Oet Dorp & Marke

Twee nieuwe klokken voor de Martinustoren

Op 4 juli 1989 heeft de Historische Kring Losser een brief geschreven aan het College van B&W met het verzoek de "brandklok" (gegoten 20 sept. 1666) met een gewicht van 725 kg en een middellijn van 105 cm en toon 'fis'of'ges' te vervangen door een replica. Het College heeft voorgesteld de Gemeente Raad te adviseren om de brandklok te vervangen en diverse offertes aan te vragen.

Het verzoek aan de Koninklijke Klokkengieterij PETIT & FRITSEN BV -ANNO 1660,die uiteindelijk de gemeentelijke opdracht heeft gekregen,luidt als volgt;

  1. Demonteren en afvoeren van de gescheurde klok en transporteren naar de werkplaats te Aarle-Rixtel;
  2. Het vervaardigen en gieten van een bronzen luidklok met kroon, diameter 1050 cm, gewicht 725 kg, identiek aan de gescheurde klok en voorzien van een luidende teksten en afbeeldingen;
  3. Het vervaardigen en leveren van een nieuwe smeedijzeren klepel;
  4. Transport naar Losser en bedrijfsvaardige montage van de nieuwe brandklok met toebehoren in de Martinustoren;
  5. Het aanbrengen en opgieten op de klok van het aangegeven logo.

De offerte van Petit & Fritsen bedroeg f 26.570,- excl. B.T.W. Naar aanleiding van de offerte komen direct diverse vragen naar voren, o.a.: hoe is de scheur ontstaan in de Klok?
Daarvoor moet U het volgende weten: volgens deskundigen waren torens in de middeleeuwen geheel open,zonder vloeren en galmborden. Dat is ongetwijfeld ook in Losser zo geweest. Door de eeuwen heen, om gemakkelijker gebruik van de toren te kunnen maken, werden vloeren aangebracht en om de vogels buiten te kunnen houden, galmborden.
Het niet onderkende gevolg is geweest , dat geluid en trillingen niet snel genoeg een weg naar buiten konden vinden, tengevolge waarvan 2 klokken door hun eigen trillingen zijn gesprongen.
In 1961 heeft men daarom de houten galmborden in de galmgaten weer verwijderd, na een machtiging van Monumentenzorg te hebben ontvangen; bovendien heeft men op de twee zolderverdiepingen de planken een eind uit elkaar gelegd, zodat het geluid beter weg kan (rooster zolders). Deze maatregelen kwamen helaas te laat; Het kwaad was al geschied, evenals in Denekamp.

Om de schade te herstellen is de brandklok gelast door de Fa. Eisbouts uit Asten en de klok kwam op 15 juli 1970, na 4 maanden weg geweest te zijn, weer in Losser terug. De gebruikte lastechniek was Deens. Aangezien er bij laswerkzaamheden spanningen in het materiaal ontstaan, scheurde de klok omstreeks 1980 voor de tweede keer en in 1981 viel er een stuk brons uit de klok.

Daarop is er in 1983, door de Fa. Metaloch het geheel met een z.g. koudetechniek aan elkaar geniet. Dit bleek geen succes. het gevolg van al deze reparaties was, dat het geluid steeds slechter werd, te vergelijken met een slaan van een smidshamer op een aambeeld.

Het weekblad "Van Eigen Erf" publiceerde in 1939 een artikel "Nieuw en Oud Losser" , waarin een gedetailleerde tekening voorkwam van het oude kerkzegel van de R.K. kerk, zoals dit in 1939 nog op de brandklok was afgebeeld, voorstellende Maria met Kind. Helaas was dit zegel enkele jaren na het verschijnen van "Van Eigen Erf" er uit gevijld. Waarom het
katholieke zegel in 1666 opnieuw in de brandklok is aangebracht is moeilijk te zeggen; de kerk was toen der tijd immers bij de protestanten in gebruik. Wellicht heeft het iets te maken met de aanwezigheid van Bernard von Galen in deze streken. De troepen van de Vorst-Bisschop hadden immers op 23 September 1665 Losser in brand gezet. Nog tijdens die bezettingsperiode zijn de klokken opnieuw gegoten en de nadrukkelijke aanwezigheid van Munsterse troepen kan er toe bijgedragen hebben, dat het oorspronkelijke katholieke zegel opnieuw werd aangebracht. Op 13 maart 1990 heeft men de brandklok uit de Oude Toren gehaald.
Hiertoe heeft men de vloeren verwijderd en de klok op de begane grond door een gat in de buitenmuur naar buiten geschoven.

De brandklok is hergoten in april 1991. De gemeente Losser had voor de operatie f 35.000,-uitgetrokken, inclusief het op toonhoogte aanpassen bij de andere twee klokken.

De "Grote"Klok is gegoten in het jaar 1667 en niet zoals op de klok staat 1676. De klokkengieter Jan Fremy, een beroemd klokkengieters geslacht uit de Elzas, heeft zich met de cijfers vergist. Op 31 augustus 1667 is de klok gegoten, een eerdere poging was mislukt. Op deze klok staat het zegel van de hervormde gemeente Losser een gebloemd kruis met een gevleugeld engelenhoofd in het midden. Op zondag 1 september van dat jaar is er voor het eerst mee geluid en op 5 september sloeg de hamer van het nieuwe uurwerk in de toren voor het eerst de hele en halve uren. De twee klokken uit 1666 en 1667 zijn gegoten op de "Klepperskamp", ten westen van het huis dat vroeger bewoond werd door de fam. Molendijk, achter de vereniging "Ons Gebouw".
Er moeten nog oudere klokken geweest zijn in Losser, getuige de verkoop van een stuk grond op 5 november 1502, genoemd "Das Klokkenstukke", gelegen bij Copeshovenrode (=kopshofrot), groot een scheppel tarwe. Op dit perceel is later het kantoor van Notaris Van Hazendonk gebouwd.; bij de graafwerkzaamheden kwamen duidelijk twee grote brandplekken te voorschijn, waar de klokken van voor 1502 gegoten zijn. Bij controle door de Fa. Petit en Fritsen bleek deze Grote klok in zeer goede staat te verkeren, in tegenstelling tot de "kleine" of "kinderklok" ,die er echt slecht aan toe was.

