in de prehistorie een bekend en algemeen voorkomend type werktuig. Zij werden als handzame stenen uit de natuur verzameld. De rolsteenhamers vallen op onder de klopstenen, omdat zij als enige categorie zijn bijgewerkt.

Het doel van de ingeklopte kuiltjes moet zijn geweest de vingers een betere greep op de stenen te geven. De zandlopervorige doorboringen kunnen dezelfde functie gehad hebben plus een afzwakking van de terugslag als de doorboorde stenen in de hand werden gebruikt. De doorboringen kunnen echter even goed hebben gediend voor het doorlaten van een houten steel. Gezien de zandlopervormige opening moet dat dan wel een heel speciale constructie zijn geweest.
Hoe dan ook, in ieder geval heeft men blijkens de plekken met butsen op de omtrek zorgvuldig met de stenen geslagen.

Het beredeneren van de functie van de rolsteenhamers heeft de archeologen heel wat hoofdbrekens gekost. Er zijn wel tien verschillende verklaringen geopperd.
Wij noemen op grond van uitheemse parallellen twee andere verklaringen dan die van klopstenen, namelijk die van graafstokverzwaarder voor de doorboorde rolstenen.
Voor de functie van de rolsteenhamers heeft men ook gedacht aan (slinger)knotsen, zoals de laat 1ste-eeuwse benaming van 'Gerollkeule' al aangeeft, evenals de Engelse term 'mace-head'.

De meeste rolsteenhamers zijn losse vondsten en zijn dus moeilijk te dateren beperkt aantal rolsteenhamers in Noordwest-Europa is samen gevonden met vondsten uit de Midden Steentijd (5300-4300 v. Chr.).

De stenen hamers van de hier besproken types zijn dus wel zo'n 5000 jaar in gebruik geweest. Zij werden bovendien in een aantal gebieden 'opgevolgd' door andere 'keulen' met een meer kunstmatige vormgeving.

A.D. Verlinde

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.