Oet Dorp & Marke

Een stenen hamer uit de ijstijd te losser

Omstreeks 1910 vond de grootvader van de heer J. Poorthuis een merkwaardige steen in een verstoord heideveld op het Hannekerveld of de Oelemars bij Losser. De vondst betreft een vrij platte, ovale, afgeronde natuurlijke rolsteen van roodachtige kwartsistische zandsteen. De steen is 10 cm lang, 6 cm breed en 4 cm dik. Op een van de brede zijden is duidelijk een rond, ingeklopt (niet ingeboord) kuiltje te zien van 27 mm doorsnede en 3 mm diep.
Verder vertoont de omtrek van de steen op twee plaatsen butsen (= slagsporen), wat wijst op een vroeger gebruik van de steen.

ODEM1992 07
Schaal 1 : 2 Rolsteenhamer uit de midden steentijd gevonden te Losser.

De vondst behoort tot een van de twee categorie├źn van rolsteenhamers uit de Midden Steentijd. Bij de eerste categorie rolsteenhamers bestaat de enige menselijke bewerking van de natuurlijke rolsteen uit een of twee tegenover elkaar gelegen ingeklopte kuiltjes. Bij de tweede categorie zijn de twee kuiltjes tot in het midden van de steen doorgeslagen en vervolgens bijgeschuurd, waardoor een zandlopervormige doorboring is ontstaan. De doorboring is dus "wijd" aan de buitenzijden van de steen en duidelijk smaller bij het midden van de steen.

Beide typen rolsteenhamers komen ongeveer even vaak voor en vertonen bijna steeds goed zichtbare butsporen (niet op verweerde exemplaren). De niet-doorboorde rolsteenhamers zijn om deze redenen dus geen halffabricaten van de weldoorboorde hamers, wat vroeger nog wel eens gedacht werd. De doorboringen en de kuiltjes van de rolsteenhamers zijn gewoonlijk in het midden van de stenen aangebracht. De vondst uit Losser bezit echter een buiten het midden gelegen kuiltje. Alleen uit Steenwijk is ons daarvoor een parallel bekend.

De butsen op de omtrek van de beide typen rolsteenhamers zijn waarschijnlijk ontstaan door het verbrijzelen van bijvoorbeeld noten of het verpulveren van plantaardig of dierlijk materiaal of aambeeldstenen. De butsen ontstonden in dat geval dus onbedoeld door het contact van de rolsteenhamer met het stenen aambeeld.

Klopstenen zijn in de prehistorie een bekend en algemeen voorkomend type werktuig. Zij werden als handzame stenen uit de natuur verzameld. De rolsteenhamers vallen op onder de klopstenen, omdat zij als enige categorie zijn bijgewerkt.

Het doel van de ingeklopte kuiltjes moet zijn geweest de vingers een betere greep op de stenen te geven. De zandlopervorige doorboringen kunnen dezelfde functie gehad hebben plus een afzwakking van de terugslag als de doorboorde stenen in de hand werden gebruikt. De doorboringen kunnen echter even goed hebben gediend voor het doorlaten van een houten steel. Gezien de zandlopervormige opening moet dat dan wel een heel speciale constructie zijn geweest.
Hoe dan ook, in ieder geval heeft men blijkens de plekken met butsen op de omtrek zorgvuldig met de stenen geslagen.

Het beredeneren van de functie van de rolsteenhamers heeft de archeologen heel wat hoofdbrekens gekost. Er zijn wel tien verschillende verklaringen geopperd.
Wij noemen op grond van uitheemse parallellen twee andere verklaringen dan die van klopstenen, namelijk die van graafstokverzwaarder voor de doorboorde rolstenen.
Voor de functie van de rolsteenhamers heeft men ook gedacht aan (slinger)knotsen, zoals de laat 1ste-eeuwse benaming van 'Gerollkeule' al aangeeft, evenals de Engelse term 'mace-head'.

De meeste rolsteenhamers zijn losse vondsten en zijn dus moeilijk te dateren beperkt aantal rolsteenhamers in Noordwest-Europa is samen gevonden met vondsten uit de Midden Steentijd (5300-4300 v. Chr.).

De stenen hamers van de hier besproken types zijn dus wel zo'n 5000 jaar in gebruik geweest. Zij werden bovendien in een aantal gebieden 'opgevolgd' door andere 'keulen' met een meer kunstmatige vormgeving.

A.D. Verlinde

Copyright 2016-2019 ┬ę Historische Kring losser. Overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.