De "kinderklok" is gegoten in najaar 1667 en heeft ongestoord in de toren gehangen tot 1943; toen werd ze op last van de Duitse bezetter uit de toren gehaald en samen met de beide andere klokken op transport gesteld voor de Duitse wapenindustrie. Omdat het om zeer oude klokken ging werden deze met de letter " P" beschilderd, van "Prufung"; alleen in noodgeval zouden ze worden omgesmolten; klokken van jongere datum gingen voor. Als de oorlog nog iets langer had geduurd, waren ook de Losserse klokken zeker versmolten voor de wapenindustrie.

ODEM1992 03
In het oorlogsjaar 1942 werd door Dr. Seijss Inquart de metaalverordening ingesteld. Ook de Losserse klokken werden hiervan de dupe. Ze werden uit de toren gehaald en via Zwolle naar Hamburg vervoerd. Foto maart 1943 van links naar rechts; Dhr. Ramakers, Dhr. Holtkamp en Dhr.Ten Venne (Lange Hein).

De klokken van Losser zijn in 1946 in de buurt van de haven van Hamburg terug gevonden. Van daaruit zijn alle Nederlandse klokken vervoerd naar de klokkengieterij van Gebr. van Bergen te Heiligerlee bij Groningen. Van daar heeft men de drie klokken op de platte wagen van brandstoffen handelaar ter Heersche opgehaald. Aan de grens van de gemeente werden de klokken door ruiters te paard en drommen mensen feestelijk ingehaald.
Met de nationale driekleur voorop ging het naar Losser! Op 26 februari 1946 wordt er gevierd met muziek en klokgebeier (grote klok en brandklok).

De kinderklok bleek bij aankomst een tweede scheur te vertonen; de eerste scheur was al sinds mensenheugenis aanwezig.

De plaatselijke smeden Johan Blokhuis en Johan Poorthuis hebben datzelfde jaar nog met zeer veel moeite de klok gelast en op zaterdagmiddag 21 september 1946 werden de klokken officieel in gebruik genomen. Toen bleek al, dat de kinderklok nog niet veilig was; de toon was niet geheel zuiver. Het gemeentebestuur besloot de spijs van de oude kinderklok te gebruiken voor het laten vervaardigen van een nieuwe. Dit leidde tot boze reacties in de pers van Monumentenzorg maakte de gemeente er op attent, dat de oor-spronkelijke klok vermeld stond op de voorlopige monumentenlijst van Geschiedenis en Kunst (augustus 1952).

Toen de Fa. Petit en Fritsen poolshoogte kwam nemen in Losser om een verantwoorde offerte te kunnen voorleggen aan het gemeentebestuur in verband met het gieten van een nieuwe brandklok werden tevens de beide andere klokken ter plaatse deskundig onderzocht. Resultaat: de grote klok bevindt zich in prima staat; de kinderklok is er heel slecht aan toe. Na rijp beraad heeft het gemeentebestuur toen besloten niet alleen een nieuwe brandklok te laten gieten, maar ook over te gaan tot vervaardiging van een nieuwe kinderklok, naar copie van het oude voorbeeld (kosten kinderklok f 21.000,=)

Op 21 juni 1991 werd het gieten bijgewoond door verschillende leden van de H.K.L. wijlen de klokkenist de Hr. H. Poorthuis, ambtenaren van de gemeente Losser en enkele belangstellenden.
Tijdens het gieten van de klok sprak Mevr. Scherphof namens de H.K.L. zij herinnerde er aan, dat wij aanwezig waren bij een historisch moment. In het jaar 1667 stonden de gewaarde boermannen van de Marke Losser ook bij het gieten van de Kinderklok toen in Losser en onder andere omstandigheden; het geld was toen schaars en moest direct door de mensen zelf worden opgebracht. Nu heeft de gemeente de kosten voor haar rekening genomen; we zijn de gemeente dankbaar voor haar beleid en de Fa. Petit en Fritsen voor de mogelijkheid hierbij aanwezig te mogen zijn, zo besloot Mevr. Scherphof.

De twee nieuwe klokken zijn op 9 juli 1991 op de plaats gehangen, waar ook hun voorgangers 300 jaar lang hun taak hebben volbracht. Op dinsdag 16 juli 1991 zijn de klokken weer officieel in gebruik gesteld door Burgemeester Smit. Misschien weer voor een periode van 300 jaar.

ODEM1992 04
Het gieten van de kinderklok door Hr. Gijs Spiering op 21 juni 1991 bij Koninklijke klokkengieterij Petit & Fritsen B.V.Aerle-Rixel, gewicht nieuwe klok 384,5 kg doorsnede 88,1 em toonhoogte gies 1.

De oude brandklok en kinderklok zullen ter zijner tijd in de hal van het gemeentehuis op een marmeren sokkel worden opgesteld.

Boven in de toren, op de klokkenzolder, is een bronzen plaat bevestigd met de tekst:"In het jaar des Heren 1991 werden door de Koninklijke Klokken-gieterij Petit & Fritsen
uit Aerle-Rixtel de brandklok en de kinderklok hergoten".

J. Poorthuis.

Copyright 2016-2019 © Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.